Bij de lunch in de kantine, waren mijn collega's totaal verbaasd hoe veel en hoe snel de politie wist te komen te weten over de vader van de tweeling. Allemaal met hoge precisie. Ik was zelf verbaasd over mijn collega's: hoe kan je denken dat dat niet op dit detailniveau mogelijk is?
In de jaren '80 had Oost-Europa te maken met de fenomeen Securitate, Duitsland met Stasi. Wat wilden ze: het volg beschermen tegen vijanden. Iedereen in West-Europa was helemaal tegen beweging van monitoren, controleren, alles over de ene naast jou weten.
Anno 2013, praten we over BigData: Google, iPhone, creditcard, video camera's, pinnen, OV-chipkaart, cookies. Met dezelfdereden: veiligheid. "Onze" veiligheid. Wat pal naast komt te staan is dat als één iemand iets wil weten over jou of mij, is dat alleen een kwestie van slim zoeken tussen al die bergen BigData. Bij de Securitate waren de informatieve nota's; nu ons "digitale dossier".
Ik stond de afgelopen dagen stil met de vraag: wat is eigenlijk het verschil. Beide systemen willen ons "beschermen". Tegen... Zijn we bereid om dat te willen, of vanwege de onwil zijn we vanzelfsprekend in die richting geduwd? Voor mij is het verschil tussen Securitate en Veiligheid Anno 2013 kleiner en kleiner met iedere dag.
dinsdag 4 juni 2013
maandag 3 juni 2013
Over deuren en sleutels
Heel vaak in de laatste tijd horen we over de veiligheid van
de digitale systemen, over het misbruik van het belastingsysteem, over de
OV-chipkaart, digID, over skimmen en de schade dat de banken lopen als vervolg
van hacken.
Als men van boven kijkt, kan hij zien dat de onveiligheid
van een systeem niet zo bijzonder is. Conceptueel geloof ik niet een systeem
100% dicht gebouwd kan worden; het gaat over mens- of machinesfouten. Met
andere worden, iedere deur moet een sleutel hebben, die sleutel bestaat wel,
jij moet hem gewoon alleen weten te vinden. Voor ons is natuurlijk belangrijk
wat ga je daarna doen, wetend dat iemand de sleutel heeft gevonden.
Misbruikers van een systeem zijn altijd geweest en zullen
altijd actief blijven zijn. Wat ontbreekt om massaal een systeem te misbruiken
is dat de maatschappij een soort afspraken heeft gemaakt over wat wel en wat
niet kan. Veel mensen kijken bewust bij het invullen van de belastingaangifte
hoe zij minder belasting kunnen komen te betalen. Dat is een afspraak, een
conventie, dat de maatschappij schuiven met sommen geld accepteert. Anderen
gaan een stap verder en krijgen maximaal uit een systeem.
Waar ik denk dat het gewaar zit, is dat men gaat
denken dat alles 100% veilig opgebouwd kan worden en, om dit onrealistisch doel
hopen te kunnen bereiken, accepteert minder privacy. Mijn gevoel zegt dat dit
niet de juiste weg is.
vrijdag 24 mei 2013
Museumbezoek
Je zou verwachten dat ik over kunst ga praten. Ja, een soort
kunst… de kunst van het eten.
Na het bezoek van een mooie tentoonstelling ga ik in het restaurant voor lunch. Mooi, een chef-kok, biologische producten. Een mevrouw achter mij vraagt een broodje oude kaas: een grot sneetje met bovenop plakjes kaas, saladebladen en saus. Goed ziende, heerlijk waarschijnlijk.
En boterham met mes en vork?! Zo té!
Na het bezoek van een mooie tentoonstelling ga ik in het restaurant voor lunch. Mooi, een chef-kok, biologische producten. Een mevrouw achter mij vraagt een broodje oude kaas: een grot sneetje met bovenop plakjes kaas, saladebladen en saus. Goed ziende, heerlijk waarschijnlijk.
De mevrouw zit aan dezelfde grote tafel, zo kan ik naar haar
af en toe kijken. Ze eet haar sneetje met een mes en vork. Vanaf dat moment kan
ik nergens anders kijken dan aan haar en alle beelden defileren voor mijn ogen:
bedrijfsrestaurant, oma en opa, ik.
Toen ik kind was, wilde ik het polenta-achtige bijgerecht
van mijn oma alleen met de hand eten, tegen de bedwelming van mijn ouders. Dat
polenta moest op een houten plank neergelegd worden en met een draad gesneden.
Alleen op dat moment was hij lekker. Mijn moeder kon polenta maken niet met
hetzelfde resultaat zoals mijn oma, net te slap. Het beeld van met-hand-etende
mijzelf blijft duidelijk in mijn hoofd.
Als ik in het bedrijfsrestaurant kijk, zie ik best vaak
collega’s die hun boterham met mes en vork eten. Heel vaak, te vaak eigenlijk,
houden ze het bestek zo onhandig, het bestek voelt ongemakkelijk, puzzelt, ze
hebben geen goede relatie, ze begrijpen elkaar niet goed, ze staan elkaar in de
weg.
Eerlijk gezegd: ik snap niets van. Ik snap niet hoe dat is
gekomen dat men niet meer met hand eet. De hygiëne is tegenwoordig zo goed, je
hoeft niets te vrezen. Moet ergens iets vinden over de geschiedenis van het
bestek, wanneer en waarom is dat in ons leven gekomen, voegt tegenwoordig iets
toe? En boterham met mes en vork?! Zo té!
vrijdag 17 mei 2013
Lente in de buurt
Het regent best veel deze dagen in Nederland en men is niet
geneigd lang buiten te blijven. Wat men vergeet is dat na een stevige bui de
lucht fris ruikt. De combinatie van de stilte na de regen met de geuren van de
lente bloesem vind ik ideaal.
‘s Avonds na een uur of 8 ga ik met hond wandelen door een van onze parken. Het maakt niet uit of het droog of nat is, dat interesseert mij niet zo veel. De bomen zijn geweldig in deze periode, met hun bloemen van verschillende kleuren en geuren.
Wat bij ons in de buurt zo leuk is, is dat het hele jaar door de bloemen een achter elkaar komen: eerst de sneeuwballen, de krokussen, daarna de narcissen, hyacinten, kersbomen, appelbomen, tulpen en zo gaat het door het hele jaar rond. Je moet alleen buiten zijn om dit te ervaren.
Zoals met andere kleine leuke plekken in de stad, je moet hen geheim houden, anders komen de anderen ook van de “stilte” te genieten en de stap voor stap wordt het druk. Daarom roep ik niet te veel hoe leuk de lente bij ons in de buurt is.
‘s Avonds na een uur of 8 ga ik met hond wandelen door een van onze parken. Het maakt niet uit of het droog of nat is, dat interesseert mij niet zo veel. De bomen zijn geweldig in deze periode, met hun bloemen van verschillende kleuren en geuren.
Wat bij ons in de buurt zo leuk is, is dat het hele jaar door de bloemen een achter elkaar komen: eerst de sneeuwballen, de krokussen, daarna de narcissen, hyacinten, kersbomen, appelbomen, tulpen en zo gaat het door het hele jaar rond. Je moet alleen buiten zijn om dit te ervaren.
Zoals met andere kleine leuke plekken in de stad, je moet hen geheim houden, anders komen de anderen ook van de “stilte” te genieten en de stap voor stap wordt het druk. Daarom roep ik niet te veel hoe leuk de lente bij ons in de buurt is.
donderdag 9 mei 2013
Liefde voor de eclair
Ja, dat weet ik, boven de rivieren zegt het woord "eclair" niets. Absoluut niets. De eclair is een lekker gebakje, bedacht waarschijnlijk ergens in de XVIII-e eeuw door een Franse patissier, Marie-Antoine Carême.
Wanneer is mijn liefde voor de eclair begonnen weet ik niet meer. Ik ken hen waarschijnlijk al van mijn kindertijd, van de locale patisserie. Wat ik zeker weet is dat ze later duidelijker op mijn pad zijn gekomen, samen met de middelbareschoolfeestjes. Ik was ongeveer 14-15 jaar oud. Toen kwamen ze terug in mijn leven via Mevrouw Bucur, de moeder van een goede vriend. Haar eclairs waren vanzelfsprekend zelfgemaakt, thuis, waren wat kleiner dan in de patisserie, maar zij waren heeeeeel lekker, met chocola meestal.
Later in Nederland heb ik ze niet meer gevonden. Met een vakantie in de Belgische Ardennen enkele jaren geleden zijn ze toch terug gekomen. Bij de locale patisserie waren ze met vanilla of met chocola, bij andere bakkers ook met koffie. Sindsdien zoek ik regelmatig de eclairs; ik heb hen gevonden in Zuid-Limburg, in Belgie, in Frankrijk, maar ook in Zeeuws-Vlanderen. Inmiddels weet ik dat iedere bezoek naar het zuiden een vaste activiteit moet hebben: op eclairs jagen.
Nee, mijn liefde voor de eclairs zal niet stoppen. Wat ik zeker zal missen de komende jaren zijn de eclairs van Mevrouw Bucur. Ze is sinds enkele dagen niet meer, om de lekkere kleine eclairs met chocola voor ons feestjes te bakken...
zondag 5 mei 2013
Basis
Nee, ik heb mijn blog niet vergeten; nee, de reden is niet dat ik druk had; nee, ik heb nog veel dingen te vertellen. Maar sommige gedachten vind ik niet belangrijk genoeg. En zo ga ik terug naar de rust, terug naar de basis.
Waarin zit eigenlijk mijn basis, waar vind ik eigenlijk mijn rust?
Mijn rust is het kippenvel die ik krijg van het radioprogramma Plots. Jammer (of juist leuk), is dit programma slechts eens in de maand. Geweldig, ik heb alles ten minste een keer naar gleuisterd!
Mijn rust zit in het denken aan de Carpathen, met hun dorpjes buiten de gewonne wereld. Kijk naar dit documentair als een voorbeeld. YouTube biedt gelukkig veel meer. De moderne wereld heeft vaak haaast en een uur kijken naar een film vraagt te veel van het moderne mens.
Mijn rust zit in het denken aan mijn grootouders en aan hun wereld die lang geleden ook mijn wereld is geweest. Constantin en Elena zijn niet mijn grootouders, mijne zijn Nicu en Ioana. Maar zijn konden deze zijn.
Heerlijk. Stil. Rustig. Mijzelf.
Waarin zit eigenlijk mijn basis, waar vind ik eigenlijk mijn rust?
Mijn rust is het kippenvel die ik krijg van het radioprogramma Plots. Jammer (of juist leuk), is dit programma slechts eens in de maand. Geweldig, ik heb alles ten minste een keer naar gleuisterd!
Mijn rust zit in het denken aan de Carpathen, met hun dorpjes buiten de gewonne wereld. Kijk naar dit documentair als een voorbeeld. YouTube biedt gelukkig veel meer. De moderne wereld heeft vaak haaast en een uur kijken naar een film vraagt te veel van het moderne mens.
Mijn rust zit in het denken aan mijn grootouders en aan hun wereld die lang geleden ook mijn wereld is geweest. Constantin en Elena zijn niet mijn grootouders, mijne zijn Nicu en Ioana. Maar zijn konden deze zijn.
Heerlijk. Stil. Rustig. Mijzelf.
maandag 22 april 2013
Innoveren... Nee
Enkele opmerkingen van kennissen op een rij:
* Voor de uitzending van 24 februari heeft een roeivriend me getipt op de uitzending van het NTR Podium programma over kinderen van het Conservatorium van Amsterdam, kinderen met uitzonderlijk talent. De vraag die centraal stond was "Hoe ga je om met een kind met een exceptioneel talent?" Enkele dagen na de emissie gekeken op Uitzendinggemist en als volgens gereageerd: "Ja, wat ik heb geleerd om met mijn roeiers te doen zijn coördinatieoefeningen". Kijk vanaf 30m29s. Nee, niet gedaan, het was op dat moment te laat in het seizoen om aan te beginnen.
* Een andere kennis van mij zei op een moment dat het roeien meer te maken heeft met ballet dan met boksen.
* Ongeveer in dezelfde periode heb ik het boek van Fritsch en Nolte, "Masterrudern", doorgebladerd. Het boek staat op de lijst voor de komende zomer. Daarin staat hoe je een volwassene roeier beter kan maken.
Deze dagen bij NK klein was een beetje hip om te praten over de Muda's en hun ballet les. Iedereen giechelen "Oh, wat interessant! Oh, wat goed!" Ja, inderdaad, heel fijn dat iemand, hoop ik, in die richting energie gaat stoppen. Coördinatie, daar gaat het over. En dat is hard nodig in een subtiele sport zoals roeien, speciaal voor de lichte roeiers. De Muda's zijn goede roeiers en hebben veel energie.
Kijk naar hun film van Avis van de afgelopen winter. Kijk daarna naar hun concurrentie, de lichte heren van Groot Brittannië (Film 1 en Film 2). Een lange weg te gaan, maar wel 4 jaar beschikbaar om dat niveau te bereiken.
Nee, het concept van coördinatieoefeningen in roeien is niet nieuw. Helaas worden al deze dingen pas nu in Nederland ontdekt. We lopen helaas al achter de feiten. Ook ik wist al enkele maanden geleden over het belang van een subtiele coördinatie in roeien.
zondag 14 april 2013
Af en toe te veel...
Niet zo lang geleden stond in NRC een grafiek met de ontwikkeling
van de gemiddelde leeftijd sinds de jaren 50. Het verschil tussen mannen en vrouwen
is niets nieuw. De grafiek laat zien een mannen gemiddelde leeftijd van 60 jaar
rond het jaar 1950 en 73 jaar rond het jaar 2010.
Mijn vraag is of we, als mens in de westerse maatschappij, klaar
zijn voor zo een lange leeftijd, zeg 75 jaar. Als ik aan mezelf denk als kind
in de jaren ‘80, was voor een jaar of 15 niets veranderd: wij woonden in
hetzelfde appartement, mijn grootouders werkten zoals altijd in hun eigenen
boerderij met hun kippen, schappen en tomaten, mijn ouders hadden hun baan (één
baan tot hun pensioen), het bos was hetzelfde, iedere lentevakantie wist ik wat
mij te wachten staat, mijn moeder wist wel naar welke faculteit ik later zal
gaan en wat ik zal doen. Geen verassing, geen stress, geen keuze-stress.
Daarna, in 1989, is de Revolutie gekomen, met het kapitalisme
bij geplakt. Voor de zekerheid: ik ben niet principieel tegen kapitalisme,
hoor! In een keer was alles anders. Je moest iets verkopen, je moest geld
maken, je moest je bewijzen, je moest een vak kiezen dat geld zal brengen, het
kwam een beeld van “all or nothing”. Ik wist niet meer wat goed was voor mijn
toekomst, waarom maak ik enige keuzes, mijn lentevakanties waren niet meer
dezelfde.
Als ik nu rond mij kijk, hier in Nederland, zie nog meer
veranderingen bijna ieder moment: regeerakkoord dit, regeerakkoord dat, baan
dit, baan dat, geld, banken, bonussen, crisis, woningmarkt, zorg, etc. Ik ben
niet zo oud maar af en toe heb ik het gevoel dat het me te veel wordt: leren
leven met onzekerheden.
Leren leven met onzekerheden, met veranderingen, zijn wij
als mens in staat om dat te doen? “Vroeger” was dat maar voor 60 jaar, nu voor
75, misschien in de toekomst nog langer. Willen we dat, willen we zo veel
veranderingen in zo een rap tempo in ons leven? Ik praat nu als specie, als
mens, niet als Piet en Janneke.
Ik zelf weet het antwoord niet.
dinsdag 9 april 2013
Een kwartje valt als hij rijp is (versie 2)
Complimenten krijgen. Ja, dat is makkelijk na slechts één
inspanning. Jouw manier van werken en communiceren is nieuw voor de groep, dus
de kans dat jouw prikkel volledig raakt heel groot is. “Oh, ja, zo moet het”,
“Oh, ja, nu begrijp ik het”, “Oh, ja, het kwartje valt nu”…
Er is een toch een andere, donkere, kant van een compliment krijgen
in een dergelijke situatie. Als iemand zegt “Nu begrijp ik het” betekent dat
dat die iemand tot dan toe niet tevreden was. Wat je ook hoort van leerlingen
is “Oh, nooit van gehoord”. De ervaring zegt dat ze dezelfde boodschap het meerdere
keren hebben gehoord, maar ze konden en wisten op dat moment niet (hoe) te horen.
Ze waren niet rijp voor het luisteren. Dat maakt eigenlijk het verschil: een
nieuwe iemand komt langs en de leerlingen begrijpen het. Het kwartje valt. Het
kwartje is rijp. Toch heeft iemand veel eerder ervoor gezorgd om dat kwartje
gezond te rijpen.
Een nadeel van regelmatig een groep coachen is dat je in een
patroon blijft en jouw ploeg een beetje doof wordt. De atleet wordt niet meer
geprikkeld. Nee, het is niet prettig voor jou als coach om dingen te vertellen,
vervolgens naar jouw ploeg te kijken en te zien dat, ondanks jouw inspanning en
goede bedoelingen, jouw roeier het nog steeds niet begrijpt. Je blijft op
hetzelfde manier jouw aanwijzingen roepen, jouw roeier doet vervolgens nog
steeds niet wat je zou willen, je roept nog een keer… en zo wordt de frustratie
van beide kanten alleen maar groter en groter. De sleutel ligt heel vaak bij
jou, de coach. De kunst in een dergelijke situatie is, dat jij, als coach, je
hervindt, dat je nog een ander instrument probeert, dat je een andere prikkelt ontdekt.
Kritiek krijgen vind ik helemaal niet leuk. Ook goed bedoeld,
hoor, het maakt niet uit. Twee nachten slaap ik slecht. Je besteedt zo veel
energie erin en doet zo veel, en het is nog steeds niet goed... Hoe dan? Wat
moet je wel doen? Nee, dat klopt niet! Nee, de kritiek is onterecht! Maar na
twee dagen komt het gelukkig goed, je wordt rustig, je begrijpt dat die
opmerkingen jou eigenlijk verder alleen maar helpen.
Waar begin je eigenlijk met het roeien? Je kunt niet zeggen:
eerst een stap naar links, je gewicht langzaam verplaatsen en daarna een schot
in de bal. Nee, dat werkt niet in roeien. De roeibeweging is een doorgaande cyclus,
zonder een moment pauze tussenin. Hij begint nergens en hij eindigt nergens.
Waar begint je dan als je iets wil veranderen? Bij de inpik? Bij het moment dat
de bladen al in het water zijn? Bij de uitpik? Zo ga je door en door en zo kom
je terug bij die inpik. En je mag opnieuw beginnen. Ik ken zelf geen recept,
hoor. Wat ik heb ontdekt en tegenwoordig fijn vind is te denken in het patroon
van een halve cyclus. Dat wil zeggen het voorbereiden van de volgende beweging.
Als je een beweging goed wil krijgen, begin dan maar een half stapje eerder,
met de voorbereiding van die beweging. De inpik hoort zo bij de recover, de hal
bij de inpik, de uitpik bij de hal… en zo ga je door.
Later, op een moment, snappen jouw roeiers het wel “Oh, ja,
nu begrijp ik het”, hun beweging begint de juiste vorm te krijgen en jouw
geduld wordt gewaardeerd. Je hebt zin om nog verder te gaan, nog andere grenzen
van het ingeslepen patroon te overschrijden. Je werkt aan het rijpen van het
volgende kwartje.
woensdag 3 april 2013
HondenOVERLAST
Beste mevrouw T***ic,
U naam klinkt als een naam met Oost-Europese
wortels. Ik kom ook uit Oost-Europa. Misschien bent u geboren hier in
Nederland, dus u bent een gewone Nederlandse, maar ik kan gokken dat een van uw
(groot)ouders ergens in Oost-Europa geboren is. Kunt u zich herinneren het
moment waarop Geert Wilders het meldpunt voor Oost-Europeanen in elkaar heeft
geknutseld? “De PVV opent vandaag een meldpunt voor overlast van
Midden- en Oost-Europeanen. Iedereen met klachten over overlast, vervuiling en
verdringing op de arbeidsmarkt kan er terecht, laat de partij weten.” Dat was ook vanwege de “overlast”. Hebt u met
uw ouders toen erover gehad, wat vonden ze ervan? Vonden ze dat niet onterecht,
dat Wilders van enkele uitzonderingen een regel maakte? Hij zette toen mensen
tegen elkaar, of niet?
“Bewoners in Zuid hebben zich uitgesproken: ze hebben genoeg van de
overlast van hondenpoep” schrijft u. Ik tel 22 gebruikers die een boodschap op
uw webpagina achterlaten: 14 zijn negatief over honden (64%) en 8 relativeren
over het woord “overlast” (36%). U schrijft vervolgens een artikel met 11
negatieve reacties en slechts 1 relativerende reactie:, dus een verhouding 92%
tegen 8%. Wat zegt u in het eind van het artikel? “Naast de vele reacties van
mensen met klachten, waren er ook een aantal reacties van bewoners die deze
discussie ongepast en onzinnig vonden.” Vindt u deze verhouding eerlijk “vele”
tegen “een aantal”? Dat kan Wilders ook zeggen tegen uw ouders: “Vele”
Oost-Europeanen veroorzaken overlast, “een aantal” doen netjes.
Nog een voorbeeld: Amsterdam heeft een oppervlakte van 219 km2,
waarvan een kwart water, dus 164 km2 droog land, inclusief gebouwen.
Als die gebouwen 25% van de oppervlakte nemen, betekent dat 123 km2
effectieve ruimte. Er zijn in Amsterdam officieel 20000 honden. Als iedere hond
3 keer per dag naar buiten gaat en geen van de bazen de poep opruimt, worden er
60000 drollen per dag buiten gelaten. Stel dat een drol minimaal 10 dagen in zijn
geheel blijft. Dat betekent dat u een hondendrol op iedere 200 m2
zouden moeten vinden (14m x14m). Ik besteed best veel tijd buiten en ik kan u
verzekeren dat dat niet waar is. Dat betekent voor mij dat de meeste
hondenbezitters wel hun hondenpoep opruimen. Wat doet u met uw artikel: een
uitzondering in een regel vertalen, net zoals Wilders. Vertel even nog een keer
aan uw ouders over regels en uitzonderingen.
De hele warme zaterdag van die april van enkele jaren geleden? Kunt u zich herinneren
hoe het Vondelpark op zondag vol was met troep? Hebt u op die specifieke dag
gehoord over boetes? Van welk geld heeft de Gemeente de hele troep opgeruimd?
Ook van die hondenbelasting, hoor. Vindt u dat eerlijk, dat van het geld van
mijn hond iemand anders troep wordt opgeruimd? Fietst u eens door de stad en ziet
u eens de grote grijze vuilniszaken die de hele week op straat rond hangen? Die
lijken mij veel groter en veel gevaarlijker voor het milieu dan een hondendrol.
Hoeveel boetes verdeelt de Gemeente hiervoor? Fiets af en toe bij mij in de
buurt en u kunt zwerfafval zien. Die komt niet van de hondenbezitters, hoor. Wie
betaalt boetes daarvoor? U kruist de straat af en toe op rood. Hoeveel boete
hebt u betaald voor op rood de straat oversteken? Oh, sorry, u doet dat nooit,
maar nooit één van de bovengenoemde dingen. Excuus, u niet, inderdaad. Ook de
22 mensen die hebben gereageerd niet, hoor. Altijd de anderen, ja, dat is het,
de anderen! De Gemeente moet boetes verdelen voor de ánderen die overlast
veroorzaken!
Ik ken u persoonlijk niet, maar u veroorzaakt mij ook “overlast”, hoor. U gebruikt
een fiets. Hebt u gelezen over “fietsoverlast” op de treinstations? Hebt u uw
fiets altijd netjes geparkeerd, of af en toe wild op straat tegen een pal omdat
dat handig was? Of u gaat met auto. Hebt u gelezen over “parkeeroverlast” in Zuid?
Of misschien over asfalt, CO2-uitstoot en geluidsoverlast? U gaat met vakantie
met een vliegtuig; veel vervuiling van de Buitenveldertse lucht, ook geluidsoverlast;
denkt u voor een moment hieraan als u boven mijn huis vliegt naar uw
vakantiebestemming? U doet regelmatig boodschappen bij Albert Hein en u koopt
af en toe plofkip; daardoor krijg ik nog minder kwaliteitskip in de supermarkt.
Vraag u uw ouders waar de echte Oost-Europese kip naar smaakt en vraag hen aan
Wilders te vertellen wat de Nederlanders van de Oost-Europeanen kunnen leren
over lekker eten.
U zegt dat de hondenbezitters die aangesproken worden op hun gedrag een grote
mond hebben. Is dat typisch voor de hondenbezitters of is dat typisch voor ons
allemaal? Ik heb die moeder aangesproken die met haar kinderen in de bakfiets
op rood tussen de auto’s de straat oversteekt; ik heb die oude mevrouw aangesproken
die dwars door het park fietst; ik heb die ouders aangesproeken die samen met
hun zoon de wilde vogels in het park met brood voeren en verteld dat dat voor
de vogels niet gezond is; ik heb die man aangesproken die te hard in de 30 km-zone
rijdt; ik heb die man aangesproken die in het stilte coupe aan het bellen was; één
voor één vonden ze het aangesproken worden helemaal niet leuk. Wie vindt zoiets
dan eigenlijk leuk? Geef mij graag een voorbeeld! Eén.
Begrijp me niet verkeerd: ik hou niet van hondenpoep op het grasveld. Wat
ik tegen u wil zeggen: iedere drol heeft een verhaal achter zich. Ja, dat
klopt. En ja, ik ruim niet altijd op: soms let ik niet goed op, soms poept mijn
hond diep in de bosjes. En ja, ik ken een mevrouw van 80+ die een hond heeft en
ik neem haar niet kwalijk als ze niet opruimt, ik heb haar hondendrollen liever
dan haar alleen binnen voor een TV-scherm. En ja, mensen gaan met elkaar praten
in het park en vergeten de drollen op te ruimen. En ja, de mensen zijn zat
hondenbelasting te betalen zonder iets terug voor te krijgen, dat is hun manier
om te protesteren. En ja, dat jong goedziende meisje wilde dat hondje toen ze
12 was, vond hem schattig, en nu, 6 jaar later, dat ze moet opruimen vindt ze
het vies. En ja, zijn ook mensen die gewoon lui zijn en niets willen, die bestaan
ook.
Bent u een van deze dagen bij Jozef Israëlskade langs geweest om met
hondenbezitters te spreken, wat hun verhaal is? Als journalist, bent u niet
benieuwd ook naar hún verhalen? Ik neem aan dat uw ouders ook een verhaal
hebben waardoor ze naar Nederland zijn gekomen en zij willen ook dat naar hun
verhaal geluisterd wordt voordat ze bestempeld zijn als Oost-Europeanen die
alleen maar overlast veroorzaken.
Genoeg verhalen om een eerlijk artikel over honden en mensen te schrijven,
zodat uw ouders weer trots op u kunnen zijn. Geen bankmakerij verspreiden, geen
mensen tegen elkaar spelen, geen regel maken van een uitzondering! Succes!
Met vriendelijke groet.
Abonneren op:
Posts (Atom)