dinsdag 9 april 2013

Een kwartje valt als hij rijp is (versie 2)


Complimenten krijgen. Ja, dat is makkelijk na slechts één inspanning. Jouw manier van werken en communiceren is nieuw voor de groep, dus de kans dat jouw prikkel volledig raakt heel groot is. “Oh, ja, zo moet het”, “Oh, ja, nu begrijp ik het”, “Oh, ja, het kwartje valt nu”…

Er is een toch een andere, donkere, kant van een compliment krijgen in een dergelijke situatie. Als iemand zegt “Nu begrijp ik het” betekent dat dat die iemand tot dan toe niet tevreden was. Wat je ook hoort van leerlingen is “Oh, nooit van gehoord”. De ervaring zegt dat ze dezelfde boodschap het meerdere keren hebben gehoord, maar ze konden en wisten op dat moment niet (hoe) te horen. Ze waren niet rijp voor het luisteren. Dat maakt eigenlijk het verschil: een nieuwe iemand komt langs en de leerlingen begrijpen het. Het kwartje valt. Het kwartje is rijp. Toch heeft iemand veel eerder ervoor gezorgd om dat kwartje gezond te rijpen.

Een nadeel van regelmatig een groep coachen is dat je in een patroon blijft en jouw ploeg een beetje doof wordt. De atleet wordt niet meer geprikkeld. Nee, het is niet prettig voor jou als coach om dingen te vertellen, vervolgens naar jouw ploeg te kijken en te zien dat, ondanks jouw inspanning en goede bedoelingen, jouw roeier het nog steeds niet begrijpt. Je blijft op hetzelfde manier jouw aanwijzingen roepen, jouw roeier doet vervolgens nog steeds niet wat je zou willen, je roept nog een keer… en zo wordt de frustratie van beide kanten alleen maar groter en groter. De sleutel ligt heel vaak bij jou, de coach. De kunst in een dergelijke situatie is, dat jij, als coach, je hervindt, dat je nog een ander instrument probeert, dat je een andere prikkelt ontdekt.

Kritiek krijgen vind ik helemaal niet leuk. Ook goed bedoeld, hoor, het maakt niet uit. Twee nachten slaap ik slecht. Je besteedt zo veel energie erin en doet zo veel, en het is nog steeds niet goed... Hoe dan? Wat moet je wel doen? Nee, dat klopt niet! Nee, de kritiek is onterecht! Maar na twee dagen komt het gelukkig goed, je wordt rustig, je begrijpt dat die opmerkingen jou eigenlijk verder alleen maar helpen.

Waar begin je eigenlijk met het roeien? Je kunt niet zeggen: eerst een stap naar links, je gewicht langzaam verplaatsen en daarna een schot in de bal. Nee, dat werkt niet in roeien. De roeibeweging is een doorgaande cyclus, zonder een moment pauze tussenin. Hij begint nergens en hij eindigt nergens. Waar begint je dan als je iets wil veranderen? Bij de inpik? Bij het moment dat de bladen al in het water zijn? Bij de uitpik? Zo ga je door en door en zo kom je terug bij die inpik. En je mag opnieuw beginnen. Ik ken zelf geen recept, hoor. Wat ik heb ontdekt en tegenwoordig fijn vind is te denken in het patroon van een halve cyclus. Dat wil zeggen het voorbereiden van de volgende beweging. Als je een beweging goed wil krijgen, begin dan maar een half stapje eerder, met de voorbereiding van die beweging. De inpik hoort zo bij de recover, de hal bij de inpik, de uitpik bij de hal… en zo ga je door.

Later, op een moment, snappen jouw roeiers het wel “Oh, ja, nu begrijp ik het”, hun beweging begint de juiste vorm te krijgen en jouw geduld wordt gewaardeerd. Je hebt zin om nog verder te gaan, nog andere grenzen van het ingeslepen patroon te overschrijden. Je werkt aan het rijpen van het volgende kwartje.

woensdag 3 april 2013

HondenOVERLAST


Beste mevrouw T***ic,

U naam klinkt als een naam met Oost-Europese wortels. Ik kom ook uit Oost-Europa. Misschien bent u geboren hier in Nederland, dus u bent een gewone Nederlandse, maar ik kan gokken dat een van uw (groot)ouders ergens in Oost-Europa geboren is. Kunt u zich herinneren het moment waarop Geert Wilders het meldpunt voor Oost-Europeanen in elkaar heeft geknutseld? “De PVV opent vandaag een meldpunt voor overlast van Midden- en Oost-Europeanen. Iedereen met klachten over overlast, vervuiling en verdringing op de arbeidsmarkt kan er terecht, laat de partij weten.” Dat was ook vanwege de “overlast”. Hebt u met uw ouders toen erover gehad, wat vonden ze ervan? Vonden ze dat niet onterecht, dat Wilders van enkele uitzonderingen een regel maakte? Hij zette toen mensen tegen elkaar, of niet?

“Bewoners in Zuid hebben zich uitgesproken: ze hebben genoeg van de overlast van hondenpoep” schrijft u. Ik tel 22 gebruikers die een boodschap op uw webpagina achterlaten: 14 zijn negatief over honden (64%) en 8 relativeren over het woord “overlast” (36%). U schrijft vervolgens een artikel met 11 negatieve reacties en slechts 1 relativerende reactie:, dus een verhouding 92% tegen 8%. Wat zegt u in het eind van het artikel? “Naast de vele reacties van mensen met klachten, waren er ook een aantal reacties van bewoners die deze discussie ongepast en onzinnig vonden.” Vindt u deze verhouding eerlijk “vele” tegen “een aantal”? Dat kan Wilders ook zeggen tegen uw ouders: “Vele” Oost-Europeanen veroorzaken overlast, “een aantal” doen netjes.

Nog een voorbeeld: Amsterdam heeft een oppervlakte van 219 km2, waarvan een kwart water, dus 164 km2 droog land, inclusief gebouwen. Als die gebouwen 25% van de oppervlakte nemen, betekent dat 123 km2 effectieve ruimte. Er zijn in Amsterdam officieel 20000 honden. Als iedere hond 3 keer per dag naar buiten gaat en geen van de bazen de poep opruimt, worden er 60000 drollen per dag buiten gelaten. Stel dat een drol minimaal 10 dagen in zijn geheel blijft. Dat betekent dat u een hondendrol op iedere 200 m2 zouden moeten vinden (14m x14m). Ik besteed best veel tijd buiten en ik kan u verzekeren dat dat niet waar is. Dat betekent voor mij dat de meeste hondenbezitters wel hun hondenpoep opruimen. Wat doet u met uw artikel: een uitzondering in een regel vertalen, net zoals Wilders. Vertel even nog een keer aan uw ouders over regels en uitzonderingen.

De hele warme zaterdag van die april van enkele jaren geleden? Kunt u zich herinneren hoe het Vondelpark op zondag vol was met troep? Hebt u op die specifieke dag gehoord over boetes? Van welk geld heeft de Gemeente de hele troep opgeruimd? Ook van die hondenbelasting, hoor. Vindt u dat eerlijk, dat van het geld van mijn hond iemand anders troep wordt opgeruimd? Fietst u eens door de stad en ziet u eens de grote grijze vuilniszaken die de hele week op straat rond hangen? Die lijken mij veel groter en veel gevaarlijker voor het milieu dan een hondendrol. Hoeveel boetes verdeelt de Gemeente hiervoor? Fiets af en toe bij mij in de buurt en u kunt zwerfafval zien. Die komt niet van de hondenbezitters, hoor. Wie betaalt boetes daarvoor? U kruist de straat af en toe op rood. Hoeveel boete hebt u betaald voor op rood de straat oversteken? Oh, sorry, u doet dat nooit, maar nooit één van de bovengenoemde dingen. Excuus, u niet, inderdaad. Ook de 22 mensen die hebben gereageerd niet, hoor. Altijd de anderen, ja, dat is het, de anderen! De Gemeente moet boetes verdelen voor de ánderen die overlast veroorzaken!

Ik ken u persoonlijk niet, maar u veroorzaakt mij ook “overlast”, hoor. U gebruikt een fiets. Hebt u gelezen over “fietsoverlast” op de treinstations? Hebt u uw fiets altijd netjes geparkeerd, of af en toe wild op straat tegen een pal omdat dat handig was? Of u gaat met auto. Hebt u gelezen over “parkeeroverlast” in Zuid? Of misschien over asfalt, CO2-uitstoot en geluidsoverlast? U gaat met vakantie met een vliegtuig; veel vervuiling van de Buitenveldertse lucht, ook geluidsoverlast; denkt u voor een moment hieraan als u boven mijn huis vliegt naar uw vakantiebestemming? U doet regelmatig boodschappen bij Albert Hein en u koopt af en toe plofkip; daardoor krijg ik nog minder kwaliteitskip in de supermarkt. Vraag u uw ouders waar de echte Oost-Europese kip naar smaakt en vraag hen aan Wilders te vertellen wat de Nederlanders van de Oost-Europeanen kunnen leren over lekker eten.

U zegt dat de hondenbezitters die aangesproken worden op hun gedrag een grote mond hebben. Is dat typisch voor de hondenbezitters of is dat typisch voor ons allemaal? Ik heb die moeder aangesproken die met haar kinderen in de bakfiets op rood tussen de auto’s de straat oversteekt; ik heb die oude mevrouw aangesproken die dwars door het park fietst; ik heb die ouders aangesproeken die samen met hun zoon de wilde vogels in het park met brood voeren en verteld dat dat voor de vogels niet gezond is; ik heb die man aangesproken die te hard in de 30 km-zone rijdt; ik heb die man aangesproken die in het stilte coupe aan het bellen was; één voor één vonden ze het aangesproken worden helemaal niet leuk. Wie vindt zoiets dan eigenlijk leuk? Geef mij graag een voorbeeld! Eén.

Begrijp me niet verkeerd: ik hou niet van hondenpoep op het grasveld. Wat ik tegen u wil zeggen: iedere drol heeft een verhaal achter zich. Ja, dat klopt. En ja, ik ruim niet altijd op: soms let ik niet goed op, soms poept mijn hond diep in de bosjes. En ja, ik ken een mevrouw van 80+ die een hond heeft en ik neem haar niet kwalijk als ze niet opruimt, ik heb haar hondendrollen liever dan haar alleen binnen voor een TV-scherm. En ja, mensen gaan met elkaar praten in het park en vergeten de drollen op te ruimen. En ja, de mensen zijn zat hondenbelasting te betalen zonder iets terug voor te krijgen, dat is hun manier om te protesteren. En ja, dat jong goedziende meisje wilde dat hondje toen ze 12 was, vond hem schattig, en nu, 6 jaar later, dat ze moet opruimen vindt ze het vies. En ja, zijn ook mensen die gewoon lui zijn en niets willen, die bestaan ook.

Bent u een van deze dagen bij Jozef Israëlskade langs geweest om met hondenbezitters te spreken, wat hun verhaal is? Als journalist, bent u niet benieuwd ook naar hún verhalen? Ik neem aan dat uw ouders ook een verhaal hebben waardoor ze naar Nederland zijn gekomen en zij willen ook dat naar hun verhaal geluisterd wordt voordat ze bestempeld zijn als Oost-Europeanen die alleen maar overlast veroorzaken.

Genoeg verhalen om een eerlijk artikel over honden en mensen te schrijven, zodat uw ouders weer trots op u kunnen zijn. Geen bankmakerij verspreiden, geen mensen tegen elkaar spelen, geen regel maken van een uitzondering! Succes!

Met vriendelijke groet.

maandag 1 april 2013

Een kwartje valt als hij rijp is (versie 1)


Complimenten krijgen. Ja, dat is makkelijk na slechts één inspanning. Jouw manier van werken en communiceren is nieuw voor de groep, dus de kans dat jouw prikkel raakt heel groot is. “Oh, ja, zo moet het”, “Oh, ja, nu begrijp ik het”, “Oh, ja, het kwartje valt nu”…

Er is een toch een donkere kant van een compliment krijgen in een dergelijke situatie. Als iemand zegt “Nu begrijp ik het” betekent dat, dat die iemand tot dan toe niet tevreden was. (Wat je heel vaak hoort als instructeurs van leerlingen is) Of “Oh, nooit van gehoord” (en dat is niet waar). Ze hebben het zeker zelfs meerdere keren gehoord, maar ze konden/wisten niet te luisteren. Ze waren niet rijp voor het luisteren. En zo komt een nieuwe iemand langs een keer en zij begrijpen het. Het kwartje valt. Het kwartje is rijp. Iemand heeft ervoor gezorgd om dat kwartje gezond te rijpen.

Dat is het nadeel van regelmatig een groep coachen. Je blijft in een patroon en jouw ploeg wordt een beetje doof. Jouw ploeg wordt niet meer geprikkeld. Niet prettig. Het is niet prettig voor jou als coach om dingen te vertellen, naar jouw ploeg te kijken en te zien dat, ondanks jouw energie, jouw roeier het nog steeds niet snapt. Je blijft roepen, jouw roeier doet het nog steeds niet, je roept nog een keer… en zo wordt alleen maar de frustratie van beide kanten hoger en hoger. De kunst is in een dergelijke situatie, dat jij, als coach, nog meer anders / nog een andere methode probeert.

Kritiek krijgen is helemaal niet leuk. Ook goed bedoelt, hoor. Twee dagen slaap je slecht. Jij besteedt zo veel energie erin en doet zo veel, en het is nog steeds niet goed... Hoe dan? Wat moet je wel doen? Nee, dat klopt niet! Nee, de kritiek is onterecht! Na twee dagen komt het goed, jij wordt rustig, jij begrijpt dat die opmerkingen jou eigenlijk verder alleen maar helpen.

Waar begin je eigenlijk met het roeien? Je kunt niet zeggen: eerst een stap naar links, je gewicht langzaam verplaatsen en daarna een schot in de bal. Nee, dat werkt niet. De roeibeweging is een cyclus. Hij begint nergens en hij eindigt nergens? Waar begint je dan? Bij de inpik? Ja, maar de voorbereiding is niet goed genoeg op dit moment. Bij het moment dat de bladen in het water zijn? Ok, dan maar bij de voorbereiding. Ja, maar de uitpik is niet goed. Ok, ok, ik begrijp het, een stapje daarvoor, bij de uitpik. Maar kijk, om dat krijgen heb je druk nodig op het blad… En zo ga je door, en zo kom je terug bij die inpik.

Ik heb zelf geen recept, hoor. Wat ik wel fijn vind is te denken in het patroon van de halve cyclus. Het voorbereiden van de volgende beweging. Als je dát goed wil krijgen, begin dan maar een half stapje eerder.
Later, op een moment, snappen jouw roeiers het wel “Oh, ja, nu begrijp ik het”, hun beweging begint vorm te krijgen en jouw geduld wordt gewaardeerd. Je hebt zin om nog verder te gaan, nog andere grenzen te overschrijden.

maandag 11 maart 2013

Heel belangrijk werk... vind ik

Enkele weken geleden stond in NRC een interview met een van de eigenaren van de supermarkt Marqt, Quirijn Bolle (37). Vertellen over ondernemen, natuurlijke producten en een blik op de hedendaagse wereld. Ik bleef stil bij een zin van hem: “Nu is het voordelig om een machine die wordt bediend door twee technici vijfduizend broden per uur te laten uitspugen. Ik denk dat het voor de samenleving in alle opzichten beter is als je twee bakkers zeshonderd echte broden per dag laat bakken. Dan heb je een product dat met aandacht gemaakt is, dus waardevoller is, en waar meer werkgelegenheid uit voortkomt”. En dat bracht nog twee beelden in mijn hoofd:

* Een vriend van mij, schrijver, zei over een baan als een portier bij een garage van een hotel: Je begroet mensen, maakt een praatje, ontdekt verhalen en, als het stil ligt, kan je in je hokje boeken lezen. Misschien economisch niet profitabel, maar je compenseert met een glimlach en een klant die zich goed voelt: hij zit tegen een mens te praten en niet tegen een automaat.

* Iedere dag zet ik mijn fiets in de fietsenstalling van Station Zuid. Daar werken enkele mannen van Pantar. Niet de meest begaafde, maar altijd vriendelijk en helpvol. Ze blijven de hele dag bezig, doen nuttig werk en runnen een tent die heel handig voor de stad is.
Deze twee/drie voorbeelden zijn voor mij beelden van heel belangrijk werk: misschien niet meteen economisch, maar in mijn opinie een hele belangrijke toegevoegde waarde voor onze maatschappij. Ik ben zeer blij dat, in de tijd van bezuinigingen, niet iedereen bang is voor “onmeetbare” waarde.

zondag 3 maart 2013

Ik geef geen tips

Heel vaak word ik gevraagd voor tips. Speciaal als ik voor de eerste keer in die groep ben. Ik stel de vraag: "Wat kan ik voor jullie vandaag betekenen?" Antwoord: "Geef ons enkele tips". En wat zeg ik? "Nee, sorry, ik geef geen tips."

Ik geloof niet in tips, dat is eigenlijk het probleem. Ik geloof in veel oefenen voordat een resultaat komt. Ik zie de tips als iets vrijblijvend. Jij doet het een keer, het gaat zo en zo, en dat was het. Nooit meer proberen, nooit meer de moeite ermee, nooit meer doen.

Misschien maak je de mensen gelukkig op dat moment met een lange lijst tips, maar het gaat niet erom, het gaat over veranderingen. Die komen van oefenen en niet van vrijblijvenheid.

Het kwartje (tip) valt als het juiste moment is gekomen, maar over "kwartjes" een andere keer...

donderdag 28 februari 2013

Vlakbij Weesp

Vanochtend in de trein had ik zin alleen in een kopje koffie en Radio 4. Een beetje mistig buiten, maar wel gezellig uit het raam te kijken. Kort na Weesp. Gewoon polder. Op de radio Chopin vanwege zijn jubileum. En, in een keer, ganzen, heel veel grote mooie grijze ganzen, en als ik duizend zeg ben ik wel in de buurt. Een heel mooi begin van de dag. Echt.

zaterdag 23 februari 2013

Mamaliga "A la Olanda"

Dragilor,

O mamaliga cum mai rar intilnesti la Romania; tocmai de aia ii zic "a la Olanda".

Incepi simplu cu o mamaliga din malai ceva mai fin. Cind e aproape gata, deci nu uscata, pui in ea - pe indestulate! - vreo 50g de unt, brinza de oaie / cascaval ceva mai veche si niste brinza de aia mai verde / albastra (de tipul Danish Blue). Lasi citeva minute, asa... vreo 5. Daca se face prea uscata mamaliga, desi nu prea cred, mai pun nitel lapte sau unt. Cind e aproape gata, pui patrunjel verde, proaspat, pe indestulate. Nu ca sa iasa mamaliga verde, dar sa simti bine gustul de patrunjel proaspat.

Intre timp pui pe grill niste cirnati gustosi si grasuni, plus niste oua fierte sau ochiuri.

Impreuna sint un deliciu, crede-ma! Neaparat stropit cu vin!

Pofta buna si "Groeten uit Nederland!"

donderdag 14 februari 2013

Neem NIET op!

“Hallo, ik zit in een vergadering”, “Hallo, ik zit in de stiltecoupé”, “Hallo, ik zit in een gesprek”... en toch blijven praten…

Natuurlijk heb je dit, net zoals ik, heel vaak gehoord. Wat ze niet realiseren is dat ze twee keer irritant en onbeleefd zijn en niets op mee schieten. Eén keer tegen de persoon aan het andere eind van de lijn (“Ik maak een faveur, eikel, dus schiet op! Ik wil eigenlijk naar jou niet goed luisteren.”) en tweede keer tegen de personen in de omgeving (“Wat jullie zeggen en doen vind ik helemaal niet belangrijk, ik doe mijn eigen dingen, jullie kunnen door met jullie klets”).
Bij dezen, dames en heren: “Neem NIET op!”, we hebben met ons allen een voicemail-box en die ene die belt vindt het heel fijner om een boodschap achter te laten dan te weten dat niemand naar hem actief luistert. Alstublieft!!!

woensdag 13 februari 2013

Motiveren vs. Inspireren

Een wat oudere blog, maar goeed om hier te staan.

In een artikel heb ik wat tijd geleden gelezen over het verschil tussen motiveren en inspireren. Bij het Motiveren was de bedoeling dat je, als leidinggevende, naar de energie zoekt die in jouw mensen al aanwezig is. Bij het Inspireren is juist het idee om niet naar de energie te zoeken (die is al daar aanwezig), maar alleen te weten hoe jouw mensen die energie los kunnen krijgen. Dat vond ik een heel leuk idee, ook omdat ik altijd vond dat heel leuk is om mensen te kunnen motiveren. Juist niet: de energie is al aanwezig, moet alleen maar los.

De volgende stap was het boek “De kracht van bezieling, Drijfveren van individuen en organisaties” van Lenette Schuijt. In het hoofdstuk over Leiderschap beschrijft de auteur de manier om anderen te bezielen:

“Op twee manieren kan een leider anderen bezielen. Je kunt, gedreven door een innerlijke kracht, anderen winnen voor een visie of een ideaal. Of je kunt anderen aanspreken op hun eigen bezieling”. Klinkt heel interessant.

De eerste optie betekent in de anderen iets wakker te roepen. Het resultaat is navolgerschap. Het klinkt voor mij gelijk met motiveren.

De tweede optie is om de anderen op hun eigen energie te spreken. Het klinkt voor mij gelijk met inspireren. De anderen worden bewust van hun eigen kracht. Mijn beeld van mensen die geïnspireerd raken is dat iemand meteen de energie heeft/krijgt om met volle overtuiging, zonder tijdsgrens, dingen te doen. Jij hoeft eigenlijk niet meer te doen, alleen af en toe zorgen dat de richting goed blijft. Geweldig!

Mijn volgende vraag is hoe je dat kan doen, mensen inspireren. Op naar de volgende stap!!!

maandag 11 februari 2013

The say of the day

Deel van de communicatie met mijn roeiers zijn de nieuwsbrieven. Bovenop de gewone informatie over de trainingen, probeer ik interessante zegjes te melden van de wereld van (top)sporten. Dat noem ik "The say of the day". Hieronder enkele voorbeelden.
  • Na mijn eerste jaar coachen was ik meer en meer bewust van het doelen stellen. Ik doe nog steeds mijn best om niet meer te willen dan mijn roeiers. Het is heel gewaarlijk om andersom te doen, dat houden de beide partijen geen lange tijd vol. Het gaat over hen, dat zij een doel hebben en ik als coach dat doel waar probeer te maken. Of met andere woorden: "De ploeg kiest, de coach zorgt voor de consequenties".
  • Een andere die ik regelmatig gebruik is "De winnaars hebben een plan, de verliezers een excuus". Dat hoor je zooooo vaak na de wedstrijden. Oh, ja, maar, ze waren jonger, we hadden koud bij de start, hun boot was nieuwer, etc, etc. De bekende verhalen die beginnen met "Ja, maar..." Nee, je moet gericht trainen, niets laten liggen, voor alles goed voorbereid zijn: matariaal, weer, roeibaan, etc. Geen excuus daarna, jouw best doen al in de voorbereidingen, geen verassingen.
  • Wat ik heel vaak tegen mijn roeiers zeg is dat "Only the best teams can paddle". Kijk naar de boten die light over het water gaan: Kunnen ze goed in balans blijven zonder kracht te zetten? De meeste niet, ze moeten vaart maken om in balans te komen. Juist, hier is mijn punt, als je al in light goed samen kan roeien en in balans blijft, dan ben je al een heel eind... Dezelfde met ongedraaid blad roeien. Kijk even rond... iemand?
  • Ook bij de beste ploegen is werk aan de tent. Denk aan: "Om beter te worden, moet je naar werelden die je niet kent", of wat Jeroen Otter met andere worden zegt "Laat een sporter zich soms oncomfortabel voelen. Laat hem comfortabel worden met het oncomfortabele". Mario Andretti zegt "If everything seems under control, you are not going fast enough". Ook de beste, (bijna perfecte) ploegen kunnen harder. Doe iets anders, laat ze een klein beetje af en toe twijfelen.
  • Heel grappig vond ik de analyse van Xeno Muller van de finale M8+ van London met "Finding good rowing in men’s eight, even at the Olympics, is pretty difficult". Ha!
  • In een interview na het Roeicongres van dit jaar zegt Joop Alberda enkele hele interessante dingen: Eerst over wat coachen eigenlijk betekent (kijk bij 3min37sec) en daarna over optimaal presteren van een topsporter (kijk bij 4min30sec), met accent op de eigenschappen van de Nederlandse roeier (kijk bij 5min00sec). Herkenbaar? Ook voor jezelf als roeier?
Zoals hierboven te zien, genoeg materiaal om geinspireerd te worden voor top presteren. Dat hoop ik voor mij als coach/roeier, maar ook voor mijn atleten.