Beste
heer R.,
Wat ik
u hieronder wil vertellen is waarschijnlijk niet nieuw. Ik kan me voorstellen
dat veel mensen kunnen vertellen waarom dit idee niet kan werken, ik wil
vertellen waarom juist wel.
D. is
een hele goede roeier: heel technisch, heel snel, met een uitstekend gevoel van
het water, met een echte winnaarsmentaliteit. Hij is nog steeds jong en zijn
lichaam is nog niet op zijn maximum als sterkte. Kijk terug naar de World Cup I
finale en hoe hij daar op techniek en souplesse heeft gewonnen. D. zal straks in
Rio in zijn huidige nummers (2x of 4x) geen medaille halen. Tot nu toe heeft
hij naar mijn inzicht geen gelijkwaardige partners gevonden om de
internationale top te bereiken, alleen kan hij dat ook niet doen. De
tegenstanders in het 1x- of 2x-veld zijn een klasse hoger.
R. is
ook een hele goede roeier: heel sterk, heel gedisciplineerd, werkt heel veel en
heel hard om straks de top te bereiken, alles draait voor hem alleen om het
roeien. Wat hij niet heeft is de snelheid en de souplesse. R. zal straks in Rio
ook geen medaille halen in zijn eentje. Hij is dit seizoen nog steeds niet in
staat om regelmatig finale plaatsen te halen en mee te doen aan de medailles.
Zijn tegenstanders zijn één voor één een klasse hoger.
U ziet
het komen: Verenig de beide werelden!! Laat D. samen met R. roeien in 2x,
gebruik hun sterke punten, minimaliseer hun zwaktes en creëer een winnende
ploeg. Misschien zijn ze niet de beste match qua karakter, maar ze kunnen van
elkaar leren en samen beter worden. Zet D. op slag met zijn techniek en
souplesse en zet R. op boeg met zijn kracht en werkvermogen. U hebt de mogelijkheden
om hen te overtuigen dat het zo beter is, ze willen van de kampionen leren.
Ze
maken samen wel een kans voor een medaille straks in Rio, dat willen ze
allebei. Alleen kunnen ze niet, samen wel!!
dinsdag 8 juli 2014
maandag 23 juni 2014
Pythagoras en D/T
Laatste
weken heb ik veel gelezen over (voortgezet)onderwijs en met kennissen erover
gepraat. Over het bèta onderwijs wordt het geklaagd dat de leerlingen niet geïnteresseerd
zijn in exacte vakken, klagen dat het rekenen te moeilijk is en vervolgens zitten
in de klas zich te vervellen.
Ook in de laatste weken heb ik documenten gelezen van projectleiders (“witte” Nederlanders!, hoogopgeleid, dikke salarissen) die regelmatig de D’s en T’s door elkaar schrijven.
Ik zie zelf duidelijke verbintenissen tussen deze twee opmerkingen:
Ook in de laatste weken heb ik documenten gelezen van projectleiders (“witte” Nederlanders!, hoogopgeleid, dikke salarissen) die regelmatig de D’s en T’s door elkaar schrijven.
Ik zie zelf duidelijke verbintenissen tussen deze twee opmerkingen:
- Wiskunde gaat niet alleen over cijfers; wiskunde gaat over abstract denken, wiskunde gaat over ontwikkeling van denkpatronen. Met pen en papier of uit je hoofd, leer je om te denken, verbintenissen te maken. Precies dezelfde is met de D’s en T’s: denken, denken, denken… totdat alles in een patroon valt.
- Het onderwijs stelt voor (te veel) trucjes om rekenen te leren, terwijl heel vaak de juiste weg is “keep it simple” of “back to the basis”. Wees niet bang om terug naar de basis te gaan, het is niets mis met de oude Grieken, hoor…
- De maatschappij ziet de kinderen als “alles moeten kunnen” en ze willen hen niet beperken, terwijl het grenzen stellen duidelijkheid biedt naar de toekomst. Een leerling is (nog) niet in staat om alles zelf te bepalen. Pushen om te leren rekenen, te oefenen, is niet verkeerd, je leert een manier van werken die heel nuttig in de toekomst is.
- Iets wat de (Nederlandse) maatschappij helemaal niet ziet is, is hoe belangrijk de rol van de ouders met betrekking tot onderwijs is. Als de belangstelling van leren alleen op school onderstreept is, terwijl de leerlingen thuis geen druk voelen, heb je geen toekomst aan. Kijk naar Oost-Europa, waar de mid- en hoogopgeleide ouders hun kinderen nog hoger dan zichzelf willen brengen, terwijl hier vaak andersom is. Alles mag, alles kan, weinig stuur…
maandag 16 juni 2014
Nederland - Spanje
Twee mooie beelden over de voetbal wedstrijd Nederland –
Spanje:
- De eerste helft heb ik ergens in de stad gekeken, maar in de pauze ben ik naar huis gegaan. De binnentuin van het appartementencomplex was al enkele dagen versierd met vlaggetjes en dergelijk. Ik was bang dat ik tijdens de WK in een soort volkswijk zal belanden. Toen ik thuis ben gekomen, tijdens de tweede helft… twee zielige mensen voor een klein Tv-scherm, wel met oranje versiering…
- Ik ging naar binnen en de radio aangedaan, veel interessanter dan andere media. Wel de laptop aangezet om ook naar de beelden te kijken. Tot mijn grote plezier en verassing wist ik als eerste de wedstrijdontwikkelingen, pas daarna kwamen mijn buren in actie via hun Tv en als deerde kwamen de belden op het laptop-scherm. Toch naar radio luisteren!!
vrijdag 23 mei 2014
Omgaan met speciaal bier
Enkele
dagen geleden heb ik speciaal bier gekocht in de supermarkt. Als je naar de
kassa gaat, lees je bij de band dat de flessen liggend op de band dienen gezet
te worden. Het meisje heeft mijn flessen door geduwd en deze verder rollend het
eind van de boodschappenbak hebben bereikt.
Een tijd geleden heb ik boodschappen gedaan in een kleine Belgische supermarkt. De flessen speciaal bier liggend op de bank gezet. De mevrouw van de kassa heeft mij meteen erop geattendeerd dat dat niet de bedoeling was: de flessen bier horen te staan. Met haar accent kon ik eerst niet begrijpen, maar ze heeft daarna de tijd genomen om mij te vertellen dat de gist van de boden alle kanten op gaat en dat is juist níet de bedoeling.
De Nederlandse meisjes op stage sturen naar België, of misschien beter mensen met ervaring en verstand in horeca / supermarkten laten werken?
Een tijd geleden heb ik boodschappen gedaan in een kleine Belgische supermarkt. De flessen speciaal bier liggend op de bank gezet. De mevrouw van de kassa heeft mij meteen erop geattendeerd dat dat niet de bedoeling was: de flessen bier horen te staan. Met haar accent kon ik eerst niet begrijpen, maar ze heeft daarna de tijd genomen om mij te vertellen dat de gist van de boden alle kanten op gaat en dat is juist níet de bedoeling.
De Nederlandse meisjes op stage sturen naar België, of misschien beter mensen met ervaring en verstand in horeca / supermarkten laten werken?
maandag 12 mei 2014
Over een systeem...
‘Dikke’ Gabi was mijn buurman van ‘de tweede flat’. Zijn
achternaam? Geen idee, en ik wil het mijn moeder
ook niet vragen, want ik vind het leuker als het zo, onbekend, blijft.
Waarom zijn bijnaam de ‘dikke’ was? Hij was wel wat fors opgebouwd, maar of hij
echt dik was, weet ik eigenlijk niet meer. Iedereen kende hem zo.
Voor een kind van een jaar of 6, zoals ik in die tijd, leek de
18-jarige dikke Gabi mij heel erg groot. Ik kan me herinneren dat hij vaak niet
thuis was; we hoorden dan van zijn ouders dat hij ergens in het land aan het roeien was. Maar een paar keer per jaar als hij vakantie
had was hij er wel. Hij liet ons dan zijn grote spieren zien en voelen. Al die
kleine kindjes stonden dan om hem heen met hun vingertjes te drukken op zijn grote spieren…
Topsport en ook het roeien waren in het Roemenië van de
jaren ’80 georganiseerd volgens een geolied systeem. Al jong werden de atleten
geselecteerd. Trainers van verschillende clubs gingen door het hele land bij
alle middelbare scholen langs om talentvolle jongeren te scouten. Het
selectiecriterium van die tijd voor roeien?
Lengte. Mijn neef bij voorbeeld was bij een dergelijk
bezoek niet geselecteerd, gewoon omdat hij
de tweede uit zijn klas was qua lengte. Als je geselecteerd was, ging je met de
andere junioren bij een club trainen én studeren. Als arm kind was dat een
manier om omhoog te klimmen/je op te werken: eten, onderdak, onderwijs, en wat
zakgeld erbij. Nee, recreatief roeien bestond niet (nog steeds niet, trouwens),
alles stond in het teken van topsport.
Het systeem om jongens en meisjes heel jong bij elkaar
brengen en hard te laten trainen voor topsport was heel succesvol: het leverde
veel Olympische medailles op. Wikipedia vertelt ons dat Oost-Duitsland op
plaats 1 staat in het medaille klassement van de Olympische Spelen, gevolgd
door de Verenigde Staten, Groot Brittannië, Duitsland én Roemenië (19 goud, 10
zilver, 8 brons). Nederland staat op plek 14 met 5 goud, 11 zilver en 11 brons.
Ja, ja, ik hoor het: Oost-Duitsland?!
Roemenië ligt toch ook in Oost-Europa? Vertel je ons over de grote resultaten van zo’n systeem waar doping een belangrijke rol in speelt?
Een antwoord hierop kan ik niet geven. Wat ik wel weet is dat al die mannen en
vrouwen, door vanaf hun jongste jaren met veel ambitie en toewijding serieus en
hard te trainen, in staat waren goede resultaten te behalen. Niet voor niets presteren
Roemeense junioren nog steeds heel goed. Dat kan alleen het resultaat zijn van
samen voor een doel staan en serieus daar naar toe werken.
Iedereen kent grote namen uit de roeiwereld: Steve Redgrave
(Goor Brittannië), Matthew Pinsent (Groot Brittannië), Eskild Ebbesen (Denemarken)
of Nico Rienks (Nederland). Eén voor één roeiers met veel Olympische medailles (6 voor Redgrave, 4 voor Pinsent, 5 voor
Ebbesen en 3 voor Rienks) én allemaal winnaars van de FISA Thomas Keller prijs
voor een buitengewone internationale roeicarrière en voor hun voorbeeldige
sportiviteit. Steve Redgrave heeft de meeste medailles: 5 goud en 1 brons in 5
opeenvolgende spelen (1984 in 4-; 1988 in 2- en 2+; 1992 en 1996 in 2-; 2000 in
4-). Mannen. Maar hoe staat het eigenlijk met de vrouwen?
Van de eerste 10 vrouwen met de meeste medailles, komen er 7
uit Roemenië. De uitschieter? Dik op nummer één, eigenlijk nog succesvoller dan
Redgrave, staat Elisabeta Lipa met 5 goud, 2 zilver en 1 brons: 1984 in 2x;
1988 in 2x en 4x; 1992 in 1x en 2x; 1996 in 8+; 2000 in 8+; 2004 in 8+. Samen
met andere grote namen zoals Jiri Ptak, Lesley Thomson, Jueri Jaanson en James
Tomking, heeft ze deel genomen aan 6 opeenvolgende Olympische Spelen!! Ze is
ook winnaar van de FISA Thomas Keller prijs in 2008.
Zonder details te weten over de sportieve carrière van ‘dikke’ Gabi, is hij voor mij de verpersoonlijking van een systeem dat resultaten blijft leveren op het hoogste niveau. Met dat beeld in mijn hoofd ga ik straks tijdens de WK op onze Bosbaan rondlopen, niet alleen geïnteresseerd in de resultaten van de Roemeense roeiers, maar ook met vragen als: Wie zijn ze? Wat doen ze? Hoe doen ze het? Een trainingssessie meemaken, een gesprek, of misschien een handtekening op De Landtong van Elisabeta Lipa, nu de voorzitter van de Roemeense Roeibond, wie weet...
woensdag 30 april 2014
Niet alleen over treinleven
Deze
dagen staken de schoonmakers en de treinen zijn best vies. Gisteren ochtend vertelt
een conducteur: “Dames en heren, excuses dat de treinen zo smerig zijn, de
schoonmakers staken en we kunnen niets voor doen”. Ik kijk net andersom naar
deze situatie: de treinen zijn niet smerig omdat de schoonmakers staken, de
treinen zijn smerig omdat wij, de reizigers, al onze smerigheid achterlaten. De
krant, sap fles, beker koffie kan je net zo makkelijk meenemen en op het perron
in de grote prullenbakken weggooien. Groot deel van de oplossing ligt dus bij
ons, de reizigers!!
Om een stap verder te maken: al die drugs die ergens in de bossen tegenwoordig liggen en de kranten erover schrijven. Nee, het gaat niet over de clandestiene fabrikanten, het gaat over ons; we zijn de ene die drugs vragen en gebruiken, zonder onze drugsconsumptie zouden deze labs niet bestaan!!
Om een stap verder te maken: al die drugs die ergens in de bossen tegenwoordig liggen en de kranten erover schrijven. Nee, het gaat niet over de clandestiene fabrikanten, het gaat over ons; we zijn de ene die drugs vragen en gebruiken, zonder onze drugsconsumptie zouden deze labs niet bestaan!!
zondag 27 april 2014
Hoe moeilijk kan er zijn!?
Vorige
week stond in Het Parool een interview met een taalkundige. Slimme man. Hij zei
dat hij in Sri Lanka is geweest om vrijwilligerswerk te doen. En zoals iedere
taalkundige, wilde hij de taal leren. Na één jaar is het hem nog niet gelukt.
Hij vertelt twee redenen:
Wat we ook vergeten te melden zijn de Nederlanders die in het buitenland werken: neem maar Midden-Oosten met oil & gas industrie. Hoeveel van de Nederlanders die daar jaren lang werken en flink geld verdienen terug komen en vloeiend Arabisch spreken? Vertel mij niet dat zij naar het Midden-Oost voor iets anders dan voor geld gaan!!
- Die taal is totaal anders dan de talen die hij kent.
- Hij is voortdurend in contact met andere vrijwilligers en ze spreken altijd met elkaar in het Engels, dus het oefenen van de vreemde taal is maar beperkt.
Wat we ook vergeten te melden zijn de Nederlanders die in het buitenland werken: neem maar Midden-Oosten met oil & gas industrie. Hoeveel van de Nederlanders die daar jaren lang werken en flink geld verdienen terug komen en vloeiend Arabisch spreken? Vertel mij niet dat zij naar het Midden-Oost voor iets anders dan voor geld gaan!!
zaterdag 19 april 2014
Door Suske en Wiske
In het
vakantiehuis in Zeeuws – Vlaanderen zijn er enkele stripboeken met Suske en
Wiske. Even en onbekende pakken en een stuk lezen: een speciaal nummer gemaakt
voor de Staats-Spaanse Linies. Zoals altijd maken Suske en Wiske en fabuleus
verhaal ervan, verhaal dat mij nieuwsgierig maakt om meer te ontdekken.
Eerlijk gezegd wist ik bijna niets over dit stuk geschiedenis. Wel enkele keren gewandeld over de muur van Sluis, maar zonder de vraag te stellen hoe en waarom. Kort uit Wikipedia: “De Staats-Spaanse Linies is een stelsel van verbindingslinies die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) is ontstaan in Staats-Vlaanderen en in het Spaanse gebied onmiddellijk daarbuiten: Zeeuws-Vlaanderen, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. Deze Linies bestonden uit door dijken verbonden forten, schansen en redoutes.”
Sinds een van de forten die bespreken werd, Retranchement, heel dichtbij het vakantiehuis lag, ben ik op de fiets naar Retranchement gestapt en een wandeling op de stadswallen gemaakt. De vroege zonnige zaterdagochtend was de ideale tijd om kennis te maken met dit stuk geschiedenis. Geweldig!!
Bedankt, Suske en Wiske!!
Eerlijk gezegd wist ik bijna niets over dit stuk geschiedenis. Wel enkele keren gewandeld over de muur van Sluis, maar zonder de vraag te stellen hoe en waarom. Kort uit Wikipedia: “De Staats-Spaanse Linies is een stelsel van verbindingslinies die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) is ontstaan in Staats-Vlaanderen en in het Spaanse gebied onmiddellijk daarbuiten: Zeeuws-Vlaanderen, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. Deze Linies bestonden uit door dijken verbonden forten, schansen en redoutes.”
Sinds een van de forten die bespreken werd, Retranchement, heel dichtbij het vakantiehuis lag, ben ik op de fiets naar Retranchement gestapt en een wandeling op de stadswallen gemaakt. De vroege zonnige zaterdagochtend was de ideale tijd om kennis te maken met dit stuk geschiedenis. Geweldig!!
Bedankt, Suske en Wiske!!
woensdag 26 maart 2014
Veni, Vidi,...
Stel dat de grote held Jueri Jaanson opnieuw zou doen aan de Skiffhead,
zoals in 2002 en 2003, en vóór mij zou starten? Hoe geestig zou dat zijn!! Maar
in 2011 was hij niet…
In 2010 was ik best tevreden met mijn roeien. Ik had veel tijd om op het water te zijn en ik had in F. een serieuze trainingspartner gevonden. Bovendien had ik de vriendelijke skiff ´Niels´ ontdekt. De omstandigheden waren kortom zo gunstig dat ik besloot mee te doen aan de Skiffhead 2011.
Ik had nauwelijks duidelijke ideeën over trainingsschema’s. Ik had van “Roeien van A tot H” en de afkortingen: ED, ID, et cetera, gehoord, maar meer ook niet. In december begon ik serieus te trainen: twee keer per week op het water, een keer op de ergometer. De hele winter door. Twee weken voor de wedstrijd gingen F. en ik het parcours verkennen. We sloegen oriëntatiepunten in ons geheugen op en discussieerden over de voor- en nadelen van iedere bocht. Thuis visualiseerde ik de Amstel en droomde ik over waar ik me ieder moment van de race op het water bevond. Ik voelde me fit en gretig om er het beste van te maken.
Als Skiffheaddebutant zou mijn startnummer worden bepaald door loting. Ik had geen idee tussen welke roeiers ik terecht zou komen. Onzeker wachtte ik het resultaat van de loting af en toen die bekend werd, ging ik na wat mijn kansen waren: zou ik de hele race vrij water hebben? Ging ik iemand inhalen? Moest ik misschien juist wijken?
Met nummer 254 startte ik redelijk achter in het veld. Direct achter mij zou een Duitse ‘Veteraan E’ van de Lübecker Ruderklub startten. Iemand van 55 jaar of ouder dus. ‘Moet lukken om die voor te blijven,’ dacht ik - geboren in 1977 - tevreden. ‘Ook F. gaat mij niet voor de Berlagebrug pakken!’.
De wedstrijddag brak aan. Na de weging trok ik mijn roeipakje aan, spelde mijn nummer op en liep naar de trouwe ‘Niels’. Op het vlot stond S. Met een glimlach vroeg hij me of ik wist wie er achter mij startte. ‘Ja natuurlijk,’ zei ik, ‘een Duitse E-veteraan.’ S. knikte: ‘En zijn naam is Peter-Michael Kolbe en jij zult heel erg je best moeten gaan doen hem voor te blijven.’
‘We zullen zien, we zullen zien…’ zei ik, terwijl ik nog steeds geen idee had wie meneer Kolbe nou helemaal was.
Op het water sloot ik aan in de stoet roeiers op weg naar de startlijn. Wachtend op het begin van de race, zag ik overal om mij heen grote mannen in strakke pakken en met mooie glanzende boten. En ik lag ertussen, een lichte skiffeur, voor zijn eerste grote wedstrijd.
Toen werd ik opgeroepen en weggeschoten. Ik voelde me lekker. Iedere haal telde. Echter na de eerste bocht zag ik al een kleurige muts en een gele skiff met nummer 255 steeds groter in beeld verschijnen. Ik hoorde ook flarden van de Duitse aanmoedigingen. ‘Dat zal de heer Kolbe wel zijn,’ dacht ik. We waren pas bij de Naald en hij haalde me nu al in. ‘Niet teveel wijken,’ dacht ik. ‘Zoveel mogelijk de kortste lijn blijven volgen. Niet teveel kijken, ik weet waar ik lig.’ Bij de Rozenoordbrug voer ik nog steeds strak. De Berlagebrug kwam eraan. Geen spoor van F. Mooi. Op naar De Hoop en daar klonk het eindelijk: ‘Door!’
Ik was tevreden: 63e van de 156 deelnemers. Mijn tijd was 31 minuut 09 seconden. Op 2’48” van de winnaar (28’21”) en 57” achter F. (30’12”).
Eenmaal thuis ging ik op zoek naar wie Peter-Michael Kolbe was. Wat had hij gepresteerd in zijn leven? Ik las op Wikipedia het volgende: in de jaren ´70 en ´80 van de vorige eeuw stond hij bekend om zijn rivaliteit met de fameuze Finse roeier Pertti Karppinen. Op You Tube staan twee films ([1], [2]) waarin te zien is hoe Kolbe twee keer op rij in de Olympische finale Heren Skiff, op identieke wijze verliest van dezelfde man. In 1988 werd hij weer tweede, maar toen achter Thomas Lange [3]. Ik vind het geweldig hoe topsporter Kolbe bleef knokken voor zijn glorie. Op de Skiffhead 2011 werd hij de 10e, maar hij was hier in Amsterdam wel de winnaar in 1978 en 1979.
Nee, mijn held Jueri Jaanson gaat ook dit jaar waarschijnlijk niet meedoen met de Skiffhead, maar de wedstrijd kan wel vol verassingen zijn.
In 2010 was ik best tevreden met mijn roeien. Ik had veel tijd om op het water te zijn en ik had in F. een serieuze trainingspartner gevonden. Bovendien had ik de vriendelijke skiff ´Niels´ ontdekt. De omstandigheden waren kortom zo gunstig dat ik besloot mee te doen aan de Skiffhead 2011.
Ik had nauwelijks duidelijke ideeën over trainingsschema’s. Ik had van “Roeien van A tot H” en de afkortingen: ED, ID, et cetera, gehoord, maar meer ook niet. In december begon ik serieus te trainen: twee keer per week op het water, een keer op de ergometer. De hele winter door. Twee weken voor de wedstrijd gingen F. en ik het parcours verkennen. We sloegen oriëntatiepunten in ons geheugen op en discussieerden over de voor- en nadelen van iedere bocht. Thuis visualiseerde ik de Amstel en droomde ik over waar ik me ieder moment van de race op het water bevond. Ik voelde me fit en gretig om er het beste van te maken.
Als Skiffheaddebutant zou mijn startnummer worden bepaald door loting. Ik had geen idee tussen welke roeiers ik terecht zou komen. Onzeker wachtte ik het resultaat van de loting af en toen die bekend werd, ging ik na wat mijn kansen waren: zou ik de hele race vrij water hebben? Ging ik iemand inhalen? Moest ik misschien juist wijken?
Met nummer 254 startte ik redelijk achter in het veld. Direct achter mij zou een Duitse ‘Veteraan E’ van de Lübecker Ruderklub startten. Iemand van 55 jaar of ouder dus. ‘Moet lukken om die voor te blijven,’ dacht ik - geboren in 1977 - tevreden. ‘Ook F. gaat mij niet voor de Berlagebrug pakken!’.
De wedstrijddag brak aan. Na de weging trok ik mijn roeipakje aan, spelde mijn nummer op en liep naar de trouwe ‘Niels’. Op het vlot stond S. Met een glimlach vroeg hij me of ik wist wie er achter mij startte. ‘Ja natuurlijk,’ zei ik, ‘een Duitse E-veteraan.’ S. knikte: ‘En zijn naam is Peter-Michael Kolbe en jij zult heel erg je best moeten gaan doen hem voor te blijven.’
‘We zullen zien, we zullen zien…’ zei ik, terwijl ik nog steeds geen idee had wie meneer Kolbe nou helemaal was.
Op het water sloot ik aan in de stoet roeiers op weg naar de startlijn. Wachtend op het begin van de race, zag ik overal om mij heen grote mannen in strakke pakken en met mooie glanzende boten. En ik lag ertussen, een lichte skiffeur, voor zijn eerste grote wedstrijd.
Toen werd ik opgeroepen en weggeschoten. Ik voelde me lekker. Iedere haal telde. Echter na de eerste bocht zag ik al een kleurige muts en een gele skiff met nummer 255 steeds groter in beeld verschijnen. Ik hoorde ook flarden van de Duitse aanmoedigingen. ‘Dat zal de heer Kolbe wel zijn,’ dacht ik. We waren pas bij de Naald en hij haalde me nu al in. ‘Niet teveel wijken,’ dacht ik. ‘Zoveel mogelijk de kortste lijn blijven volgen. Niet teveel kijken, ik weet waar ik lig.’ Bij de Rozenoordbrug voer ik nog steeds strak. De Berlagebrug kwam eraan. Geen spoor van F. Mooi. Op naar De Hoop en daar klonk het eindelijk: ‘Door!’
Ik was tevreden: 63e van de 156 deelnemers. Mijn tijd was 31 minuut 09 seconden. Op 2’48” van de winnaar (28’21”) en 57” achter F. (30’12”).
Eenmaal thuis ging ik op zoek naar wie Peter-Michael Kolbe was. Wat had hij gepresteerd in zijn leven? Ik las op Wikipedia het volgende: in de jaren ´70 en ´80 van de vorige eeuw stond hij bekend om zijn rivaliteit met de fameuze Finse roeier Pertti Karppinen. Op You Tube staan twee films ([1], [2]) waarin te zien is hoe Kolbe twee keer op rij in de Olympische finale Heren Skiff, op identieke wijze verliest van dezelfde man. In 1988 werd hij weer tweede, maar toen achter Thomas Lange [3]. Ik vind het geweldig hoe topsporter Kolbe bleef knokken voor zijn glorie. Op de Skiffhead 2011 werd hij de 10e, maar hij was hier in Amsterdam wel de winnaar in 1978 en 1979.
Nee, mijn held Jueri Jaanson gaat ook dit jaar waarschijnlijk niet meedoen met de Skiffhead, maar de wedstrijd kan wel vol verassingen zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)