maandag 23 juni 2014

Pythagoras en D/T

Laatste weken heb ik veel gelezen over (voortgezet)onderwijs en met kennissen erover gepraat. Over het bèta onderwijs wordt het geklaagd dat de leerlingen niet geïnteresseerd zijn in exacte vakken, klagen dat het rekenen te moeilijk is en vervolgens zitten in de klas zich te vervellen.

Ook in de laatste weken heb ik documenten gelezen van projectleiders (“witte” Nederlanders!, hoogopgeleid, dikke salarissen) die regelmatig de D’s en T’s door elkaar schrijven.

Ik zie zelf duidelijke verbintenissen tussen deze twee opmerkingen:
  • Wiskunde gaat niet alleen over cijfers; wiskunde gaat over abstract denken, wiskunde gaat over ontwikkeling van denkpatronen. Met pen en papier of uit je hoofd, leer je om te denken, verbintenissen te maken. Precies dezelfde is met de D’s en T’s: denken, denken, denken… totdat alles in een patroon valt.
  • Het onderwijs stelt voor (te veel) trucjes om rekenen te leren, terwijl heel vaak de juiste weg is “keep it simple” of “back to the basis”. Wees niet bang om terug naar de basis te gaan, het is niets mis met de oude Grieken, hoor…
  • De maatschappij ziet de kinderen als “alles moeten kunnen” en ze willen hen niet beperken, terwijl het grenzen stellen duidelijkheid biedt naar de toekomst. Een leerling is (nog) niet in staat om alles zelf te bepalen. Pushen om te leren rekenen, te oefenen, is niet verkeerd, je leert een manier van werken die heel nuttig in de toekomst is.
  • Iets wat de (Nederlandse) maatschappij helemaal niet ziet is, is hoe belangrijk de rol van de ouders met betrekking tot onderwijs is. Als de belangstelling van leren alleen op school onderstreept is, terwijl de leerlingen thuis geen druk voelen, heb je geen toekomst aan. Kijk naar Oost-Europa, waar de mid- en hoogopgeleide ouders hun kinderen nog hoger dan zichzelf willen brengen, terwijl hier vaak andersom is. Alles mag, alles kan, weinig stuur…
Een geweldige studie over rekenen van de heer Jan van de Craats van UvA heet “WaaromDaan en Sanne niet kunnen rekenen”. Lees maar!

maandag 16 juni 2014

Nederland - Spanje

Twee mooie beelden over de voetbal wedstrijd Nederland – Spanje:
  • De eerste helft heb ik ergens in de stad gekeken, maar in de pauze ben ik naar huis gegaan. De binnentuin van het appartementencomplex was al enkele dagen versierd met vlaggetjes en dergelijk. Ik was bang dat ik tijdens de WK in een soort volkswijk zal belanden. Toen ik thuis ben gekomen, tijdens de tweede helft… twee zielige mensen voor een klein Tv-scherm, wel met oranje versiering…
  • Ik ging naar binnen en de radio aangedaan, veel interessanter dan andere media. Wel de laptop aangezet om ook naar de beelden te kijken. Tot mijn grote plezier en verassing wist ik als eerste de wedstrijdontwikkelingen, pas daarna kwamen mijn buren in actie via hun Tv en als deerde kwamen de belden op het laptop-scherm. Toch naar radio luisteren!!

vrijdag 23 mei 2014

Omgaan met speciaal bier

Enkele dagen geleden heb ik speciaal bier gekocht in de supermarkt. Als je naar de kassa gaat, lees je bij de band dat de flessen liggend op de band dienen gezet te worden. Het meisje heeft mijn flessen door geduwd en deze verder rollend het eind van de boodschappenbak hebben bereikt.

Een tijd geleden heb ik boodschappen gedaan in een kleine Belgische supermarkt. De flessen speciaal bier liggend op de bank gezet. De mevrouw van de kassa heeft mij meteen erop geattendeerd dat dat niet de bedoeling was: de flessen bier horen te staan. Met haar accent kon ik eerst niet begrijpen, maar ze heeft daarna de tijd genomen om mij te vertellen dat de gist van de boden alle kanten op gaat en dat is juist níet de bedoeling.

De Nederlandse meisjes op stage sturen naar België, of misschien beter mensen met ervaring en verstand in horeca / supermarkten laten werken?

maandag 12 mei 2014

Over een systeem...



‘Dikke’ Gabi was mijn buurman van ‘de tweede flat’. Zijn achternaam? Geen idee, en ik wil het mijn moeder ook niet vragen, want ik vind het leuker als het zo, onbekend, blijft. Waarom zijn bijnaam de ‘dikke’ was? Hij was wel wat fors opgebouwd, maar of hij echt dik was, weet ik eigenlijk niet meer. Iedereen kende hem zo.

Voor een kind van een jaar of 6, zoals ik in die tijd, leek de 18-jarige dikke Gabi mij heel erg groot. Ik kan me herinneren dat hij vaak niet thuis was; we hoorden dan van zijn ouders dat hij ergens in het land  aan het roeien was.  Maar een paar keer per jaar als hij vakantie had was hij er wel. Hij liet ons dan zijn grote spieren zien en voelen. Al die kleine kindjes stonden dan om hem heen met hun vingertjes te drukken op zijn grote spieren…

Topsport en ook het roeien waren in het Roemenië van de jaren ’80 georganiseerd volgens een geolied systeem. Al jong werden de atleten geselecteerd. Trainers van verschillende clubs gingen door het hele land bij alle middelbare scholen langs om talentvolle jongeren te scouten. Het selectiecriterium van die tijd voor roeien? Lengte. Mijn neef bij voorbeeld was bij een dergelijk bezoek niet geselecteerd, gewoon omdat hij de tweede uit zijn klas was qua lengte. Als je geselecteerd was, ging je met de andere junioren bij een club trainen én studeren. Als arm kind was dat een manier om omhoog te klimmen/je op te werken: eten, onderdak, onderwijs, en wat zakgeld erbij. Nee, recreatief roeien bestond niet (nog steeds niet, trouwens), alles stond in het teken van topsport. 

Het systeem om jongens en meisjes heel jong bij elkaar brengen en hard te laten trainen voor topsport was heel succesvol: het leverde veel Olympische medailles op. Wikipedia vertelt ons dat Oost-Duitsland op plaats 1 staat in het medaille klassement van de Olympische Spelen, gevolgd door de Verenigde Staten, Groot Brittannië, Duitsland én Roemenië (19 goud, 10 zilver, 8 brons). Nederland staat op plek 14 met 5 goud, 11 zilver en 11 brons. Ja, ja, ik hoor het: Oost-Duitsland?! Roemenië ligt toch ook in Oost-Europa? Vertel je ons over de grote resultaten van zo’n systeem waar doping een belangrijke rol in speelt? Een antwoord hierop kan ik niet geven. Wat ik wel weet is dat al die mannen en vrouwen, door vanaf hun jongste jaren met veel ambitie en toewijding serieus en hard te trainen, in staat waren goede resultaten te behalen. Niet voor niets presteren Roemeense junioren nog steeds heel goed. Dat kan alleen het resultaat zijn van samen voor een doel staan en serieus daar naar toe werken.

Iedereen kent grote namen uit de roeiwereld: Steve Redgrave (Goor Brittannië), Matthew Pinsent (Groot Brittannië), Eskild Ebbesen (Denemarken) of Nico Rienks (Nederland). Eén voor één roeiers met veel Olympische medailles  (6 voor Redgrave, 4 voor Pinsent, 5 voor Ebbesen en 3 voor Rienks) én allemaal winnaars van de FISA Thomas Keller prijs voor een buitengewone internationale roeicarrière en voor hun voorbeeldige sportiviteit. Steve Redgrave heeft de meeste medailles: 5 goud en 1 brons in 5 opeenvolgende spelen (1984 in 4-; 1988 in 2- en 2+; 1992 en 1996 in 2-; 2000 in 4-). Mannen. Maar hoe staat het eigenlijk met de vrouwen?

Van de eerste 10 vrouwen met de meeste medailles, komen er 7 uit Roemenië. De uitschieter? Dik op nummer één, eigenlijk nog succesvoller dan Redgrave, staat Elisabeta Lipa met 5 goud, 2 zilver en 1 brons: 1984 in 2x; 1988 in 2x en 4x; 1992 in 1x en 2x; 1996 in 8+; 2000 in 8+; 2004 in 8+. Samen met andere grote namen zoals Jiri Ptak, Lesley Thomson, Jueri Jaanson en James Tomking, heeft ze deel genomen aan 6 opeenvolgende Olympische Spelen!! Ze is ook winnaar van de FISA Thomas Keller prijs in 2008.
 
Zonder details te weten over de sportieve carrière van ‘dikke’ Gabi, is hij voor mij de verpersoonlijking van een systeem dat resultaten blijft leveren op het hoogste niveau. Met dat beeld in mijn hoofd ga ik straks tijdens de WK op onze Bosbaan rondlopen, niet alleen geïnteresseerd  in de resultaten van de Roemeense roeiers, maar ook met vragen als: Wie zijn ze? Wat doen ze? Hoe doen ze het? Een trainingssessie meemaken, een gesprek, of misschien een handtekening op De Landtong van Elisabeta Lipa, nu de voorzitter van de Roemeense Roeibond, wie weet...

woensdag 30 april 2014

Niet alleen over treinleven

Deze dagen staken de schoonmakers en de treinen zijn best vies. Gisteren ochtend vertelt een conducteur: “Dames en heren, excuses dat de treinen zo smerig zijn, de schoonmakers staken en we kunnen niets voor doen”. Ik kijk net andersom naar deze situatie: de treinen zijn niet smerig omdat de schoonmakers staken, de treinen zijn smerig omdat wij, de reizigers, al onze smerigheid achterlaten. De krant, sap fles, beker koffie kan je net zo makkelijk meenemen en op het perron in de grote prullenbakken weggooien. Groot deel van de oplossing ligt dus bij ons, de reizigers!!

Om een stap verder te maken: al die drugs die ergens in de bossen tegenwoordig liggen en de kranten erover schrijven. Nee, het gaat niet over de clandestiene fabrikanten, het gaat over ons; we zijn de ene die drugs vragen en gebruiken, zonder onze drugsconsumptie zouden deze labs niet bestaan!!

zondag 27 april 2014

Hoe moeilijk kan er zijn!?

Vorige week stond in Het Parool een interview met een taalkundige. Slimme man. Hij zei dat hij in Sri Lanka is geweest om vrijwilligerswerk te doen. En zoals iedere taalkundige, wilde hij de taal leren. Na één jaar is het hem nog niet gelukt. Hij vertelt twee redenen:
  1. Die taal is totaal anders dan de talen die hij kent.
  2. Hij is voortdurend in contact met andere vrijwilligers en ze spreken altijd met elkaar in het Engels, dus het oefenen van de vreemde taal is maar beperkt.
Terug naar Nederland en de allochtonen: we zeggen dat iedereen die hier komt wonen de taal moet leren, ten behoefte van de integratie. Maar we hebben geen idee hoe moeilijk Nederlands voor een andere cultuur kan zijn. Ik tenminste niet: ik heb nooit Arabisch, Turks of Chinees gesproken en mijn taal heeft wel wat gelijkenissen met Nederlands. We realiseren ons niet dat de mensen die hier komen, zoals die taalkundige, in een kring loopt met zijn mensen, waardoor de taal leren nog moeilijker wordt. We realiseren ons ook niet dat de meeste mensen die hier komen werken niet de slimste zijn, zoals de taalkundige.

Wat we ook vergeten te melden zijn de Nederlanders die in het buitenland werken: neem maar Midden-Oosten met oil & gas industrie. Hoeveel van de Nederlanders die daar jaren lang werken en flink geld verdienen terug komen en vloeiend Arabisch spreken? Vertel mij niet dat zij naar het Midden-Oost voor iets anders dan voor geld gaan!!

zaterdag 19 april 2014

Door Suske en Wiske

In het vakantiehuis in Zeeuws – Vlaanderen zijn er enkele stripboeken met Suske en Wiske. Even en onbekende pakken en een stuk lezen: een speciaal nummer gemaakt voor de Staats-Spaanse Linies. Zoals altijd maken Suske en Wiske en fabuleus verhaal ervan, verhaal dat mij nieuwsgierig maakt om meer te ontdekken.

Eerlijk gezegd wist ik bijna niets over dit stuk geschiedenis. Wel enkele keren gewandeld over de muur van Sluis, maar zonder de vraag te stellen hoe en waarom. Kort uit Wikipedia: “De Staats-Spaanse Linies is een stelsel van verbindingslinies die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) is ontstaan in Staats-Vlaanderen en in het Spaanse gebied onmiddellijk daarbuiten: Zeeuws-Vlaanderen, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. Deze Linies bestonden uit door dijken verbonden forten, schansen en redoutes.”

Sinds een van de forten die bespreken werd, Retranchement, heel dichtbij het vakantiehuis lag, ben ik op de fiets naar Retranchement gestapt en een wandeling op de stadswallen gemaakt. De vroege zonnige zaterdagochtend was de ideale tijd om kennis te maken met dit stuk geschiedenis. Geweldig!!

Bedankt, Suske en Wiske!!

woensdag 26 maart 2014

Veni, Vidi,...

Stel dat de grote held Jueri Jaanson opnieuw zou doen aan de Skiffhead, zoals in 2002 en 2003, en vóór mij zou starten? Hoe geestig zou dat zijn!! Maar in 2011 was hij niet…

In 2010 was ik best tevreden met mijn roeien. Ik had veel tijd om op het water te zijn en ik had in F. een serieuze trainingspartner gevonden. Bovendien had ik de vriendelijke skiff ´Niels´ ontdekt. De omstandigheden waren kortom zo gunstig dat ik besloot mee te doen aan de Skiffhead 2011.

Ik had nauwelijks duidelijke ideeën over trainingsschema’s. Ik had van “Roeien van A tot H” en de afkortingen: ED, ID, et cetera, gehoord, maar meer ook niet. In december begon ik serieus te trainen: twee keer per week op het water, een keer op de ergometer. De hele winter door. Twee weken voor de wedstrijd gingen F. en ik het parcours verkennen. We sloegen oriëntatiepunten in ons geheugen op en discussieerden over de voor- en nadelen van iedere bocht. Thuis visualiseerde ik de Amstel en droomde ik over waar ik me ieder moment van de race op het water bevond. Ik voelde me fit en gretig om er het beste van te maken.

Als Skiffheaddebutant zou mijn startnummer worden bepaald door loting. Ik had geen idee tussen welke roeiers ik terecht zou komen. Onzeker wachtte ik het resultaat van de loting af en toen die bekend werd, ging ik na wat mijn kansen waren: zou ik de hele race vrij water hebben? Ging ik iemand inhalen? Moest ik misschien juist wijken?

Met nummer 254 startte ik redelijk achter in het veld. Direct achter mij zou een Duitse ‘Veteraan E’ van de Lübecker Ruderklub startten. Iemand van 55 jaar of ouder dus. ‘Moet lukken om die voor te blijven,’ dacht ik - geboren in 1977 - tevreden. ‘Ook F. gaat mij niet voor de Berlagebrug pakken!’.

De wedstrijddag brak aan. Na de weging trok ik mijn roeipakje aan, spelde mijn nummer op en liep naar de trouwe ‘Niels’. Op het vlot stond S. Met een glimlach vroeg hij me of ik wist wie er achter mij startte. ‘Ja natuurlijk,’ zei ik, ‘een Duitse E-veteraan.’ S. knikte: ‘En zijn naam is Peter-Michael Kolbe en jij zult heel erg je best moeten gaan doen hem voor te blijven.’

‘We zullen zien, we zullen zien…’ zei ik, terwijl ik nog steeds geen idee had wie meneer Kolbe nou helemaal was.

Op het water sloot ik aan in de stoet roeiers op weg naar de startlijn. Wachtend op het begin van de race, zag ik overal om mij heen grote mannen in strakke pakken en met mooie glanzende boten. En ik lag ertussen, een lichte skiffeur, voor zijn eerste grote wedstrijd.

Toen werd ik opgeroepen en weggeschoten. Ik voelde me lekker. Iedere haal telde. Echter na de eerste bocht zag ik al een kleurige muts en een gele skiff met nummer 255 steeds groter in beeld verschijnen. Ik hoorde ook flarden van de Duitse aanmoedigingen. ‘Dat zal de heer Kolbe wel zijn,’ dacht ik. We waren pas bij de Naald en hij haalde me nu al in. ‘Niet teveel wijken,’ dacht ik. ‘Zoveel mogelijk de kortste lijn blijven volgen. Niet teveel kijken, ik weet waar ik lig.’ Bij de Rozenoordbrug voer ik nog steeds strak. De Berlagebrug kwam eraan. Geen spoor van F. Mooi. Op naar De Hoop en daar klonk het eindelijk: ‘Door!’

Ik was tevreden: 63e van de 156 deelnemers. Mijn tijd was 31 minuut 09 seconden. Op 2’48” van de winnaar (28’21”) en 57” achter F. (30’12”).

Eenmaal thuis ging ik op zoek naar wie Peter-Michael Kolbe was. Wat had hij gepresteerd in zijn leven? Ik las op Wikipedia het volgende: in de jaren ´70 en ´80 van de vorige eeuw stond hij bekend om zijn rivaliteit met de fameuze Finse roeier Pertti Karppinen. Op You Tube staan twee films ([1], [2]) waarin te zien is hoe Kolbe twee keer op rij in de Olympische finale Heren Skiff, op identieke wijze verliest van dezelfde man. In 1988 werd hij weer tweede, maar toen achter Thomas Lange [3]. Ik vind het geweldig hoe topsporter Kolbe bleef knokken voor zijn glorie. Op de Skiffhead 2011 werd hij de 10e, maar hij was hier in Amsterdam wel de winnaar in 1978 en 1979.

Nee, mijn held Jueri Jaanson gaat ook dit jaar waarschijnlijk niet meedoen met de Skiffhead, maar de wedstrijd kan wel vol verassingen zijn.