maandag 29 juli 2013

Zicht. Gehoor. Geur.

“Look around” heet deze blog. En dat is maar goed. Een stapje terug, zoals altijd wanneer een vraag op pad komt. Zintuigen: kijken, horen, ruiken. Welke van deze drie dieper gaat naar de basis?

Kijken.

Je ziet dingen (mensen, dieren, bloemen, landschapen) die wel lijken op een bekende iets. Die iets is voor jou belangrijk en roert herinneringen. Die zicht koppel je aan een dierbare ervaring. Is die ervaring precies dezelfde zoals nu?

Horen.

Je hoort muziek, de radio, een stem, of misschien een vogelzang, of de wind. Ze lijken dichtbij een dierbare persoon of situatie.

Ruiken.

Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.

De geur van een paard. Oom Gheorghe en zijn paard die gecastreerd moest worden. De kinderen konden niet bij, de mannen wel. Hoe oud was mijn vader toen? Misschien net zo oud zoals ik nu. De kinderen konden niet bij die paard, iedereen was bang dat hij niet vriendelijk was.
De geur van vers gemaaide gras. Ik was rond 18 en ik heb een hele zomer geholpen met gras verzamelen voor de winter voor de dieren. Als ik nu langs een veldje met vers gemaaide gras loop, kan ik niet aan iets anders denken.

De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten. 

Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen.

woensdag 24 juli 2013

Cultuurverschil?

Vakantie in Belgie betekent veel buiten zijn, maar ook, als Tour de France is, 's avonds laat naar Vive le Velo (VRT) kijken en niet naar Avondetappe (NOS). Leuk programma met wat extra meer sfeer. Twee opmerkelijke dingen voor mij:

* De glazen wijn zijn bij de Belgen groot, Bourgundisch; bij de Nederlanders klein, de Blokker-type.
* De Belgen praten altijd over de ""speurters"; de Nederlanders over de "sprinters".

Charme?

dinsdag 18 juni 2013

Het doet pijn!!!


Veteranen wedstrijden

Bij wedstrijden zie je meer flyers liggen met aankondigingen voor 1000m Masters wedstrijden. Ook het blad “Roeien” van KNRB schrijft regelmatig over dit nieuwe type wedstrijden voor veteranenroeiers. In 2010 is bij RV Rijnland al het idee gekomen om het Duitse model te importeren [1]. In het seizoen 2012-2013 zijn er bij voorbeeld drie 100m wedstrijden in de planning: ZRB, Amsterdam Masters en Dutch Masters Open.

Als veteraanroeiers zijn we bekend met de lange afstand wedstrijden: Heineken 4Kamp, Head of the River Amstel en Skiffhead zijn de meest populaire wedstrijden, maar je ziet regelmatig Willem III’ers ook bij andere wedstrijden. De korteafstand wedstrijden zijn de nieuwkomers: afgelopen jaren waren de Skoll Cup of de Slotwedstrijden op de Bosbaan populair, dit jaar is Amsterdam Masters populair geweest (1 km).

Head – 2km – 1 km

Wat een lichaam nodig heeft met betrekking tot energiegebruik is anders bij een head-wedstrijd, dan bij een korteafstand wedstrijd. Wat gek is, is dat ook een grot verschil bestaat tussen 2 km of 1 km roeien. Kijk naar Figuur 1 hieronder voor het energiegebruik tijdens een 2 km wedstrijd van 7 minuten.

Figuur 1: Energiegebruik tijdens een 2 km wedstrijd.
De eerste 10-20 seconden kan je volop gaan, zonder bang te zijn voor de pijn (gestippelde blauwe lijn). Het gaat vanzelf, jij hebt die energie beschikbaar, ze is “gratis”. Daarna gaat het lichaam anaerobic, zonder zuurstof, energie produceren (“lijn&punt” rode lijn). Je krijgt veel kracht eruit, het blijft best lang hoog, maaar… het doet pijn. Verzuring noemen we dat en is niet prettig te ervaren. Gelukkig wordt de pijn na 2 minuten beter draagbaar. Wat we na ongeveer 2 minuten gaan gebruiken is de energie die ons lichaam met behulp van zuurstof produceert. Dat kan heel lang gebruikt worden, zoals in een head-race. Het totale energiegebruik is aangegeven in Figuur 1 met een dubbele paarse lijn.

Maar wat doe je als je wedstrijd korter dan 4 minuten is voor een afstand van 1 km; hoe reageert jouw lichaam? Kijk naar Figuur 2. De middelste minuten van Figuur 1 heb ik verwijderd, ze tellen niet meer mee. Wat je krijgt is dat je een stevige eindsprint moet weten te trekken na 750 m (zeg 180 seconden of 3 minuten), wanneer je lichaam nog steeds in de verzuring zit omdat het niveau van het lactic acid (melkzuur) nog steeds redelijk hoog is. Wat krijg je? Pijn, pijn, pijn!!! Bij 2 km had je redelijk voldoende tijd om de verzuring te laten lopen, hier niet; met pijn in je benen moet je nog meer pijn accepteren voor de eindsprint!

 

 
Figuur 2: Energiegebruik tijdens een 1 km wedstrijd.

Trainingsvolume

Ed McNeely [2] geeft aan dat voor iedere type wedstrijd een andere verhouding bestaat tussen verschillende type trainingen (zie Tabel 1). Wil je voor een head-wedstrijd trainen, dan ga je 55-60% van je tijd besteden aan aerobic trainingen. Bij een 2 km wedstrijd is dat ongeveer 55%, maar bij 1 km daalt het percentage naar slechts 35%. In tegenstelling tot een head-wedstrijd, besteed je in de voorbereiding van een 1 km-wedstrijd ongeveer een kwart van je tijd om de maximale kracht te verbeteren. Dat teelt, anders dan je zou verwachten, als een beperking van jouw overal prestatie [3].

Tabel 1: Trainingsvolume voor verschillende wedstrijden.
 

 

 

Energieproductie

Aerobic threshold (aërobe drempel) betreft lange duur, lage-intensiteit werk dat je kunt houden voor enkele uren. Anerobic threshold (anaërobe drempel) heeft betrekking op een intensiteit die je kunt handhaven gedurende 40-90 minuten. VO2-max. verwijst naar interval trainingen die 2 tot 8 minuten omvatten. Peak power (piekvermogen) verwijst naar krachttraining en korte anaërobe sprints (10 seconden) voor snelheidsontwikkeling [3].

Denkoefening

Stel dat je redelijk fanatiek bent en traint 3 keer per week voor 5 maanden ter voorbereiding van een 1 km-wedstrijd. Dan ga je trainen, volgens Tabel 1, van het totaal van 60 trainingssessies: 21 sessies aerob, 12 sessies anaerob, 12 sessies voor VO2-max en 15 sessies voor maximale kracht. De praktijk kan net anders zijn, met inroeien, techniekoefeningen, maar de richtlijnen blijven in de buurt.

Techniek

De techniek spelt op veteranen niveau nog steeds een belangrijke rol en kan een groot verschil maken. Bij een korte afstand wedstrijd zijn de start en hoog tempo behouden heel belangrijk; begin daarvoor op tijd met het oefenen, niet alleen op het laatste moment enkele dagen voor de wedstrijd.

Ed McNeely

Ed McNeely is fysioloog en krachttraining adviseur bij Rowing Canada Aviron (de Canadese roeibond). Meer artikelen van hem zijn te lezen op peakcentre.wordpress.com/ of in het boek “Rowing Faster” 1e en 2e edities.

Referenties


[1] “Roeiend van A naar H”, 20 november 2010, RV Rijnland.

[2] ”Designing your training plan”, Ed McNeely in Rowing Faster 1e editie.

[3] “Peak power: the limiting factor of rowing performance”, Ed McNeely op peakcentre.wordpress.com/.

dinsdag 4 juni 2013

Securitate anno 2013

Bij de lunch in de kantine, waren mijn collega's totaal verbaasd hoe veel en hoe snel de politie wist te komen te weten over de vader van de tweeling. Allemaal met hoge precisie. Ik was zelf verbaasd over mijn collega's: hoe kan je denken dat dat niet op dit detailniveau mogelijk is?

In de jaren '80 had Oost-Europa te maken met de fenomeen Securitate, Duitsland met Stasi. Wat wilden ze: het volg beschermen tegen vijanden. Iedereen in West-Europa was helemaal tegen beweging van monitoren, controleren, alles over de ene naast jou weten.

Anno 2013, praten we over BigData: Google, iPhone, creditcard, video camera's, pinnen, OV-chipkaart, cookies. Met dezelfdereden: veiligheid. "Onze" veiligheid. Wat pal naast komt te staan is dat als één iemand iets wil weten over jou of mij, is dat alleen een kwestie van slim zoeken tussen al die bergen BigData. Bij de Securitate waren de informatieve nota's; nu ons "digitale dossier".

Ik stond de afgelopen dagen stil met de vraag: wat is eigenlijk het verschil. Beide systemen willen ons "beschermen". Tegen... Zijn we bereid om dat te willen, of vanwege de onwil zijn we vanzelfsprekend in die richting geduwd? Voor mij is het verschil tussen Securitate en Veiligheid Anno 2013 kleiner en kleiner met iedere dag.

maandag 3 juni 2013

Over deuren en sleutels


Heel vaak in de laatste tijd horen we over de veiligheid van de digitale systemen, over het misbruik van het belastingsysteem, over de OV-chipkaart, digID, over skimmen en de schade dat de banken lopen als vervolg van hacken.
Als men van boven kijkt, kan hij zien dat de onveiligheid van een systeem niet zo bijzonder is. Conceptueel geloof ik niet een systeem 100% dicht gebouwd kan worden; het gaat over mens- of machinesfouten. Met andere worden, iedere deur moet een sleutel hebben, die sleutel bestaat wel, jij moet hem gewoon alleen weten te vinden. Voor ons is natuurlijk belangrijk wat ga je daarna doen, wetend dat iemand de sleutel heeft gevonden.
Misbruikers van een systeem zijn altijd geweest en zullen altijd actief blijven zijn. Wat ontbreekt om massaal een systeem te misbruiken is dat de maatschappij een soort afspraken heeft gemaakt over wat wel en wat niet kan. Veel mensen kijken bewust bij het invullen van de belastingaangifte hoe zij minder belasting kunnen komen te betalen. Dat is een afspraak, een conventie, dat de maatschappij schuiven met sommen geld accepteert. Anderen gaan een stap verder en krijgen maximaal uit een systeem.
Waar ik denk dat het gewaar zit, is dat men gaat denken dat alles 100% veilig opgebouwd kan worden en, om dit onrealistisch doel hopen te kunnen bereiken, accepteert minder privacy. Mijn gevoel zegt dat dit niet de juiste weg is.

vrijdag 24 mei 2013

Museumbezoek

Je zou verwachten dat ik over kunst ga praten. Ja, een soort kunst… de kunst van het eten.

Na het bezoek van een mooie tentoonstelling ga ik in het restaurant voor lunch. Mooi, een chef-kok, biologische producten. Een mevrouw achter mij vraagt een broodje oude kaas: een grot sneetje met bovenop plakjes kaas, saladebladen en saus. Goed ziende, heerlijk waarschijnlijk.
De mevrouw zit aan dezelfde grote tafel, zo kan ik naar haar af en toe kijken. Ze eet haar sneetje met een mes en vork. Vanaf dat moment kan ik nergens anders kijken dan aan haar en alle beelden defileren voor mijn ogen: bedrijfsrestaurant, oma en opa, ik.
Toen ik kind was, wilde ik het polenta-achtige bijgerecht van mijn oma alleen met de hand eten, tegen de bedwelming van mijn ouders. Dat polenta moest op een houten plank neergelegd worden en met een draad gesneden. Alleen op dat moment was hij lekker. Mijn moeder kon polenta maken niet met hetzelfde resultaat zoals mijn oma, net te slap. Het beeld van met-hand-etende mijzelf blijft duidelijk in mijn hoofd.
Als ik in het bedrijfsrestaurant kijk, zie ik best vaak collega’s die hun boterham met mes en vork eten. Heel vaak, te vaak eigenlijk, houden ze het bestek zo onhandig, het bestek voelt ongemakkelijk, puzzelt, ze hebben geen goede relatie, ze begrijpen elkaar niet goed, ze staan elkaar in de weg.
Eerlijk gezegd: ik snap niets van. Ik snap niet hoe dat is gekomen dat men niet meer met hand eet. De hygiëne is tegenwoordig zo goed, je hoeft niets te vrezen. Moet ergens iets vinden over de geschiedenis van het bestek, wanneer en waarom is dat in ons leven gekomen, voegt tegenwoordig iets toe?

En boterham met mes en vork?! Zo té!

vrijdag 17 mei 2013

Lente in de buurt

Het regent best veel deze dagen in Nederland en men is niet geneigd lang buiten te blijven. Wat men vergeet is dat na een stevige bui de lucht fris ruikt. De combinatie van de stilte na de regen met de geuren van de lente bloesem vind ik ideaal.
‘s Avonds na een uur of 8 ga ik met hond wandelen door een van onze parken. Het maakt niet uit of het droog of nat is, dat interesseert mij niet zo veel. De bomen zijn geweldig in deze periode, met hun bloemen van verschillende kleuren en geuren.
Wat bij ons in de buurt zo leuk is, is dat het hele jaar door de bloemen een achter elkaar komen: eerst de sneeuwballen, de krokussen, daarna de narcissen, hyacinten, kersbomen, appelbomen, tulpen en zo gaat het door het hele jaar rond. Je moet alleen buiten zijn om dit te ervaren.
Zoals met andere kleine leuke plekken in de stad, je moet hen geheim houden, anders komen de anderen ook van de “stilte” te genieten en de stap voor stap wordt het druk. Daarom roep ik niet te veel hoe leuk de lente bij ons in de buurt is.

donderdag 9 mei 2013

Liefde voor de eclair

Ja, dat weet ik, boven de rivieren zegt het woord "eclair" niets. Absoluut niets. De eclair is een lekker gebakje, bedacht waarschijnlijk ergens in de XVIII-e eeuw door een Franse patissier, Marie-Antoine Carême

Wanneer is mijn liefde voor de eclair begonnen weet ik niet meer. Ik ken hen waarschijnlijk al van mijn kindertijd, van de locale patisserie. Wat ik zeker weet is dat ze later duidelijker op mijn pad zijn gekomen, samen met de middelbareschoolfeestjes. Ik was ongeveer 14-15 jaar oud. Toen kwamen ze terug in mijn leven via Mevrouw Bucur, de moeder van een goede vriend. Haar eclairs waren vanzelfsprekend zelfgemaakt, thuis, waren wat kleiner dan in de patisserie, maar zij waren heeeeeel lekker, met chocola meestal.

Later in Nederland heb ik ze niet meer gevonden. Met een vakantie in de Belgische Ardennen enkele jaren geleden zijn ze toch terug gekomen. Bij de locale patisserie waren ze met vanilla of met chocola, bij andere bakkers ook met koffie. Sindsdien zoek ik regelmatig de eclairs; ik heb hen gevonden in Zuid-Limburg, in Belgie, in Frankrijk, maar ook in Zeeuws-Vlanderen. Inmiddels weet ik dat iedere bezoek naar het zuiden een vaste activiteit moet hebben: op eclairs jagen.

Nee, mijn liefde voor de eclairs zal niet stoppen. Wat ik zeker zal missen de komende jaren zijn de eclairs van Mevrouw Bucur. Ze is sinds enkele dagen niet meer, om de lekkere kleine eclairs met chocola voor ons feestjes te bakken...
 

zondag 5 mei 2013

Basis

Nee, ik heb mijn blog niet vergeten; nee, de reden is niet dat ik druk had; nee, ik heb nog veel dingen te vertellen. Maar sommige gedachten vind ik niet belangrijk genoeg. En zo ga ik terug naar de rust, terug naar de basis.

Waarin zit eigenlijk mijn basis, waar vind ik eigenlijk mijn rust?

Mijn rust is het kippenvel die ik krijg van het radioprogramma Plots. Jammer (of juist leuk), is dit programma slechts eens in de maand. Geweldig, ik heb alles ten minste een keer naar gleuisterd!

Mijn rust zit in het denken aan de Carpathen, met hun dorpjes buiten de gewonne wereld. Kijk naar dit documentair als een voorbeeld. YouTube biedt gelukkig veel meer. De moderne wereld heeft vaak haaast en een uur kijken naar een film vraagt te veel van het moderne mens.

Mijn rust zit in het denken aan mijn grootouders en aan hun wereld die lang geleden ook mijn wereld is geweest. Constantin en Elena zijn niet mijn grootouders, mijne zijn Nicu en Ioana. Maar zijn konden deze zijn.

Heerlijk. Stil. Rustig. Mijzelf.

maandag 22 april 2013

Innoveren... Nee


Enkele opmerkingen van kennissen op een rij:

* Voor de uitzending van 24 februari heeft een roeivriend me getipt op de uitzending van het NTR Podium programma over kinderen van het Conservatorium van Amsterdam, kinderen met uitzonderlijk talent. De vraag die centraal stond was "Hoe ga je om met een kind met een exceptioneel talent?" Enkele dagen na de emissie gekeken op Uitzendinggemist en als volgens gereageerd: "Ja, wat ik heb geleerd om met mijn roeiers te doen zijn coördinatieoefeningen". Kijk vanaf 30m29s. Nee, niet gedaan, het was op dat moment te laat in het seizoen om aan te beginnen.

* Een andere kennis van mij zei op een moment dat het roeien meer te maken heeft met ballet dan met boksen.

* Ongeveer in dezelfde periode heb ik het boek van Fritsch en Nolte, "Masterrudern", doorgebladerd. Het boek staat op de lijst voor de komende zomer. Daarin staat hoe je een volwassene roeier beter kan maken.

Deze dagen bij NK klein was een beetje hip om te praten over de Muda's en hun ballet les. Iedereen giechelen "Oh, wat interessant! Oh, wat goed!" Ja, inderdaad, heel fijn dat iemand, hoop ik, in die richting energie gaat stoppen. Coördinatie, daar gaat het over. En dat is hard nodig in een subtiele sport zoals roeien, speciaal voor de lichte roeiers. De Muda's zijn goede roeiers en hebben veel energie.

Kijk naar hun film van Avis van de afgelopen winter. Kijk daarna naar hun concurrentie, de lichte heren van Groot Brittannië (Film 1 en Film 2). Een lange weg te gaan, maar wel 4 jaar beschikbaar om dat niveau te bereiken.

Nee, het concept van coördinatieoefeningen in roeien is niet nieuw. Helaas worden al deze dingen pas nu in Nederland ontdekt. We lopen helaas al achter de feiten. Ook ik wist al enkele maanden geleden over het belang van een subtiele coördinatie in roeien.