Enkele weken geleden, op een zonnige zaterdagmiddag, iemand aan de deur: twee jongens in witte jassen. Ik was bijna naar de tuin toe om een kopje koffie te drinken met mijn geliefde, maar toch doe ik open en wil ik naar de jongens luisteren.
"Weet je wat vandaag gebeurt? Vandaag gaan ik heel Nederland de studenten huis-aan-huis om de Afrikaanse kinderen met hiv te helpen. Dus wij ook. Wij gaan de kinderen met hiv uit Afrika helpen."
Ik, nieuwsgierig? "Wat studeren jullie?" "Aah, ik ben nog steeds op 6 vwo..." "Ik ben op een tussenjaar..." Hmm, dus geen studenten, zoals in het verhaal.
"Maar jij kan de kinderen met hiv uit Afrika ook helpen. Wij doen dat ook. Met €10 kan je dit doen. Met €50 kan je zelfs een zwangere vrouw met hiv uit Afrika helpen. Maar jij kan ook iets anders doen: wij hebben nog een witte jas en jij kunt met ons door het dorp geld komen verzamelen."
"Heren, we kennen elkaar niet maar jullie noemen me je/jij. Dat is in een dorp niet gebruikelijk en dat is sowieso niet gebruikelijk tegen iemand die 20 jaar ouder is. Dus, alsjeblieft, u." "Oh, sorry, sorry..." "als jullie het niet erg vinden, blijf ik andere lokale goede doelen ondersteunen en ga ik nu met mijn vrouw koffie drinken. Ik wens jullie een hele fijne middag."
zaterdag 22 april 2017
zondag 19 maart 2017
Introdans. Weer.
Zoals eerder geschreven, was ik echt onder indruk van het eerdere programma van Introdans, Tutti. Daardoor heb ik de groep in de gaten gehouden voor hun nieuwe werken. Hun nieuwe programma, Monumentaal, heb ik afgelopen weekend gezien in Maastricht: "Het tweede programma dat Introdans in het voorjaar van 2017 uitbrengt,
is een vierluik van monumentale choreografieën: het meesterlijke Lieder Eines Fahrenden Gesellen, dat geldt als een van Jiří Kylián meest romantische werken, het recente Canto Ostinato en het elektriserende Concerto van de Amerikaanse ‘grand old lady’ Lucinda Childs en Memory of a Shape, een imponerend werk van choreografe Regina van Berkel dat nu voor het eerst in Nederland te zien is."
Door twee stukken ben ik echt onder indruk geweest: Canto Ostinato en Lieder Eines Fahrenden Gesellen.
Canto Ostinato is een van de grote recente successen binnen het Introdans-repertoire. Het is de tweede choreografie die Lucinda Childs, een van de ‘grand old ladies’ van de Amerikaanse moderne dans, speciaal voor het gezelschap maakte, begin 2015. In de voor Childs kenmerkende mathematische – zelf zegt ze: ‘onbuigzame’ – stijl verbeelden twee koppels de gelijknamige repetitieve, hypnotiserende muziek van Simeon ten Holt: het ene moment kalm voortschrijdend, het andere losbarstend in krachtige danssalvo’s.
Dat laatste, "repetitief en hypnotiserend", vond ik zo indrukwekkend in dit stuk. Heel simpel en toch met een grote impact.
In Lieder Eines Fahrenden Gesellen vertaalt Jiří Kylián de gelijknamige compositie van Gustav Mahler in wonderschone dans. Mahler schreef de liederencyclus tussen 1883 en 1885, toen hij als jonge twintiger gekweld werd door liefdesverdriet. In de intieme choreografie volgt Kylián de liederen niet op de voet, maar hij weet in vijf uitzonderlijk geïnspireerde duetten wel de uiteenlopende stemmingen en emoties tot uitdrukking te brengen, van pril geluk en liefdesvreugde tot melancholie, jaloezie en doodsverlangen.
Wat ik in dit stuk heel mooi vond, waren de curves die de lichamen maakten in hun dans. Geen strakke en sterke pasjes, maar juist fragiel en subtiel.
NRC heeft ook een mooie analyse gemaakt over dit programma van Introdans.
Door twee stukken ben ik echt onder indruk geweest: Canto Ostinato en Lieder Eines Fahrenden Gesellen.
Canto Ostinato is een van de grote recente successen binnen het Introdans-repertoire. Het is de tweede choreografie die Lucinda Childs, een van de ‘grand old ladies’ van de Amerikaanse moderne dans, speciaal voor het gezelschap maakte, begin 2015. In de voor Childs kenmerkende mathematische – zelf zegt ze: ‘onbuigzame’ – stijl verbeelden twee koppels de gelijknamige repetitieve, hypnotiserende muziek van Simeon ten Holt: het ene moment kalm voortschrijdend, het andere losbarstend in krachtige danssalvo’s.
Dat laatste, "repetitief en hypnotiserend", vond ik zo indrukwekkend in dit stuk. Heel simpel en toch met een grote impact.
In Lieder Eines Fahrenden Gesellen vertaalt Jiří Kylián de gelijknamige compositie van Gustav Mahler in wonderschone dans. Mahler schreef de liederencyclus tussen 1883 en 1885, toen hij als jonge twintiger gekweld werd door liefdesverdriet. In de intieme choreografie volgt Kylián de liederen niet op de voet, maar hij weet in vijf uitzonderlijk geïnspireerde duetten wel de uiteenlopende stemmingen en emoties tot uitdrukking te brengen, van pril geluk en liefdesvreugde tot melancholie, jaloezie en doodsverlangen.
Wat ik in dit stuk heel mooi vond, waren de curves die de lichamen maakten in hun dans. Geen strakke en sterke pasjes, maar juist fragiel en subtiel.
NRC heeft ook een mooie analyse gemaakt over dit programma van Introdans.
maandag 13 maart 2017
Een nieuwe definitie van lente
Als ik op Wikipedia kijk, dan krijg ik de volgende definitie van lente: "De lente of het voorjaar is een van de vier seizoenen. De lente volgt op de winter en wordt gevolgd door de zomer. De lente begint op het noordelijk halfrond (meestal) op 20 maart en eindigt (meestal) op 21 juni. Op het zuidelijk halfrond
begint de lente meestal op 22 september. Tijdens de lente worden in de
noordelijker streken van het noordelijk halfrond de bomen veel groener
en gaan veel planten bloeien; geleidelijk wordt het warmer en wordt de
kans op vorst kleiner."
Daarna gaat men op de definitie van astronomische lente: "Het begin en einde van de lente (20 of 21 maart - 20 of 21 juni) is bepaald op basis van een afspraak. Astronomisch gezien begint de lente als de dag en de nacht even lang zijn."
Een meteorologische lente is ook gedefinieerd: "Een van de eerste internationale weerorganisaties onder leiding van de Duitse keurvorst Karl Theodor, de Societas Meteorologica Palatina besloot in 1780 om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen. Seizoenen konden zo beter met elkaar vergeleken worden. Sindsdien duurt de meteorologische lente op het noordelijk halfrond van 1 maart tot en met 31 mei. Op het zuidelijk halfrond begint de lente volgens de klimatologische indeling op 1 september en eindigt op 30 november."
Maar ik stel een nieuwe definitie van de lente. De lente begint op het moment dat de vogels beginnen te zingen. Hard. En vroeg in de dag. Dan weet je dat de lente echt begonnen is. Al je nu in het bos loopt, vroeg op de dag, hoor je overal hun mooie zang. Allemaal zijn actief met lawaai maken en partners trekken op te paren. Het is een hele mooie spektakel, waardoor je weet dat de lente begonnen is.
Daarna gaat men op de definitie van astronomische lente: "Het begin en einde van de lente (20 of 21 maart - 20 of 21 juni) is bepaald op basis van een afspraak. Astronomisch gezien begint de lente als de dag en de nacht even lang zijn."
Een meteorologische lente is ook gedefinieerd: "Een van de eerste internationale weerorganisaties onder leiding van de Duitse keurvorst Karl Theodor, de Societas Meteorologica Palatina besloot in 1780 om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen. Seizoenen konden zo beter met elkaar vergeleken worden. Sindsdien duurt de meteorologische lente op het noordelijk halfrond van 1 maart tot en met 31 mei. Op het zuidelijk halfrond begint de lente volgens de klimatologische indeling op 1 september en eindigt op 30 november."
Maar ik stel een nieuwe definitie van de lente. De lente begint op het moment dat de vogels beginnen te zingen. Hard. En vroeg in de dag. Dan weet je dat de lente echt begonnen is. Al je nu in het bos loopt, vroeg op de dag, hoor je overal hun mooie zang. Allemaal zijn actief met lawaai maken en partners trekken op te paren. Het is een hele mooie spektakel, waardoor je weet dat de lente begonnen is.
zaterdag 4 maart 2017
Een das minder
Daar lag hij. Dood. Aangereden door een auto. Een das.
Nee, ik weet niet veel over dassen en, totdat ik in Zuid-Limburg kwam wonen, nooit één vrij in de natuur gezien. Wel in een natuurmuseum en in een dierentuin, maar dat niet telt.
Meerdere keren, vooral 's nachts, kwam ik hen tegen. Meestal waren ze met zijn tweeën. Je schrik je dood als je in een keer twee grote beesten zie rennen, met een grote lawaai van harde nagels op asfalt. De hond werd helemaal gek, maar ik weet helemaal niet wat ik moet doen. Iedere keer was meer uit de weg blijven en beesten hun eigen gang laten gaan. En dat doen ze, ze zijn niet geïnteresseerd in jou of in je hond.
Vanavond toen ik die zag liggen, wilde ik bijna huilen. Hij was uit een familie die waarschijnlijk ergens in de tuin van de overburen leefden, ik heb die meerdere keren daar in de buurt gezien. Gelukkig zijn de anderen nog. Mooie simpathieke beest.
Nee, ik weet niet veel over dassen en, totdat ik in Zuid-Limburg kwam wonen, nooit één vrij in de natuur gezien. Wel in een natuurmuseum en in een dierentuin, maar dat niet telt.
Meerdere keren, vooral 's nachts, kwam ik hen tegen. Meestal waren ze met zijn tweeën. Je schrik je dood als je in een keer twee grote beesten zie rennen, met een grote lawaai van harde nagels op asfalt. De hond werd helemaal gek, maar ik weet helemaal niet wat ik moet doen. Iedere keer was meer uit de weg blijven en beesten hun eigen gang laten gaan. En dat doen ze, ze zijn niet geïnteresseerd in jou of in je hond.
Vanavond toen ik die zag liggen, wilde ik bijna huilen. Hij was uit een familie die waarschijnlijk ergens in de tuin van de overburen leefden, ik heb die meerdere keren daar in de buurt gezien. Gelukkig zijn de anderen nog. Mooie simpathieke beest.
donderdag 23 februari 2017
De technologie staat soms in de weg
Gisterenavond was duidelijk dat het een stormachtige dag zal worden. De avond zelf was al onrustig, met veel regen en wind. Op zo'n moment kijk je op de weervoorspellingen, zie wind 6+ en beslis je samen met je roeiploeg dat het weinig kans is om vroeg in de ochtend te gaan roeien: slecht weer buiten én slecht weer voorspeld.
Maar het wordt ochtend, je gaat een beetje uitslapen en, als je opstaat en naar buiten gaat, zie dat het weer eigenlijk veel beter is dan een dag daarvoor en dan verwacht: wel een beetje wind, wel een klein beetje regen. Als je niets wist over de weersverwachtingen, was je op dat moment aan het roeien.
Maar niet dus: de (nieuwe) technologie beïnvloedt ons soms te veel, tot zover dat we, in dit geval, niet meer met de natuur leven, maar op basis van een algemeen computer model. Logischer was om gewoon op staan, naar buiten te kijken en te beslissen op basis van wat je op dat moment ziet. Pas daarna naar de weersvoorspellingen kijken en die niet leidend laten zijn.
Zonde. Volgende keer eerst met de neus in de wind!
Maar het wordt ochtend, je gaat een beetje uitslapen en, als je opstaat en naar buiten gaat, zie dat het weer eigenlijk veel beter is dan een dag daarvoor en dan verwacht: wel een beetje wind, wel een klein beetje regen. Als je niets wist over de weersverwachtingen, was je op dat moment aan het roeien.
Maar niet dus: de (nieuwe) technologie beïnvloedt ons soms te veel, tot zover dat we, in dit geval, niet meer met de natuur leven, maar op basis van een algemeen computer model. Logischer was om gewoon op staan, naar buiten te kijken en te beslissen op basis van wat je op dat moment ziet. Pas daarna naar de weersvoorspellingen kijken en die niet leidend laten zijn.
Zonde. Volgende keer eerst met de neus in de wind!
zaterdag 11 februari 2017
Een tunnel om trots op te zijn
Eindelijk ben ik zo ver: een week geleden ben ik door de Koning Willem-Alexandertunnel (A2-Maastricht) gereden!! De tunnel is eigenlijk al mid-december geopend, alleen had ik tot nu toe geen gelegenheid om doorheen te rijden. Dit keer ben ik vanuit Liège gereden richting Heerlen. Ik kon kiezen voor een andere route, maar ik wilde toch door de tunnel rijden.
Enkele jaren geleden heb ik zelf gewerkt voor deze tunnel, daarom was ik zo benieuwd naar hem. Ik heb de ingenieurs ondersteund met simulaties om de tunnelventilatie te ontwikkelen. Het was een mooi project voor mij, deel van een grotere betrokkenheid van ons ingenieursbureau.
Nu kon ik het resultaat zien. Ik heb verwacht dat hij meer als een kerstboom zou uitzien (meer in de richting van A2-Leidsche Rijntunnel), maar hij is best sober, zelfs een beetje saai. Nieuw aan deze tunnel is dat hij vier tunnelbuizen op elkaar gestapeld heeft (twee boven en twee onder), met elk twee rijstroken.
Straks komt bovenop de tunnel de zogenoemde Groene Loper, meer dan 2 km wandel- en fietsplezier. Tot die tijd ben ik tevreden dat zwaar verkeer niet meer door de stad komt. Op de eerste ochtend na de opening was ontzetten rustig in de stad.
Enkele jaren geleden heb ik zelf gewerkt voor deze tunnel, daarom was ik zo benieuwd naar hem. Ik heb de ingenieurs ondersteund met simulaties om de tunnelventilatie te ontwikkelen. Het was een mooi project voor mij, deel van een grotere betrokkenheid van ons ingenieursbureau.
Nu kon ik het resultaat zien. Ik heb verwacht dat hij meer als een kerstboom zou uitzien (meer in de richting van A2-Leidsche Rijntunnel), maar hij is best sober, zelfs een beetje saai. Nieuw aan deze tunnel is dat hij vier tunnelbuizen op elkaar gestapeld heeft (twee boven en twee onder), met elk twee rijstroken.
Straks komt bovenop de tunnel de zogenoemde Groene Loper, meer dan 2 km wandel- en fietsplezier. Tot die tijd ben ik tevreden dat zwaar verkeer niet meer door de stad komt. Op de eerste ochtend na de opening was ontzetten rustig in de stad.
vrijdag 30 december 2016
Mysterie
Tijdens de Kerstperiode vind ik toch leuk om naar de kerk te gaan. Het Kerstconcert en de Kerstmis zijn de hoogste momenten. Op de Kerstavondmis komt het hele dorp samen en de kerk wordt vol. De harmonie en de koor zingen samen en de priester heeft een mooie boodschap. Ik ga zelf voor de rust en voor het gevoel van gemeenschap.
Ik was plezierig verrast door NPO toen ik heb gezien dat ze een "opera" van Herman Finkers gaan uitzenden, een Gregoriaanse hoogmis vanuit de Plechelmusbasiliek te Oldenzaal, "Missa in Mysterium". Herman Finkers is op een of andere manier in staat om een gebeurtenis die voor hem belangrijk is (hier een katholieke hoogmis) zover te brengen dat die een mystieke ervaring wordt voor een lek. De mis zelf is in het Latijns, maar Herman Finkers geeft (off-line) uitleg zodat de kijker wel weet wat er aan de hand is en alles kan volgen. "Voor mensen die elke mis exotisch vinden en er de weg niet goed in vinden, legde Finkers ook af en toe uit wat hij met deze terugkeer van de liturgie naar het theater beoogde. Hij regisseerde een mis als een opera, waarbij elke beweging en opstelling precies gechoreografeerd was en ook de negenhonderd kerkgangers zorgvuldig waren getraind en geregisseerd." (NRC, "Een gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers prikkelt vooral de open zenuw van de nostalgie", 27 december 2016)
Uiteindelijk hoeft niet alles uitgelegd en inhoudelijk gevolgd te worden, een kerkmis kan ook gezien worden als deel zijn van een mysterie. "Herman Finkers geeft toelichting bij de beelden en gezangen en doet dat op een tijdstip dat kijkers verlangen naar stilte en schoonheid." (NRC)
Ik was plezierig verrast door NPO toen ik heb gezien dat ze een "opera" van Herman Finkers gaan uitzenden, een Gregoriaanse hoogmis vanuit de Plechelmusbasiliek te Oldenzaal, "Missa in Mysterium". Herman Finkers is op een of andere manier in staat om een gebeurtenis die voor hem belangrijk is (hier een katholieke hoogmis) zover te brengen dat die een mystieke ervaring wordt voor een lek. De mis zelf is in het Latijns, maar Herman Finkers geeft (off-line) uitleg zodat de kijker wel weet wat er aan de hand is en alles kan volgen. "Voor mensen die elke mis exotisch vinden en er de weg niet goed in vinden, legde Finkers ook af en toe uit wat hij met deze terugkeer van de liturgie naar het theater beoogde. Hij regisseerde een mis als een opera, waarbij elke beweging en opstelling precies gechoreografeerd was en ook de negenhonderd kerkgangers zorgvuldig waren getraind en geregisseerd." (NRC, "Een gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers prikkelt vooral de open zenuw van de nostalgie", 27 december 2016)
Uiteindelijk hoeft niet alles uitgelegd en inhoudelijk gevolgd te worden, een kerkmis kan ook gezien worden als deel zijn van een mysterie. "Herman Finkers geeft toelichting bij de beelden en gezangen en doet dat op een tijdstip dat kijkers verlangen naar stilte en schoonheid." (NRC)
maandag 19 december 2016
Knal! In your face! Deel twee.
Na de Nederlandse Dansdagen wilde ik kijken of een vervolg komt ergens in de buurt. Daarom heb ik gekeken naar de komende dansvoorstellingen en kwam ik tegen Introdans, een gezelschap uit Arnhem, die in Parkstad Limburg Theater in Heerlen zou komen spellen. De voorstelling: TUTTI.
Ik wist een klein beetje over "In Memoriam" van Sidi Larbi Cherkaoui, maar in werkelijkheid was het alsof je onder de drugs stond. Echt in trans van het allereerste minuut, precies zoals in het programma staat: "In dit meditatieve werk - dat een eerbetoon aan zijn voorouders is - verkennen de dansers magnetische en polariserende krachten als zachtheid en agressie, aantrekking en afstoting, met een bedwelmend effect tot gevolg". Vooral de tunnel-scène zet je in een diepe trans.
Het tweede stuk, "Nowhere" van Dimitris Papaioannou, was maar een kort fragment van 6 minuten, maar zoooo intens. De samenwerking tussen het lichaamswerk en de stilte was adembenemend. Beter kan ik het echt niet beschrijven.
Het verschil kon niet groter zijn met het volgende stuk, "Cantata" van Mauro Bigonzetti. Vanaf het eerste moment een kleurig dorpsfeest vol energie. De muziek maakte dat je vanaf je stoel mee wilde doen: "Bigonzetti maakt met dit rauwe, gepassioneerde powerstuk sterk gebruik van de Italiaanse volkscultuur, zoveel muzikaal (met muziek van de Italiaanse vrouwenvolksgroep Assurd) als qua bewegingstaal".
Jammer genoeg voor Heerlen, word je op een winterse nacht, na een fantastische voorstelling, terug gebracht in de kaalheid van de stad. Daar is er zeker werk aan de winkel, het contrast is op dit moment veel te groot. Publiek is er wel (was uitverkocht), maar de stad moet anders met een zo een schat omgaan.
Voor mij wordt het meteen boeken voor de volgende voorstellingen.
Ik wist een klein beetje over "In Memoriam" van Sidi Larbi Cherkaoui, maar in werkelijkheid was het alsof je onder de drugs stond. Echt in trans van het allereerste minuut, precies zoals in het programma staat: "In dit meditatieve werk - dat een eerbetoon aan zijn voorouders is - verkennen de dansers magnetische en polariserende krachten als zachtheid en agressie, aantrekking en afstoting, met een bedwelmend effect tot gevolg". Vooral de tunnel-scène zet je in een diepe trans.
Het tweede stuk, "Nowhere" van Dimitris Papaioannou, was maar een kort fragment van 6 minuten, maar zoooo intens. De samenwerking tussen het lichaamswerk en de stilte was adembenemend. Beter kan ik het echt niet beschrijven.
Het verschil kon niet groter zijn met het volgende stuk, "Cantata" van Mauro Bigonzetti. Vanaf het eerste moment een kleurig dorpsfeest vol energie. De muziek maakte dat je vanaf je stoel mee wilde doen: "Bigonzetti maakt met dit rauwe, gepassioneerde powerstuk sterk gebruik van de Italiaanse volkscultuur, zoveel muzikaal (met muziek van de Italiaanse vrouwenvolksgroep Assurd) als qua bewegingstaal".
Jammer genoeg voor Heerlen, word je op een winterse nacht, na een fantastische voorstelling, terug gebracht in de kaalheid van de stad. Daar is er zeker werk aan de winkel, het contrast is op dit moment veel te groot. Publiek is er wel (was uitverkocht), maar de stad moet anders met een zo een schat omgaan.
Voor mij wordt het meteen boeken voor de volgende voorstellingen.
vrijdag 25 november 2016
Ruiken. Vervolg.
Lang geleden, in een andere post, heb ik een stuk geschreven over onze zintuigen, waaronder het ruiken:
"Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen."
Nu heb ik achter gekomen hoe dat eigenlijk gebeurt en dat dankzij een van de colleges van de Universiteit van Nederland "Waar komen onze associaties van geuren vandaan?".
Fysiologisch zit het zo in elkaar: het reukcentrum bevindt zich in ons hersenen dichtbij de amygdala (emotionele centrum) en de hypocampus (opslaat herinneringen). De reuk is dus bij uitsteek een zintuig die vroege herinneringen kan roepen. De geurgeheugen is passief en verdwijnt nooit. Dat is eigenlijk super interessant als je kijkt naar dementerende ouders: ze hebben ook informatie die ze nooit zullen vergeten en ze kunnen zich bij voorbeeld oriënteren met behulp van specifieke geuren.
De college geeft meer mooie voorbeelden uit de (culturele) geschiedenis en uit de collectieve geheugen ondersteund door de geuren. De conclusie van de college is heel mooi geformuleerd: "Wat ik vandaag ruik is de herinnering van de toekomst."
"Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een paard. Oom Gheorghe en zijn paard die
gecastreerd moest worden. De kinderen konden niet bij, de mannen wel. Hoe oud
was mijn vader toen? Misschien net zo oud zoals ik nu. De kinderen konden niet
bij die paard, iedereen was bang dat hij niet vriendelijk was.
De geur van vers gemaaide gras. Ik was rond 18 en ik heb een
hele zomer geholpen met gras verzamelen voor de winter voor de dieren. Als ik
nu langs een veldje met vers gemaaide gras loop, kan ik niet aan iets anders
denken.De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen."
Nu heb ik achter gekomen hoe dat eigenlijk gebeurt en dat dankzij een van de colleges van de Universiteit van Nederland "Waar komen onze associaties van geuren vandaan?".
Fysiologisch zit het zo in elkaar: het reukcentrum bevindt zich in ons hersenen dichtbij de amygdala (emotionele centrum) en de hypocampus (opslaat herinneringen). De reuk is dus bij uitsteek een zintuig die vroege herinneringen kan roepen. De geurgeheugen is passief en verdwijnt nooit. Dat is eigenlijk super interessant als je kijkt naar dementerende ouders: ze hebben ook informatie die ze nooit zullen vergeten en ze kunnen zich bij voorbeeld oriënteren met behulp van specifieke geuren.
De college geeft meer mooie voorbeelden uit de (culturele) geschiedenis en uit de collectieve geheugen ondersteund door de geuren. De conclusie van de college is heel mooi geformuleerd: "Wat ik vandaag ruik is de herinnering van de toekomst."
maandag 7 november 2016
Flexibilisering van de arbeidsmarkt
Beste heer W,
In
het nummer van oktober-november van tijdschrift Chapeau, maakt u in uw
column "Mooie tijden" een pleidooi voor extra aandacht voor de mensen
"aan de onderzijde van de arbeidsmarkt". U zegt: "En dan zijn er
natuurlijk ook nog de doelgroepen aan de onderzijde van de arbeidsmarkt.
Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, mensen die met weinig
opleiding al langere tijd aan de kant staan, bijvoorbeeld. Dat zijn
kwetsbare doelgroepen. Het vraagt van werkgevers solidariteit en de
bereidheid om te willen investeren. In die gevallen is werkzaamheid wel
degelijk een issue. Gewoon een vast contract en de wetenschap dat je
langjarig samen oploopt. Hier ligt een duidelijke taak voor
uitzendorganisaties. De verantwoordelijkheid om deze kwetsbare
doelgroepen direct vaste banen te geven, ze perspectief en scholing aan
te bieden, waardoor ze vruchtbaar ingezet kunnen worden in het
arbeidsproces. Immers, er is momenteel werk voor iedereen." Prachtige
woorden, echt! CPB heeft, trouwens, ook een rapport gepubliceerd over
"De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025" (zie CPB en SCP verkennen gezamenlijk toekomst onderkant arbeidsmarkt | CPB.nl)
Daarnaast
zegt u: "Werknemers en werkgevers hebben enerzijds behoefte aan
flexibiliteit en anderzijds veranderen de omstandigheden rondom die baan
zo vaak dat de houdbaar van twee kanten beperkt is." Wat ik denk dat u
hier vergeet is de Macro Economische Verkenning van CPB (https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/MEV-2017-Beschouwing.pdf),
waarin staat dat Nederland eigenlijk een buitenbeentje is als het gaat
om het groeiende aantal flexwerkers. NOS, 22 september 2016: "De toename
van het flexcontract is geen internationale trend, dus het
is niet iets onvermijdelijks, zegt directeur Laura van Geest van CPB.
Het is
ook niet iets tijdelijks, of iets dat komt omdat flexwerkers zo dolgraag
op een flexcontract werken. Daarmee is onze conclusie dat het komt door
beleid." Ook weten we dat alleen 20% van de flexwerkers voorkeur heeft
voor deze manier van werken
(https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2016/5/bijna-1-op-de-5-flexwerkers-heeft-voorkeur-voor-flexibel-werk/).
Veel meer accepteren een flexcontract uit noodzaak. Daarom ben ik met
uw bovenstaande zin het niet mee eens, dat wil zeggen: De meeste
werknemers hebben geen behoefte aan een flexcontract, de werkgevers wel,
maar dat komt door het beleid/geld.
Misschien
is het interessant om in een van uw volgende columns deze aspecten
naast elkaar te beschouwen: beleid van de overheid en de behoeftes van
werknemers en werkgevers. Ik kijk met interesse naar uit.
Abonneren op:
Posts (Atom)