Daar lag hij. Dood. Aangereden door een auto. Een das.
Nee, ik weet niet veel over dassen en, totdat ik in Zuid-Limburg kwam wonen, nooit één vrij in de natuur gezien. Wel in een natuurmuseum en in een dierentuin, maar dat niet telt.
Meerdere keren, vooral 's nachts, kwam ik hen tegen. Meestal waren ze met zijn tweeën. Je schrik je dood als je in een keer twee grote beesten zie rennen, met een grote lawaai van harde nagels op asfalt. De hond werd helemaal gek, maar ik weet helemaal niet wat ik moet doen. Iedere keer was meer uit de weg blijven en beesten hun eigen gang laten gaan. En dat doen ze, ze zijn niet geïnteresseerd in jou of in je hond.
Vanavond toen ik die zag liggen, wilde ik bijna huilen. Hij was uit een familie die waarschijnlijk ergens in de tuin van de overburen leefden, ik heb die meerdere keren daar in de buurt gezien. Gelukkig zijn de anderen nog. Mooie simpathieke beest.
zaterdag 4 maart 2017
donderdag 23 februari 2017
De technologie staat soms in de weg
Gisterenavond was duidelijk dat het een stormachtige dag zal worden. De avond zelf was al onrustig, met veel regen en wind. Op zo'n moment kijk je op de weervoorspellingen, zie wind 6+ en beslis je samen met je roeiploeg dat het weinig kans is om vroeg in de ochtend te gaan roeien: slecht weer buiten én slecht weer voorspeld.
Maar het wordt ochtend, je gaat een beetje uitslapen en, als je opstaat en naar buiten gaat, zie dat het weer eigenlijk veel beter is dan een dag daarvoor en dan verwacht: wel een beetje wind, wel een klein beetje regen. Als je niets wist over de weersverwachtingen, was je op dat moment aan het roeien.
Maar niet dus: de (nieuwe) technologie beïnvloedt ons soms te veel, tot zover dat we, in dit geval, niet meer met de natuur leven, maar op basis van een algemeen computer model. Logischer was om gewoon op staan, naar buiten te kijken en te beslissen op basis van wat je op dat moment ziet. Pas daarna naar de weersvoorspellingen kijken en die niet leidend laten zijn.
Zonde. Volgende keer eerst met de neus in de wind!
Maar het wordt ochtend, je gaat een beetje uitslapen en, als je opstaat en naar buiten gaat, zie dat het weer eigenlijk veel beter is dan een dag daarvoor en dan verwacht: wel een beetje wind, wel een klein beetje regen. Als je niets wist over de weersverwachtingen, was je op dat moment aan het roeien.
Maar niet dus: de (nieuwe) technologie beïnvloedt ons soms te veel, tot zover dat we, in dit geval, niet meer met de natuur leven, maar op basis van een algemeen computer model. Logischer was om gewoon op staan, naar buiten te kijken en te beslissen op basis van wat je op dat moment ziet. Pas daarna naar de weersvoorspellingen kijken en die niet leidend laten zijn.
Zonde. Volgende keer eerst met de neus in de wind!
zaterdag 11 februari 2017
Een tunnel om trots op te zijn
Eindelijk ben ik zo ver: een week geleden ben ik door de Koning Willem-Alexandertunnel (A2-Maastricht) gereden!! De tunnel is eigenlijk al mid-december geopend, alleen had ik tot nu toe geen gelegenheid om doorheen te rijden. Dit keer ben ik vanuit Liège gereden richting Heerlen. Ik kon kiezen voor een andere route, maar ik wilde toch door de tunnel rijden.
Enkele jaren geleden heb ik zelf gewerkt voor deze tunnel, daarom was ik zo benieuwd naar hem. Ik heb de ingenieurs ondersteund met simulaties om de tunnelventilatie te ontwikkelen. Het was een mooi project voor mij, deel van een grotere betrokkenheid van ons ingenieursbureau.
Nu kon ik het resultaat zien. Ik heb verwacht dat hij meer als een kerstboom zou uitzien (meer in de richting van A2-Leidsche Rijntunnel), maar hij is best sober, zelfs een beetje saai. Nieuw aan deze tunnel is dat hij vier tunnelbuizen op elkaar gestapeld heeft (twee boven en twee onder), met elk twee rijstroken.
Straks komt bovenop de tunnel de zogenoemde Groene Loper, meer dan 2 km wandel- en fietsplezier. Tot die tijd ben ik tevreden dat zwaar verkeer niet meer door de stad komt. Op de eerste ochtend na de opening was ontzetten rustig in de stad.
Enkele jaren geleden heb ik zelf gewerkt voor deze tunnel, daarom was ik zo benieuwd naar hem. Ik heb de ingenieurs ondersteund met simulaties om de tunnelventilatie te ontwikkelen. Het was een mooi project voor mij, deel van een grotere betrokkenheid van ons ingenieursbureau.
Nu kon ik het resultaat zien. Ik heb verwacht dat hij meer als een kerstboom zou uitzien (meer in de richting van A2-Leidsche Rijntunnel), maar hij is best sober, zelfs een beetje saai. Nieuw aan deze tunnel is dat hij vier tunnelbuizen op elkaar gestapeld heeft (twee boven en twee onder), met elk twee rijstroken.
Straks komt bovenop de tunnel de zogenoemde Groene Loper, meer dan 2 km wandel- en fietsplezier. Tot die tijd ben ik tevreden dat zwaar verkeer niet meer door de stad komt. Op de eerste ochtend na de opening was ontzetten rustig in de stad.
vrijdag 30 december 2016
Mysterie
Tijdens de Kerstperiode vind ik toch leuk om naar de kerk te gaan. Het Kerstconcert en de Kerstmis zijn de hoogste momenten. Op de Kerstavondmis komt het hele dorp samen en de kerk wordt vol. De harmonie en de koor zingen samen en de priester heeft een mooie boodschap. Ik ga zelf voor de rust en voor het gevoel van gemeenschap.
Ik was plezierig verrast door NPO toen ik heb gezien dat ze een "opera" van Herman Finkers gaan uitzenden, een Gregoriaanse hoogmis vanuit de Plechelmusbasiliek te Oldenzaal, "Missa in Mysterium". Herman Finkers is op een of andere manier in staat om een gebeurtenis die voor hem belangrijk is (hier een katholieke hoogmis) zover te brengen dat die een mystieke ervaring wordt voor een lek. De mis zelf is in het Latijns, maar Herman Finkers geeft (off-line) uitleg zodat de kijker wel weet wat er aan de hand is en alles kan volgen. "Voor mensen die elke mis exotisch vinden en er de weg niet goed in vinden, legde Finkers ook af en toe uit wat hij met deze terugkeer van de liturgie naar het theater beoogde. Hij regisseerde een mis als een opera, waarbij elke beweging en opstelling precies gechoreografeerd was en ook de negenhonderd kerkgangers zorgvuldig waren getraind en geregisseerd." (NRC, "Een gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers prikkelt vooral de open zenuw van de nostalgie", 27 december 2016)
Uiteindelijk hoeft niet alles uitgelegd en inhoudelijk gevolgd te worden, een kerkmis kan ook gezien worden als deel zijn van een mysterie. "Herman Finkers geeft toelichting bij de beelden en gezangen en doet dat op een tijdstip dat kijkers verlangen naar stilte en schoonheid." (NRC)
Ik was plezierig verrast door NPO toen ik heb gezien dat ze een "opera" van Herman Finkers gaan uitzenden, een Gregoriaanse hoogmis vanuit de Plechelmusbasiliek te Oldenzaal, "Missa in Mysterium". Herman Finkers is op een of andere manier in staat om een gebeurtenis die voor hem belangrijk is (hier een katholieke hoogmis) zover te brengen dat die een mystieke ervaring wordt voor een lek. De mis zelf is in het Latijns, maar Herman Finkers geeft (off-line) uitleg zodat de kijker wel weet wat er aan de hand is en alles kan volgen. "Voor mensen die elke mis exotisch vinden en er de weg niet goed in vinden, legde Finkers ook af en toe uit wat hij met deze terugkeer van de liturgie naar het theater beoogde. Hij regisseerde een mis als een opera, waarbij elke beweging en opstelling precies gechoreografeerd was en ook de negenhonderd kerkgangers zorgvuldig waren getraind en geregisseerd." (NRC, "Een gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers prikkelt vooral de open zenuw van de nostalgie", 27 december 2016)
Uiteindelijk hoeft niet alles uitgelegd en inhoudelijk gevolgd te worden, een kerkmis kan ook gezien worden als deel zijn van een mysterie. "Herman Finkers geeft toelichting bij de beelden en gezangen en doet dat op een tijdstip dat kijkers verlangen naar stilte en schoonheid." (NRC)
maandag 19 december 2016
Knal! In your face! Deel twee.
Na de Nederlandse Dansdagen wilde ik kijken of een vervolg komt ergens in de buurt. Daarom heb ik gekeken naar de komende dansvoorstellingen en kwam ik tegen Introdans, een gezelschap uit Arnhem, die in Parkstad Limburg Theater in Heerlen zou komen spellen. De voorstelling: TUTTI.
Ik wist een klein beetje over "In Memoriam" van Sidi Larbi Cherkaoui, maar in werkelijkheid was het alsof je onder de drugs stond. Echt in trans van het allereerste minuut, precies zoals in het programma staat: "In dit meditatieve werk - dat een eerbetoon aan zijn voorouders is - verkennen de dansers magnetische en polariserende krachten als zachtheid en agressie, aantrekking en afstoting, met een bedwelmend effect tot gevolg". Vooral de tunnel-scène zet je in een diepe trans.
Het tweede stuk, "Nowhere" van Dimitris Papaioannou, was maar een kort fragment van 6 minuten, maar zoooo intens. De samenwerking tussen het lichaamswerk en de stilte was adembenemend. Beter kan ik het echt niet beschrijven.
Het verschil kon niet groter zijn met het volgende stuk, "Cantata" van Mauro Bigonzetti. Vanaf het eerste moment een kleurig dorpsfeest vol energie. De muziek maakte dat je vanaf je stoel mee wilde doen: "Bigonzetti maakt met dit rauwe, gepassioneerde powerstuk sterk gebruik van de Italiaanse volkscultuur, zoveel muzikaal (met muziek van de Italiaanse vrouwenvolksgroep Assurd) als qua bewegingstaal".
Jammer genoeg voor Heerlen, word je op een winterse nacht, na een fantastische voorstelling, terug gebracht in de kaalheid van de stad. Daar is er zeker werk aan de winkel, het contrast is op dit moment veel te groot. Publiek is er wel (was uitverkocht), maar de stad moet anders met een zo een schat omgaan.
Voor mij wordt het meteen boeken voor de volgende voorstellingen.
Ik wist een klein beetje over "In Memoriam" van Sidi Larbi Cherkaoui, maar in werkelijkheid was het alsof je onder de drugs stond. Echt in trans van het allereerste minuut, precies zoals in het programma staat: "In dit meditatieve werk - dat een eerbetoon aan zijn voorouders is - verkennen de dansers magnetische en polariserende krachten als zachtheid en agressie, aantrekking en afstoting, met een bedwelmend effect tot gevolg". Vooral de tunnel-scène zet je in een diepe trans.
Het tweede stuk, "Nowhere" van Dimitris Papaioannou, was maar een kort fragment van 6 minuten, maar zoooo intens. De samenwerking tussen het lichaamswerk en de stilte was adembenemend. Beter kan ik het echt niet beschrijven.
Het verschil kon niet groter zijn met het volgende stuk, "Cantata" van Mauro Bigonzetti. Vanaf het eerste moment een kleurig dorpsfeest vol energie. De muziek maakte dat je vanaf je stoel mee wilde doen: "Bigonzetti maakt met dit rauwe, gepassioneerde powerstuk sterk gebruik van de Italiaanse volkscultuur, zoveel muzikaal (met muziek van de Italiaanse vrouwenvolksgroep Assurd) als qua bewegingstaal".
Jammer genoeg voor Heerlen, word je op een winterse nacht, na een fantastische voorstelling, terug gebracht in de kaalheid van de stad. Daar is er zeker werk aan de winkel, het contrast is op dit moment veel te groot. Publiek is er wel (was uitverkocht), maar de stad moet anders met een zo een schat omgaan.
Voor mij wordt het meteen boeken voor de volgende voorstellingen.
vrijdag 25 november 2016
Ruiken. Vervolg.
Lang geleden, in een andere post, heb ik een stuk geschreven over onze zintuigen, waaronder het ruiken:
"Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen."
Nu heb ik achter gekomen hoe dat eigenlijk gebeurt en dat dankzij een van de colleges van de Universiteit van Nederland "Waar komen onze associaties van geuren vandaan?".
Fysiologisch zit het zo in elkaar: het reukcentrum bevindt zich in ons hersenen dichtbij de amygdala (emotionele centrum) en de hypocampus (opslaat herinneringen). De reuk is dus bij uitsteek een zintuig die vroege herinneringen kan roepen. De geurgeheugen is passief en verdwijnt nooit. Dat is eigenlijk super interessant als je kijkt naar dementerende ouders: ze hebben ook informatie die ze nooit zullen vergeten en ze kunnen zich bij voorbeeld oriënteren met behulp van specifieke geuren.
De college geeft meer mooie voorbeelden uit de (culturele) geschiedenis en uit de collectieve geheugen ondersteund door de geuren. De conclusie van de college is heel mooi geformuleerd: "Wat ik vandaag ruik is de herinnering van de toekomst."
"Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een paard. Oom Gheorghe en zijn paard die
gecastreerd moest worden. De kinderen konden niet bij, de mannen wel. Hoe oud
was mijn vader toen? Misschien net zo oud zoals ik nu. De kinderen konden niet
bij die paard, iedereen was bang dat hij niet vriendelijk was.
De geur van vers gemaaide gras. Ik was rond 18 en ik heb een
hele zomer geholpen met gras verzamelen voor de winter voor de dieren. Als ik
nu langs een veldje met vers gemaaide gras loop, kan ik niet aan iets anders
denken.De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen."
Nu heb ik achter gekomen hoe dat eigenlijk gebeurt en dat dankzij een van de colleges van de Universiteit van Nederland "Waar komen onze associaties van geuren vandaan?".
Fysiologisch zit het zo in elkaar: het reukcentrum bevindt zich in ons hersenen dichtbij de amygdala (emotionele centrum) en de hypocampus (opslaat herinneringen). De reuk is dus bij uitsteek een zintuig die vroege herinneringen kan roepen. De geurgeheugen is passief en verdwijnt nooit. Dat is eigenlijk super interessant als je kijkt naar dementerende ouders: ze hebben ook informatie die ze nooit zullen vergeten en ze kunnen zich bij voorbeeld oriënteren met behulp van specifieke geuren.
De college geeft meer mooie voorbeelden uit de (culturele) geschiedenis en uit de collectieve geheugen ondersteund door de geuren. De conclusie van de college is heel mooi geformuleerd: "Wat ik vandaag ruik is de herinnering van de toekomst."
maandag 7 november 2016
Flexibilisering van de arbeidsmarkt
Beste heer W,
In
het nummer van oktober-november van tijdschrift Chapeau, maakt u in uw
column "Mooie tijden" een pleidooi voor extra aandacht voor de mensen
"aan de onderzijde van de arbeidsmarkt". U zegt: "En dan zijn er
natuurlijk ook nog de doelgroepen aan de onderzijde van de arbeidsmarkt.
Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, mensen die met weinig
opleiding al langere tijd aan de kant staan, bijvoorbeeld. Dat zijn
kwetsbare doelgroepen. Het vraagt van werkgevers solidariteit en de
bereidheid om te willen investeren. In die gevallen is werkzaamheid wel
degelijk een issue. Gewoon een vast contract en de wetenschap dat je
langjarig samen oploopt. Hier ligt een duidelijke taak voor
uitzendorganisaties. De verantwoordelijkheid om deze kwetsbare
doelgroepen direct vaste banen te geven, ze perspectief en scholing aan
te bieden, waardoor ze vruchtbaar ingezet kunnen worden in het
arbeidsproces. Immers, er is momenteel werk voor iedereen." Prachtige
woorden, echt! CPB heeft, trouwens, ook een rapport gepubliceerd over
"De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025" (zie CPB en SCP verkennen gezamenlijk toekomst onderkant arbeidsmarkt | CPB.nl)
Daarnaast
zegt u: "Werknemers en werkgevers hebben enerzijds behoefte aan
flexibiliteit en anderzijds veranderen de omstandigheden rondom die baan
zo vaak dat de houdbaar van twee kanten beperkt is." Wat ik denk dat u
hier vergeet is de Macro Economische Verkenning van CPB (https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/MEV-2017-Beschouwing.pdf),
waarin staat dat Nederland eigenlijk een buitenbeentje is als het gaat
om het groeiende aantal flexwerkers. NOS, 22 september 2016: "De toename
van het flexcontract is geen internationale trend, dus het
is niet iets onvermijdelijks, zegt directeur Laura van Geest van CPB.
Het is
ook niet iets tijdelijks, of iets dat komt omdat flexwerkers zo dolgraag
op een flexcontract werken. Daarmee is onze conclusie dat het komt door
beleid." Ook weten we dat alleen 20% van de flexwerkers voorkeur heeft
voor deze manier van werken
(https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2016/5/bijna-1-op-de-5-flexwerkers-heeft-voorkeur-voor-flexibel-werk/).
Veel meer accepteren een flexcontract uit noodzaak. Daarom ben ik met
uw bovenstaande zin het niet mee eens, dat wil zeggen: De meeste
werknemers hebben geen behoefte aan een flexcontract, de werkgevers wel,
maar dat komt door het beleid/geld.
Misschien
is het interessant om in een van uw volgende columns deze aspecten
naast elkaar te beschouwen: beleid van de overheid en de behoeftes van
werknemers en werkgevers. Ik kijk met interesse naar uit.
zondag 9 oktober 2016
Knal! In your face!
Vroeger, in Amsterdam, had ik veel plezier in het gaan naar dansvoorstellingen. Het festival Julidans was een van mijn favorieten, met een mooie mix tussen klassiek en modern. Dangroep Krisztina de Chatel was een van mijn favorieten.
Verhuisd naar het zuiden en met wat gezondheidsproblemen heb ik vergeten over deze kleine pleziertjes. Totdat ik eigenlijk benieuwd werd naar het Theater aan het Vrijthof; hoe ziet eruit, wat voor publiek langs komt, wat voor voorstellingen langs komen. Totdat ik het afgelopen weekend heb besloten om de Nederlandse Dansdagen te bezoeken. Rustig ging ik zitten en, vanaf het eerste moment, een dikke Knal! Direct. In your face!!
Op een choreografie van Crystal Pite danst Nederlands Dans Theater I "The Statement". De Volkskrant: "In he licht van recente ontwikkelingen, is de actualiteit van The Statement waarschijnlijk het meest opvallende aan het nieuwe werk van Crystal Pite. De personages en hun taalgebruik zijn direct gerelateerd aan de huidige tijd. Het stuk is gebaseerd op een script geschreven door Jonathan Young dat door vier dansers wordt uitgedrukt, die een verhitte discussie voeren rondom een conferentietafel, als symbool van een zakelijke omgeving. Controle, morele conflicten, verantwoordelijkheid en het onvermogen om te ontsnappen maken The Statement tot een aangrijpend stuk dat een boeiende dosis realisme biedt."
Ik heb me nooit voorgesteld dat mensen kunnen dansen op een stuk tekst, maar dat is wat hier gebeurt. En, bovenop, is het echt aangrijpend. Ik heb dat ervaren als een knal. Direct. In your face.
Verhuisd naar het zuiden en met wat gezondheidsproblemen heb ik vergeten over deze kleine pleziertjes. Totdat ik eigenlijk benieuwd werd naar het Theater aan het Vrijthof; hoe ziet eruit, wat voor publiek langs komt, wat voor voorstellingen langs komen. Totdat ik het afgelopen weekend heb besloten om de Nederlandse Dansdagen te bezoeken. Rustig ging ik zitten en, vanaf het eerste moment, een dikke Knal! Direct. In your face!!
Op een choreografie van Crystal Pite danst Nederlands Dans Theater I "The Statement". De Volkskrant: "In he licht van recente ontwikkelingen, is de actualiteit van The Statement waarschijnlijk het meest opvallende aan het nieuwe werk van Crystal Pite. De personages en hun taalgebruik zijn direct gerelateerd aan de huidige tijd. Het stuk is gebaseerd op een script geschreven door Jonathan Young dat door vier dansers wordt uitgedrukt, die een verhitte discussie voeren rondom een conferentietafel, als symbool van een zakelijke omgeving. Controle, morele conflicten, verantwoordelijkheid en het onvermogen om te ontsnappen maken The Statement tot een aangrijpend stuk dat een boeiende dosis realisme biedt."
Ik heb me nooit voorgesteld dat mensen kunnen dansen op een stuk tekst, maar dat is wat hier gebeurt. En, bovenop, is het echt aangrijpend. Ik heb dat ervaren als een knal. Direct. In your face.
Raban, raban, raban...
Tekst van B.H. in DL 5/2016.
Het is vrijdag eind van de middag en ik zit door beperkte beenruimte ineengekrompen
op de achterbank van een gezinsauto. Ik staar een beetje afwezig uit het raam,
het landschap glijdt voorbij in zomers groen. Vier heren onderweg van Amsterdam
naar Maastricht. De radio staat zachtjes aan, een programma over eten, niet erg
interessant. Zeker niet als je weet dat het nog een paar uur duurt voordat je
zelf aan tafel zit. We zijn op weg naar een roeiwedstrijd. Op weg naar een
onbekende vereniging, onbekend water en een onbekend slaapadres. Wat staat ons
te wachten? Een avontuur in broekzak formaat. Gelukkig is niet alles wat we
tegemoet gaan onbekend, integendeel. Na een kleine twee jaar zullen we als
roeiteam onze voormalige coach G. weer ontmoeten.
In het seizoen 2012 – 2013 maakte ik voor het eerst kennis met het
wedstrijdroeien. En nu, zoveel jaar verder, besef ik dat ik toen in een soort
perfecte storm van het amateur-wedstrijdroeien zat. Alles viel perfect samen:
de boot, het team, de stuur, het trainen en vooral ook de coach.
In eerste instantie kwam ik als reserve bij het team, zij hadden al eens
een wedstrijd samen geroeid. Het is bij een teamsport zoals roeien niet
noodzakelijk dat je als vrienden in de boot zit. Het is natuurlijk wel prettig
als er een klik is. Al snel ontwikkelde de gewoonte om na de training op
woensdagavond met elkaar te blijven eten en daar bleek het met de klik wel goed
te zitten. Zo’n zes individuen met zeer verschillende achtergronden die
wonderwel goed bij elkaar pasten. Als team beschikten we over eenzelfde
ambitieniveau; drie tot vier keer in de week hard trainen en zien waar ons dat
in een wedstrijd zou brengen.
G. diende zich aan als onze coach, hoe precies is met nu niet meer
helemaal duidelijk, maar hij was er. G. is een markante verschijning;
zwart-donkere lokken haar boven een tanig gezicht. Een soepel en afgetraind,
tenger postuur. Gesprekken gaan op een bedachtzame toon, maar laaien af en toe
fel op als hij zich ergens druk over maakt of het ergens niet mee eens is. Op
zo’n moment schijnt er iets van zijn zuid Europese achtergrond door.
G. besloot bij de KNRB een officiële roeicoach opleiding te gaan
volgen en wij werden geadopteerd als zijn studieobject. Vanaf dat moment gaat
het er serieus aan toe. G. is een zeer gedreven coach, bij hem geen half
werk, hij leest alles wat los en vast zit en waar hij zijn hand op kan leggen.
Met een academische precisie worden fouten geanalyseerd en schema’s opgesteld. E-mails
met instructies en analyses worden vaak afgesloten met een ‘say of the day’
zoals: ‘Only the best teams can paddle.’ Als ik nu teruglees wat aan ons werd
gestuurd geloof ik mijn ogen niet. Filmpjes van onze trainingen werden in
frames opgeknipt en in een file verwerkt waarbij met lijnen aangegeven werd wie
recht zat en wie niet of we tegelijk inpikten en wie er te laat draait met zijn
blad. Ook tijdens de ergometer training werden wij gecoacht, verslappen was er
niet bij. Nauwkeurig werden ieders vorderingen en prestaties bijgehouden. In dromen veranderde het vertrouwde blauwe W3
roeiblad met het witte wybertje in een rood wit blauwe bondsblad. Deze aanpak
had ook wel een keerzijde, wij waren immers niet op weg naar Rio of een WK,
maar naar de Head of the river in het
heren senioren D veld, waarin we met de beste van de wereld geen potten zouden
kunnen breken. Daarvoor is de concurrentie te heftig en onze achterstand in
roeitechniek te groot. Niet iedereen kon dan ook de fanatieke
topsportbenadering evenveel waarderen. Als ik voor mezelf spreek, denk ik niet
dat ik ooit een betere conditie had dan dat seizoen en mij beviel het wel als
afleiding bij het bureauwerk dat ik deed.
Maar aan alles komt een einde, behalve aan een rookworst want die heeft er
twee zoals mijn opa zei. G. wilde graag betaald als coach aan de slag en
dat bleek nog niet eenvoudig. Binnen ons team zorgde het voor wrijving en dat
doet een team nooit goed. En toen opeens in de zomer van 2014 was echt alles
ineens voorbij, de perfecte storm ging liggen. Via, via hoorden wij dat G.
een voor ons onverwachte wending aan zijn werk had gegeven. Hij verhuisde naar
zuid Zuid-Limburg om daar les te gaan geven bij een hbo opleiding. Dan na een
klein jaar een donderslag bij heldere hemel, G. blijkt ziek, ernstig ziek.
Zelf zegt hij erover dat zijn gezondheid een beetje gebrekkig is, maar dat zou
zelfs voor een Engelsman teveel understatement zijn.
Tijdens het eten op de clubavond borrelt bij het team het idee op om
G. een keer op te zoeken in Limburg en om te proberen dit te combineren
met een roeiwedstrijd. G. is meteen enthousiast voor ons plan en komt zelf
met een roeiwedstrijd op de proppen. Op 11 juni wordt er bij de Maastrichtse
Watersport Vereniging een Roei Ontmoeting met Wedstrijdkarakter (ROW) geroeid,
vergelijkbaar met onze eigen Onderlinge Wedstrijden. G. zal ons sturen en
coachen en wij zullen roeien. De ontmoeting op vrijdagavond voelt als een
hereniging. Onze voormalige coach ziet er goed uit na alles wat hij heeft
doorstaan, de lange donkere lokken zijn verdwenen en vervangen voor een
gemillimeterd kapsel.
Zoals een vos misschien wel zijn haren, maar niet zijn streken verliest, zo
verliest onze coach misschien wel zijn haren, maar niet zijn coachinstinct. Al
snel wordt zaterdag duidelijk dat G. ook deze clubwedstrijd uiterst serieus neemt. Tactiek en
aandachtspunten worden doorgenomen, commando’s gedecideerd en duidelijk
uitgesproken. Eenmaal op het water tijdens de wedstrijd is het alsof de tijd
heeft stilgestaan. G. zweept ons op tot grotere prestaties en zo winnen
wij onze heat. Onderdeel van de ROW is ook een individuele 1.000 meter op de
ergo. Wij besluiten dit met zijn vieren tegelijk te doen en ook dan zien we
weer de oude vertrouwde G. terug. Met een scherpe blik en luide stem
worden wij gewezen op onze haal: ‘achter af maken’, ‘sterk zitten’. Niets
ontgaat hem en oh wat is het jammer dat we dit niet meer bij W3 hebben. Als
afmaker winnen we de prijs voor beste ploeg van buiten de vereniging.
woensdag 21 september 2016
Roeien en jongleren
Roeien en jongleren: twee verschillende disciplines, zou je zeggen. Maar ik zie dat niet zo, integendeel, jongleren kan het roeien versterken. Hoe dat eigenlijk?
Eerste keer ben ik in contact gekomen met jongleren toen ik in het boek "Gebruik je hersens" van Jan-Willem van den Brandhof heb ik gelezen dat je jongleren kan gebruiken als ontspanning en tegelijkertijd voor het actief houden van je complete hersenen. Dat idee met de hersenen heb ik later gehoord in een college van Erik Scherder.
Wat doet jongleren eigenlijk? Na enkele weken zelf leren jongleren kan ik zeggen dat jongleren een hele goede oefening is met kleine fijne motoriek en met coördinatie. De bewegingen zijn subtiel en moeten fijn controleerbaar zijn. Ook moeten de linker en rechter hand goed gecoördineerd zijn, anders geen succes. Ook de biceps spieren kunnen gebruikt worden en daarom sterker worden.
Wat heeft dat te maken met roeien? In het boek "Master rudern" van Fritsch & Nolte heb ik enige tijd geleden gelezen dat, als je ouder wordt, de coördinatie minder en minder wordt. Daarvoor moet je via oefeningen compenseren. Ook heeft roeien te maken met hele subtiele kleine bewegingen. Jongleren biedt goede oplossingen.
Zeker nu in de winter kan jongleren meegenomen worden in de oefeningen naast bij voorbeeld de krachttraining. Ik beheers één oefening en ik ben bezig met de tweede; de winter is lang.
Eerste keer ben ik in contact gekomen met jongleren toen ik in het boek "Gebruik je hersens" van Jan-Willem van den Brandhof heb ik gelezen dat je jongleren kan gebruiken als ontspanning en tegelijkertijd voor het actief houden van je complete hersenen. Dat idee met de hersenen heb ik later gehoord in een college van Erik Scherder.
Wat doet jongleren eigenlijk? Na enkele weken zelf leren jongleren kan ik zeggen dat jongleren een hele goede oefening is met kleine fijne motoriek en met coördinatie. De bewegingen zijn subtiel en moeten fijn controleerbaar zijn. Ook moeten de linker en rechter hand goed gecoördineerd zijn, anders geen succes. Ook de biceps spieren kunnen gebruikt worden en daarom sterker worden.
Wat heeft dat te maken met roeien? In het boek "Master rudern" van Fritsch & Nolte heb ik enige tijd geleden gelezen dat, als je ouder wordt, de coördinatie minder en minder wordt. Daarvoor moet je via oefeningen compenseren. Ook heeft roeien te maken met hele subtiele kleine bewegingen. Jongleren biedt goede oplossingen.
Zeker nu in de winter kan jongleren meegenomen worden in de oefeningen naast bij voorbeeld de krachttraining. Ik beheers één oefening en ik ben bezig met de tweede; de winter is lang.
Abonneren op:
Posts (Atom)