maandag 12 mei 2014

Over een systeem...



‘Dikke’ Gabi was mijn buurman van ‘de tweede flat’. Zijn achternaam? Geen idee, en ik wil het mijn moeder ook niet vragen, want ik vind het leuker als het zo, onbekend, blijft. Waarom zijn bijnaam de ‘dikke’ was? Hij was wel wat fors opgebouwd, maar of hij echt dik was, weet ik eigenlijk niet meer. Iedereen kende hem zo.

Voor een kind van een jaar of 6, zoals ik in die tijd, leek de 18-jarige dikke Gabi mij heel erg groot. Ik kan me herinneren dat hij vaak niet thuis was; we hoorden dan van zijn ouders dat hij ergens in het land  aan het roeien was.  Maar een paar keer per jaar als hij vakantie had was hij er wel. Hij liet ons dan zijn grote spieren zien en voelen. Al die kleine kindjes stonden dan om hem heen met hun vingertjes te drukken op zijn grote spieren…

Topsport en ook het roeien waren in het Roemenië van de jaren ’80 georganiseerd volgens een geolied systeem. Al jong werden de atleten geselecteerd. Trainers van verschillende clubs gingen door het hele land bij alle middelbare scholen langs om talentvolle jongeren te scouten. Het selectiecriterium van die tijd voor roeien? Lengte. Mijn neef bij voorbeeld was bij een dergelijk bezoek niet geselecteerd, gewoon omdat hij de tweede uit zijn klas was qua lengte. Als je geselecteerd was, ging je met de andere junioren bij een club trainen én studeren. Als arm kind was dat een manier om omhoog te klimmen/je op te werken: eten, onderdak, onderwijs, en wat zakgeld erbij. Nee, recreatief roeien bestond niet (nog steeds niet, trouwens), alles stond in het teken van topsport. 

Het systeem om jongens en meisjes heel jong bij elkaar brengen en hard te laten trainen voor topsport was heel succesvol: het leverde veel Olympische medailles op. Wikipedia vertelt ons dat Oost-Duitsland op plaats 1 staat in het medaille klassement van de Olympische Spelen, gevolgd door de Verenigde Staten, Groot Brittannië, Duitsland én Roemenië (19 goud, 10 zilver, 8 brons). Nederland staat op plek 14 met 5 goud, 11 zilver en 11 brons. Ja, ja, ik hoor het: Oost-Duitsland?! Roemenië ligt toch ook in Oost-Europa? Vertel je ons over de grote resultaten van zo’n systeem waar doping een belangrijke rol in speelt? Een antwoord hierop kan ik niet geven. Wat ik wel weet is dat al die mannen en vrouwen, door vanaf hun jongste jaren met veel ambitie en toewijding serieus en hard te trainen, in staat waren goede resultaten te behalen. Niet voor niets presteren Roemeense junioren nog steeds heel goed. Dat kan alleen het resultaat zijn van samen voor een doel staan en serieus daar naar toe werken.

Iedereen kent grote namen uit de roeiwereld: Steve Redgrave (Goor Brittannië), Matthew Pinsent (Groot Brittannië), Eskild Ebbesen (Denemarken) of Nico Rienks (Nederland). Eén voor één roeiers met veel Olympische medailles  (6 voor Redgrave, 4 voor Pinsent, 5 voor Ebbesen en 3 voor Rienks) én allemaal winnaars van de FISA Thomas Keller prijs voor een buitengewone internationale roeicarrière en voor hun voorbeeldige sportiviteit. Steve Redgrave heeft de meeste medailles: 5 goud en 1 brons in 5 opeenvolgende spelen (1984 in 4-; 1988 in 2- en 2+; 1992 en 1996 in 2-; 2000 in 4-). Mannen. Maar hoe staat het eigenlijk met de vrouwen?

Van de eerste 10 vrouwen met de meeste medailles, komen er 7 uit Roemenië. De uitschieter? Dik op nummer één, eigenlijk nog succesvoller dan Redgrave, staat Elisabeta Lipa met 5 goud, 2 zilver en 1 brons: 1984 in 2x; 1988 in 2x en 4x; 1992 in 1x en 2x; 1996 in 8+; 2000 in 8+; 2004 in 8+. Samen met andere grote namen zoals Jiri Ptak, Lesley Thomson, Jueri Jaanson en James Tomking, heeft ze deel genomen aan 6 opeenvolgende Olympische Spelen!! Ze is ook winnaar van de FISA Thomas Keller prijs in 2008.
 
Zonder details te weten over de sportieve carrière van ‘dikke’ Gabi, is hij voor mij de verpersoonlijking van een systeem dat resultaten blijft leveren op het hoogste niveau. Met dat beeld in mijn hoofd ga ik straks tijdens de WK op onze Bosbaan rondlopen, niet alleen geïnteresseerd  in de resultaten van de Roemeense roeiers, maar ook met vragen als: Wie zijn ze? Wat doen ze? Hoe doen ze het? Een trainingssessie meemaken, een gesprek, of misschien een handtekening op De Landtong van Elisabeta Lipa, nu de voorzitter van de Roemeense Roeibond, wie weet...

woensdag 30 april 2014

Niet alleen over treinleven

Deze dagen staken de schoonmakers en de treinen zijn best vies. Gisteren ochtend vertelt een conducteur: “Dames en heren, excuses dat de treinen zo smerig zijn, de schoonmakers staken en we kunnen niets voor doen”. Ik kijk net andersom naar deze situatie: de treinen zijn niet smerig omdat de schoonmakers staken, de treinen zijn smerig omdat wij, de reizigers, al onze smerigheid achterlaten. De krant, sap fles, beker koffie kan je net zo makkelijk meenemen en op het perron in de grote prullenbakken weggooien. Groot deel van de oplossing ligt dus bij ons, de reizigers!!

Om een stap verder te maken: al die drugs die ergens in de bossen tegenwoordig liggen en de kranten erover schrijven. Nee, het gaat niet over de clandestiene fabrikanten, het gaat over ons; we zijn de ene die drugs vragen en gebruiken, zonder onze drugsconsumptie zouden deze labs niet bestaan!!

zondag 27 april 2014

Hoe moeilijk kan er zijn!?

Vorige week stond in Het Parool een interview met een taalkundige. Slimme man. Hij zei dat hij in Sri Lanka is geweest om vrijwilligerswerk te doen. En zoals iedere taalkundige, wilde hij de taal leren. Na één jaar is het hem nog niet gelukt. Hij vertelt twee redenen:
  1. Die taal is totaal anders dan de talen die hij kent.
  2. Hij is voortdurend in contact met andere vrijwilligers en ze spreken altijd met elkaar in het Engels, dus het oefenen van de vreemde taal is maar beperkt.
Terug naar Nederland en de allochtonen: we zeggen dat iedereen die hier komt wonen de taal moet leren, ten behoefte van de integratie. Maar we hebben geen idee hoe moeilijk Nederlands voor een andere cultuur kan zijn. Ik tenminste niet: ik heb nooit Arabisch, Turks of Chinees gesproken en mijn taal heeft wel wat gelijkenissen met Nederlands. We realiseren ons niet dat de mensen die hier komen, zoals die taalkundige, in een kring loopt met zijn mensen, waardoor de taal leren nog moeilijker wordt. We realiseren ons ook niet dat de meeste mensen die hier komen werken niet de slimste zijn, zoals de taalkundige.

Wat we ook vergeten te melden zijn de Nederlanders die in het buitenland werken: neem maar Midden-Oosten met oil & gas industrie. Hoeveel van de Nederlanders die daar jaren lang werken en flink geld verdienen terug komen en vloeiend Arabisch spreken? Vertel mij niet dat zij naar het Midden-Oost voor iets anders dan voor geld gaan!!

zaterdag 19 april 2014

Door Suske en Wiske

In het vakantiehuis in Zeeuws – Vlaanderen zijn er enkele stripboeken met Suske en Wiske. Even en onbekende pakken en een stuk lezen: een speciaal nummer gemaakt voor de Staats-Spaanse Linies. Zoals altijd maken Suske en Wiske en fabuleus verhaal ervan, verhaal dat mij nieuwsgierig maakt om meer te ontdekken.

Eerlijk gezegd wist ik bijna niets over dit stuk geschiedenis. Wel enkele keren gewandeld over de muur van Sluis, maar zonder de vraag te stellen hoe en waarom. Kort uit Wikipedia: “De Staats-Spaanse Linies is een stelsel van verbindingslinies die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) is ontstaan in Staats-Vlaanderen en in het Spaanse gebied onmiddellijk daarbuiten: Zeeuws-Vlaanderen, Antwerpen en Oost- en West-Vlaanderen. Deze Linies bestonden uit door dijken verbonden forten, schansen en redoutes.”

Sinds een van de forten die bespreken werd, Retranchement, heel dichtbij het vakantiehuis lag, ben ik op de fiets naar Retranchement gestapt en een wandeling op de stadswallen gemaakt. De vroege zonnige zaterdagochtend was de ideale tijd om kennis te maken met dit stuk geschiedenis. Geweldig!!

Bedankt, Suske en Wiske!!

woensdag 26 maart 2014

Veni, Vidi,...

Stel dat de grote held Jueri Jaanson opnieuw zou doen aan de Skiffhead, zoals in 2002 en 2003, en vóór mij zou starten? Hoe geestig zou dat zijn!! Maar in 2011 was hij niet…

In 2010 was ik best tevreden met mijn roeien. Ik had veel tijd om op het water te zijn en ik had in F. een serieuze trainingspartner gevonden. Bovendien had ik de vriendelijke skiff ´Niels´ ontdekt. De omstandigheden waren kortom zo gunstig dat ik besloot mee te doen aan de Skiffhead 2011.

Ik had nauwelijks duidelijke ideeën over trainingsschema’s. Ik had van “Roeien van A tot H” en de afkortingen: ED, ID, et cetera, gehoord, maar meer ook niet. In december begon ik serieus te trainen: twee keer per week op het water, een keer op de ergometer. De hele winter door. Twee weken voor de wedstrijd gingen F. en ik het parcours verkennen. We sloegen oriëntatiepunten in ons geheugen op en discussieerden over de voor- en nadelen van iedere bocht. Thuis visualiseerde ik de Amstel en droomde ik over waar ik me ieder moment van de race op het water bevond. Ik voelde me fit en gretig om er het beste van te maken.

Als Skiffheaddebutant zou mijn startnummer worden bepaald door loting. Ik had geen idee tussen welke roeiers ik terecht zou komen. Onzeker wachtte ik het resultaat van de loting af en toen die bekend werd, ging ik na wat mijn kansen waren: zou ik de hele race vrij water hebben? Ging ik iemand inhalen? Moest ik misschien juist wijken?

Met nummer 254 startte ik redelijk achter in het veld. Direct achter mij zou een Duitse ‘Veteraan E’ van de Lübecker Ruderklub startten. Iemand van 55 jaar of ouder dus. ‘Moet lukken om die voor te blijven,’ dacht ik - geboren in 1977 - tevreden. ‘Ook F. gaat mij niet voor de Berlagebrug pakken!’.

De wedstrijddag brak aan. Na de weging trok ik mijn roeipakje aan, spelde mijn nummer op en liep naar de trouwe ‘Niels’. Op het vlot stond S. Met een glimlach vroeg hij me of ik wist wie er achter mij startte. ‘Ja natuurlijk,’ zei ik, ‘een Duitse E-veteraan.’ S. knikte: ‘En zijn naam is Peter-Michael Kolbe en jij zult heel erg je best moeten gaan doen hem voor te blijven.’

‘We zullen zien, we zullen zien…’ zei ik, terwijl ik nog steeds geen idee had wie meneer Kolbe nou helemaal was.

Op het water sloot ik aan in de stoet roeiers op weg naar de startlijn. Wachtend op het begin van de race, zag ik overal om mij heen grote mannen in strakke pakken en met mooie glanzende boten. En ik lag ertussen, een lichte skiffeur, voor zijn eerste grote wedstrijd.

Toen werd ik opgeroepen en weggeschoten. Ik voelde me lekker. Iedere haal telde. Echter na de eerste bocht zag ik al een kleurige muts en een gele skiff met nummer 255 steeds groter in beeld verschijnen. Ik hoorde ook flarden van de Duitse aanmoedigingen. ‘Dat zal de heer Kolbe wel zijn,’ dacht ik. We waren pas bij de Naald en hij haalde me nu al in. ‘Niet teveel wijken,’ dacht ik. ‘Zoveel mogelijk de kortste lijn blijven volgen. Niet teveel kijken, ik weet waar ik lig.’ Bij de Rozenoordbrug voer ik nog steeds strak. De Berlagebrug kwam eraan. Geen spoor van F. Mooi. Op naar De Hoop en daar klonk het eindelijk: ‘Door!’

Ik was tevreden: 63e van de 156 deelnemers. Mijn tijd was 31 minuut 09 seconden. Op 2’48” van de winnaar (28’21”) en 57” achter F. (30’12”).

Eenmaal thuis ging ik op zoek naar wie Peter-Michael Kolbe was. Wat had hij gepresteerd in zijn leven? Ik las op Wikipedia het volgende: in de jaren ´70 en ´80 van de vorige eeuw stond hij bekend om zijn rivaliteit met de fameuze Finse roeier Pertti Karppinen. Op You Tube staan twee films ([1], [2]) waarin te zien is hoe Kolbe twee keer op rij in de Olympische finale Heren Skiff, op identieke wijze verliest van dezelfde man. In 1988 werd hij weer tweede, maar toen achter Thomas Lange [3]. Ik vind het geweldig hoe topsporter Kolbe bleef knokken voor zijn glorie. Op de Skiffhead 2011 werd hij de 10e, maar hij was hier in Amsterdam wel de winnaar in 1978 en 1979.

Nee, mijn held Jueri Jaanson gaat ook dit jaar waarschijnlijk niet meedoen met de Skiffhead, maar de wedstrijd kan wel vol verassingen zijn.

donderdag 13 maart 2014

Enkele opmerkingen

Enkele opmerkingen over de afgelopen periode:
  • In de Fyra anno 2014 moet je heel vaak staan of ergens op de stoelen bij het ‘balkon’, waar heel veel lawaai is. Daarvoor moet je een extra toeslag betalen. OP een ochtend kwam een meneer binnen om te vragen: “Welke klaas is hier?” Het antwoord van een mevrouw “Ik zou de 3e zeggen…”
  • ’s Ochtend neem ik een tas naar mijn werk, waarin je een laptop, eten, kranten of boeken kan vinden. Wat mij iedere keer verbaasd is dat ’s avonds onderweg naar huis, zonder eten en kranten, voelt mij tas veel zwaarder. Luister na je lichaam, zou ik zeggen…
  • Op de fiets naar huis wil ik oversteken en een mevrouw op het trottoir stopt om mij eerst te laten gaan. Ik stop zelf en, met een hand beweging, vertel ik haar dat zij als eerste mag. Haar verbaasde reactie: “Oh, u bent de eerste fietser die voor een voetganger stopt!” Wat een gehaast land…

zaterdag 22 februari 2014

Een wonder van een park

Ik woon voor een lange tijd in de buurt van het Amsterdamse Bos. Best vaak ga ik naar buiten wandelen. Op een zonnige zondag enkele weken geleden moest ik naar buiten van N. Maar waar naartoe? Ik had voor een lange tijd de wens om naar de heemparken in Amstelveen te gaan.

Dus, een klein beetje door het Amsterdamse Bos, daar na door De Braak. Op een moment heb ik besloten naar rechts te gaan en, zonder een echt duidelijk idee, ben ik gekomen bij de ingang van Het Thijssepark. En, tot mijn grote verassing, na meer dan 10 jaar Amsterdam… een wonder van een park!! Zo veel rust, zo veel goede smaak, vogels, bloemen, water, alles klopt in dat park.

In het kort, zoals op de webpagina vermeldt staat: “Het Dr. Jac. P. Thijssepark is een heempark van 5,3 hectare in het noordwestelijke deel van Amstelveen. Het park is ontworpen door C.P. Broerse, en met veel hulp van de Heer J. Landwehr tot stand gekomen. Het oudste deel is aangelegd in 1940, het jongste deel in 1972. Door de stijl, het ontwerp en het gebruik van uitsluitend inheemse planten heeft het Thijssepark bekendheid tot ver buiten onze grenzen gekregen. Fotografen, filmers en tv-ploegen vanuit de gehele wereld hebben het beeld dat de heer Broerse geschapen heeft, verder verspreid. Het gevolg is dat bezoekers van diverse nationaliteiten het park bezoeken. Broerse en Landwehr probeerden in het Thijssepark de natuur niet te imiteren, eerder te sublimeren. Met planten schilderden zij een nieuw landschap, een landschap waarin de kennis en schoonheid van bestaande Nederlandse landschappen besloten ligt. Een ontwerp met oog voor het geheel en aandacht voor het detail. Het Thijssepark bestaat uit vele tuinkamers, ieder met een eigen sfeer. Het gebruik van kleur, textuur, structuur, diepte en lijnenspel in dit park zijn nog steeds uniek. En daarmee neemt het Dr. Jac. P. Thijssepark een bijzonder plaats in de Europese tuingeschiedenis in.”

Ik heb het idee dat dat park iedere dag anders eruit ziet. Morgen ga ik weer naartoe na enkele weken. Ik kijk echt naar uit!