Vorige
week stond in Het Parool een interview met een taalkundige. Slimme man. Hij zei
dat hij in Sri Lanka is geweest om vrijwilligerswerk te doen. En zoals iedere
taalkundige, wilde hij de taal leren. Na één jaar is het hem nog niet gelukt.
Hij vertelt twee redenen:
- Die
taal is totaal anders dan de talen die hij kent.
- Hij is
voortdurend in contact met andere vrijwilligers en ze spreken altijd met elkaar
in het Engels, dus het oefenen van de vreemde taal is maar beperkt.
Terug
naar Nederland en de allochtonen: we zeggen dat iedereen die hier komt wonen de
taal moet leren, ten behoefte van de integratie. Maar we hebben geen idee hoe moeilijk
Nederlands voor een andere cultuur kan zijn. Ik tenminste niet: ik heb nooit
Arabisch, Turks of Chinees gesproken en mijn taal heeft wel wat gelijkenissen
met Nederlands. We realiseren ons niet dat de mensen die hier komen, zoals
die taalkundige, in een kring loopt met zijn mensen, waardoor de taal leren nog
moeilijker wordt. We realiseren ons ook niet dat de meeste mensen die hier komen werken niet de slimste zijn, zoals de taalkundige.
Wat we
ook vergeten te melden zijn de Nederlanders die in het buitenland werken: neem
maar Midden-Oosten met oil & gas industrie. Hoeveel van de Nederlanders die
daar jaren lang werken en flink geld verdienen terug komen en vloeiend Arabisch
spreken? Vertel mij niet dat zij naar het Midden-Oost voor iets anders dan voor
geld gaan!!
In het
vakantiehuis in Zeeuws – Vlaanderen zijn er enkele stripboeken met Suske en
Wiske. Even en onbekende pakken en een stuk lezen: een speciaal nummer gemaakt
voor de Staats-Spaanse Linies. Zoals altijd maken Suske en Wiske en fabuleus
verhaal ervan, verhaal dat mij nieuwsgierig maakt om meer te ontdekken.
Eerlijk
gezegd wist ik bijna niets over dit stuk geschiedenis. Wel enkele keren
gewandeld over de muur van Sluis, maar zonder de vraag te stellen hoe en
waarom. Kort uit Wikipedia: “De Staats-Spaanse
Linies is een stelsel van verbindingslinies die tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701–1714) is
ontstaan in Staats-Vlaanderen en in het Spaanse gebied
onmiddellijk daarbuiten: Zeeuws-Vlaanderen,
Antwerpen
en Oost- en West-Vlaanderen.
Deze Linies bestonden uit door dijken verbonden forten, schansen en redoutes.”
Sinds
een van de forten die bespreken werd, Retranchement, heel dichtbij het vakantiehuis
lag, ben ik op de fiets naar Retranchement gestapt en een wandeling op de stadswallen
gemaakt. De vroege zonnige zaterdagochtend was de ideale tijd om kennis te
maken met dit stuk geschiedenis. Geweldig!!
Bedankt, Suske en Wiske!!
Stel dat de grote held Jueri Jaanson opnieuw zou doen aan de Skiffhead,
zoals in 2002 en 2003, en vóór mij zou starten? Hoe geestig zou dat zijn!! Maar
in 2011 was hij niet…
In 2010 was ik best tevreden met mijn roeien. Ik had veel tijd om op het
water te zijn en ik had in F. een serieuze trainingspartner gevonden. Bovendien
had ik de vriendelijke skiff ´Niels´ ontdekt. De omstandigheden waren kortom zo
gunstig dat ik besloot mee te doen aan de Skiffhead 2011.
Ik had nauwelijks duidelijke ideeën over trainingsschema’s. Ik had van “Roeien
van A tot H” en de afkortingen: ED, ID, et cetera, gehoord, maar meer ook niet.
In december begon ik serieus te trainen: twee keer per week op het water, een
keer op de ergometer. De hele winter door. Twee weken voor de wedstrijd gingen
F. en ik het parcours verkennen. We sloegen oriëntatiepunten in ons geheugen op
en discussieerden over de voor- en nadelen van iedere bocht. Thuis
visualiseerde ik de Amstel en droomde ik over waar ik me ieder moment van de
race op het water bevond. Ik voelde me fit en gretig om er het beste van te
maken.
Als Skiffheaddebutant zou mijn startnummer worden bepaald door loting.
Ik had geen idee tussen welke roeiers ik terecht zou komen. Onzeker wachtte ik het
resultaat van de loting af en toen die bekend werd, ging ik na wat mijn kansen
waren: zou ik de hele race vrij water hebben? Ging ik iemand inhalen? Moest ik misschien
juist wijken?
Met nummer 254 startte ik redelijk achter in het veld. Direct achter mij
zou een Duitse ‘Veteraan E’ van de Lübecker
Ruderklub startten. Iemand van 55 jaar of ouder dus. ‘Moet lukken om die voor te
blijven,’ dacht ik - geboren in 1977 - tevreden. ‘Ook F. gaat mij niet voor de Berlagebrug
pakken!’.
De wedstrijddag brak aan. Na de weging trok ik mijn roeipakje aan,
spelde mijn nummer op en liep naar de trouwe ‘Niels’. Op het vlot stond S. Met
een glimlach vroeg hij me of ik wist wie er achter mij startte. ‘Ja natuurlijk,’
zei ik, ‘een Duitse E-veteraan.’ S. knikte: ‘En zijn naam is Peter-Michael
Kolbe en jij zult heel erg je best moeten gaan doen hem voor te blijven.’
‘We zullen zien, we zullen zien…’ zei ik, terwijl ik nog steeds geen
idee had wie meneer Kolbe nou helemaal was.
Op het water sloot ik aan in de stoet roeiers op weg naar de startlijn. Wachtend
op het begin van de race, zag ik overal om mij heen grote mannen in strakke
pakken en met mooie glanzende boten. En ik lag ertussen, een lichte skiffeur, voor
zijn eerste grote wedstrijd.
Toen werd ik opgeroepen en weggeschoten. Ik voelde me lekker. Iedere haal
telde. Echter na de eerste bocht zag ik al een kleurige muts en een gele skiff
met nummer 255 steeds groter in beeld verschijnen. Ik hoorde ook flarden van de
Duitse aanmoedigingen. ‘Dat zal de heer Kolbe wel zijn,’ dacht ik. We waren pas
bij de Naald en hij haalde me nu al in. ‘Niet teveel wijken,’ dacht ik. ‘Zoveel
mogelijk de kortste lijn blijven volgen. Niet teveel kijken, ik weet waar ik
lig.’ Bij de Rozenoordbrug voer ik nog steeds strak. De Berlagebrug kwam eraan.
Geen spoor van F. Mooi. Op naar De Hoop en daar klonk het eindelijk: ‘Door!’
Ik was tevreden: 63e van de 156 deelnemers. Mijn tijd was 31
minuut 09 seconden. Op 2’48” van de winnaar (28’21”) en 57”
achter F. (30’12”).
Eenmaal thuis ging ik op zoek naar wie Peter-Michael Kolbe was. Wat had hij
gepresteerd in zijn leven? Ik las op Wikipedia het volgende: in de jaren ´70 en
´80 van de vorige eeuw stond hij bekend om zijn rivaliteit met de fameuze Finse
roeier Pertti Karppinen. Op You Tube staan twee films ([1], [2]) waarin te zien
is hoe Kolbe twee keer op rij in de Olympische finale Heren Skiff, op identieke
wijze verliest van dezelfde man. In 1988 werd hij weer tweede, maar toen achter
Thomas Lange [3]. Ik vind het geweldig hoe topsporter Kolbe bleef knokken voor
zijn glorie. Op de Skiffhead 2011 werd hij de 10e, maar hij was hier
in Amsterdam wel de winnaar in 1978 en 1979.
Nee, mijn held Jueri Jaanson gaat ook dit jaar waarschijnlijk niet
meedoen met de Skiffhead, maar de wedstrijd kan wel vol verassingen zijn.
Enkele
opmerkingen over de afgelopen periode:
- In de
Fyra anno 2014 moet je heel vaak staan of ergens op de stoelen bij het ‘balkon’,
waar heel veel lawaai is. Daarvoor moet je een extra toeslag betalen. OP een
ochtend kwam een meneer binnen om te vragen: “Welke klaas is hier?” Het
antwoord van een mevrouw “Ik zou de 3e zeggen…”
- ’s
Ochtend neem ik een tas naar mijn werk, waarin je een laptop, eten, kranten of
boeken kan vinden. Wat mij iedere keer verbaasd is dat ’s avonds onderweg naar
huis, zonder eten en kranten, voelt mij tas veel zwaarder. Luister na je
lichaam, zou ik zeggen…
- Op de
fiets naar huis wil ik oversteken en een mevrouw op het trottoir stopt om mij
eerst te laten gaan. Ik stop zelf en, met een hand beweging, vertel ik haar dat
zij als eerste mag. Haar verbaasde reactie: “Oh, u bent de eerste fietser die
voor een voetganger stopt!” Wat een gehaast land…
Ik
woon voor een lange tijd in de buurt van het Amsterdamse Bos. Best vaak ga ik naar
buiten wandelen. Op een zonnige zondag enkele weken geleden moest ik naar
buiten van N. Maar waar naartoe? Ik had voor een lange tijd de wens om naar de
heemparken in Amstelveen te gaan.
Dus,
een klein beetje door het Amsterdamse Bos, daar na door De Braak. Op een moment
heb ik besloten naar rechts te gaan en, zonder een echt duidelijk idee, ben ik
gekomen bij de ingang van Het Thijssepark. En, tot mijn grote verassing, na
meer dan 10 jaar Amsterdam… een wonder van een park!! Zo veel rust, zo veel
goede smaak, vogels, bloemen, water, alles klopt in dat park.
In het
kort, zoals op de webpagina vermeldt staat: “Het Dr. Jac. P. Thijssepark is een
heempark van 5,3 hectare in het noordwestelijke deel van Amstelveen. Het park
is ontworpen door C.P. Broerse, en met veel hulp van de Heer J. Landwehr tot
stand gekomen. Het oudste deel is aangelegd in 1940, het jongste deel in 1972.
Door de stijl, het ontwerp en het gebruik van uitsluitend inheemse planten
heeft het Thijssepark bekendheid tot ver buiten onze grenzen gekregen.
Fotografen, filmers en tv-ploegen vanuit de gehele wereld hebben het beeld dat
de heer Broerse geschapen heeft, verder verspreid. Het gevolg is dat bezoekers
van diverse nationaliteiten het park bezoeken. Broerse en Landwehr probeerden
in het Thijssepark de natuur niet te imiteren, eerder te sublimeren. Met
planten schilderden zij een nieuw landschap, een landschap waarin de kennis en
schoonheid van bestaande Nederlandse landschappen besloten ligt. Een ontwerp
met oog voor het geheel en aandacht voor het detail. Het Thijssepark bestaat
uit vele tuinkamers, ieder met een eigen sfeer. Het gebruik van kleur, textuur,
structuur, diepte en lijnenspel in dit park zijn nog steeds uniek. En daarmee
neemt het Dr. Jac. P. Thijssepark een bijzonder plaats in de Europese
tuingeschiedenis in.”
Ik heb
het idee dat dat park iedere dag anders eruit ziet. Morgen ga ik weer naartoe na
enkele weken. Ik kijk echt naar uit!
Af en
toe, als ik in de Fyra stap, denk aan de andermans verhalen over stil zitten
ergens middle of nowhere. Op een dag is mij ook gebeurd, vroeg ’s ochtend, ergens
in de buurt van Hoofddorp. Behalve de grappige berichten van de conducteur (een
diesel komt, maar na 45 minuten, etc.), heb ik ook de leuke kant van deze
ervaring gemerkt:
- We
zaten buiten in het daglicht, denk hoe het in de tunnel zou zijn geweest.
- Was
een zonnige dag, zonder regen of wolken.
- Je kan
in de 3,5 uur de zon volgen van een rood bolletje tot een object hoog op de
hemel waarnaar je niet kan kijken.
- De
meeste mensen hebben een laptop bij zich en kunnen rustig werken.
- Na
iedere boodschap van de conducteur gaat iedereen bellen of sms-en.
- Heel
veel buitenlanders forenzen tussen Amsterdam en Rotterdam, meer dan je zou
verwachten.
Leuk
zo een ervaring en heel triest dat in dit land, na zo veel tijd, de betrouwbaarheid van Fyra net
zo laag is.