Geachte heer de wethouder,
Niet zo lang geleden was de gemeente bezig met de herinrichting van de Kalfjeslaan in ons stadsdeel. De hoevenier heeft tonnen zand neergestort in dit gebied. Het resultaat: vele kale plekken waar geen gras groeit. De reactie van de gemeente: lelijke gele borden met de tekst "Ecologisch Kwetsbaar Gebied". Als ik de gemeente was, kon ik beter "sorry, NATUUR, voor ons prutswerk!" schrijven. Die boorden passen helemaal niet in de omgeving en herinneren ons alleen aan de ontelbare hulpeloosheid van de gemeente.
Als je niet zo veer naar het zuiden rijdt (nee, niet op de snelweg naar Zuid Frankrijk!), zie je in Belgie, in het midden van de groene natuur, de volgende borden. Kleurrijk, vrolijk, passend. En je vraag je op dat moment af: Hoe kan dat hier en bij ons niet? Heeft het te maken met... of met... Heeeel triest!!!
maandag 5 augustus 2013
maandag 29 juli 2013
Zicht. Gehoor. Geur.
“Look around” heet deze blog. En dat is maar goed. Een
stapje terug, zoals altijd wanneer een vraag op pad komt. Zintuigen: kijken,
horen, ruiken. Welke van deze drie dieper gaat naar de basis?
Kijken.
Je ziet dingen (mensen, dieren, bloemen, landschapen) die
wel lijken op een bekende iets. Die iets is voor jou belangrijk en roert herinneringen.
Die zicht koppel je aan een dierbare ervaring. Is die ervaring precies dezelfde
zoals nu?
Horen.
Je hoort muziek, de radio, een stem, of misschien een
vogelzang, of de wind. Ze lijken dichtbij een dierbare persoon of situatie.
Ruiken.
Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben
allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt
precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen.
Kijken.
Je ziet dingen (mensen, dieren, bloemen, landschapen) die
wel lijken op een bekende iets. Die iets is voor jou belangrijk en roert herinneringen.
Die zicht koppel je aan een dierbare ervaring. Is die ervaring precies dezelfde
zoals nu?
Horen.
Je hoort muziek, de radio, een stem, of misschien een
vogelzang, of de wind. Ze lijken dichtbij een dierbare persoon of situatie.
Ruiken.
Het gras, een paard, de lucht, de hond. Jezelf. Ze hebben
allemaal een specifieke geur. Een paard hier of in Verenigde Staten ruikt
precies dezelfde. En die geur brengt herinneringen met zich mee.
De geur van een paard. Oom Gheorghe en zijn paard die
gecastreerd moest worden. De kinderen konden niet bij, de mannen wel. Hoe oud
was mijn vader toen? Misschien net zo oud zoals ik nu. De kinderen konden niet
bij die paard, iedereen was bang dat hij niet vriendelijk was.
De geur van vers gemaaide gras. Ik was rond 18 en ik heb een
hele zomer geholpen met gras verzamelen voor de winter voor de dieren. Als ik
nu langs een veldje met vers gemaaide gras loop, kan ik niet aan iets anders
denken.De geur van een varken of van een schaap. Langs de boerderijen weet ik of binnen varkens, schapen of koeien zich bevinden. Mijn opa heeft zijn hele leven in een varken complex gewerkt en iedere dag nam hij, samen met het donkere brood (ja, die geur kan ik van duizend andere afscheiden), de geuren met zich mee naar huis. Nee, geen fijne geuren. Mijn opa en oma hadden thuis een stuk of tien schapen die ’s winters thuis bleven. Hun geur, en later in de lente de geur van de lammetjes, kan ik nog altijd onderscheiden. De schapen blijven gelukkig overal dezelfde geuren met zich mee dragen en ik kan weer en weer van genieten.
Naar mijn gevoel gaat ruiken dieper in ons hersens dan zien of horen. Het brengt terug die oude basale herinneringen met zich mee. Altijd dezelfde, maak niet uit waar je bent. Misschien is eigenlijk op het geuren reizen beter dan op het zien reizen. Een hele vakantie door een landschaap vol die geuren. Mijn dierbare geuren. Zou ik graag willen.
woensdag 24 juli 2013
Cultuurverschil?
Vakantie in Belgie betekent veel buiten zijn, maar ook, als Tour de France is, 's avonds laat naar Vive le Velo (VRT) kijken en niet naar Avondetappe (NOS). Leuk programma met wat extra meer sfeer. Twee opmerkelijke dingen voor mij:
* De glazen wijn zijn bij de Belgen groot, Bourgundisch; bij de Nederlanders klein, de Blokker-type.
* De Belgen praten altijd over de ""speurters"; de Nederlanders over de "sprinters".
Charme?
* De glazen wijn zijn bij de Belgen groot, Bourgundisch; bij de Nederlanders klein, de Blokker-type.
* De Belgen praten altijd over de ""speurters"; de Nederlanders over de "sprinters".
Charme?
dinsdag 18 juni 2013
Het doet pijn!!!
Veteranen wedstrijden
Bij wedstrijden zie je meer flyers liggen met aankondigingen
voor 1000m Masters wedstrijden. Ook het blad “Roeien” van KNRB schrijft
regelmatig over dit nieuwe type wedstrijden voor veteranenroeiers. In 2010 is
bij RV Rijnland al het idee gekomen om het Duitse model te importeren [1]. In
het seizoen 2012-2013 zijn er bij voorbeeld drie 100m wedstrijden in de
planning: ZRB, Amsterdam Masters en Dutch Masters Open.
Als veteraanroeiers zijn we bekend met de lange afstand
wedstrijden: Heineken 4Kamp, Head of the River Amstel en Skiffhead zijn de
meest populaire wedstrijden, maar je ziet regelmatig Willem III’ers ook bij
andere wedstrijden. De korteafstand wedstrijden zijn de nieuwkomers: afgelopen
jaren waren de Skoll Cup of de Slotwedstrijden op de Bosbaan populair, dit jaar
is Amsterdam Masters populair geweest (1 km).
Head – 2km – 1 km
Wat een lichaam nodig heeft met betrekking tot energiegebruik
is anders bij een head-wedstrijd, dan bij een korteafstand wedstrijd. Wat gek
is, is dat ook een grot verschil bestaat tussen 2 km of 1 km roeien. Kijk naar
Figuur 1 hieronder voor het energiegebruik tijdens een 2 km wedstrijd van 7
minuten. De eerste 10-20 seconden kan je volop gaan, zonder bang te zijn voor de pijn (gestippelde blauwe lijn). Het gaat vanzelf, jij hebt die energie beschikbaar, ze is “gratis”. Daarna gaat het lichaam anaerobic, zonder zuurstof, energie produceren (“lijn&punt” rode lijn). Je krijgt veel kracht eruit, het blijft best lang hoog, maaar… het doet pijn. Verzuring noemen we dat en is niet prettig te ervaren. Gelukkig wordt de pijn na 2 minuten beter draagbaar. Wat we na ongeveer 2 minuten gaan gebruiken is de energie die ons lichaam met behulp van zuurstof produceert. Dat kan heel lang gebruikt worden, zoals in een head-race. Het totale energiegebruik is aangegeven in Figuur 1 met een dubbele paarse lijn.
Maar wat doe je als je wedstrijd korter dan 4 minuten is
voor een afstand van 1 km; hoe reageert jouw lichaam? Kijk naar Figuur 2. De
middelste minuten van Figuur 1 heb ik verwijderd, ze tellen niet meer mee. Wat
je krijgt is dat je een stevige eindsprint moet weten te trekken na 750 m (zeg
180 seconden of 3 minuten), wanneer je lichaam nog steeds in de verzuring zit
omdat het niveau van het lactic acid (melkzuur) nog steeds redelijk hoog is.
Wat krijg je? Pijn, pijn, pijn!!! Bij 2 km had je redelijk voldoende tijd om de
verzuring te laten lopen, hier niet; met pijn in je benen moet je nog meer pijn
accepteren voor de eindsprint!

Figuur 2: Energiegebruik tijdens een 1 km wedstrijd.
Trainingsvolume
Ed McNeely [2] geeft aan dat voor iedere type wedstrijd een
andere verhouding bestaat tussen verschillende type trainingen (zie Tabel 1).
Wil je voor een head-wedstrijd trainen, dan ga je 55-60% van je tijd besteden
aan aerobic trainingen. Bij een 2 km wedstrijd is dat ongeveer 55%, maar bij 1
km daalt het percentage naar slechts 35%. In tegenstelling tot een
head-wedstrijd, besteed je in de voorbereiding van een 1 km-wedstrijd ongeveer
een kwart van je tijd om de maximale kracht te verbeteren. Dat teelt, anders
dan je zou verwachten, als een beperking van jouw overal prestatie [3].
Tabel 1: Trainingsvolume voor
verschillende wedstrijden.
Energieproductie
Aerobic
threshold (aërobe drempel)
betreft lange duur, lage-intensiteit werk
dat je kunt houden voor enkele uren. Anerobic threshold (anaërobe drempel) heeft betrekking op een intensiteit die je kunt
handhaven gedurende 40-90 minuten. VO2-max.
verwijst naar interval trainingen
die 2 tot 8 minuten omvatten. Peak power (piekvermogen) verwijst naar krachttraining en korte anaërobe sprints (10 seconden) voor snelheidsontwikkeling
[3].
Denkoefening
Stel dat je redelijk fanatiek bent en traint 3 keer per week
voor 5 maanden ter voorbereiding van een 1 km-wedstrijd. Dan ga je trainen,
volgens Tabel 1, van het totaal van 60 trainingssessies: 21 sessies aerob, 12
sessies anaerob, 12 sessies voor VO2-max en 15 sessies voor maximale kracht. De
praktijk kan net anders zijn, met inroeien, techniekoefeningen, maar de
richtlijnen blijven in de buurt.
Techniek
De techniek spelt op veteranen niveau nog steeds een
belangrijke rol en kan een groot verschil maken. Bij een korte afstand
wedstrijd zijn de start en hoog tempo behouden heel belangrijk; begin daarvoor
op tijd met het oefenen, niet alleen op het laatste moment enkele dagen voor de
wedstrijd.
Ed McNeely
Ed McNeely is fysioloog en krachttraining adviseur bij
Rowing Canada Aviron (de Canadese roeibond). Meer artikelen van hem zijn te lezen
op peakcentre.wordpress.com/ of in het boek “Rowing Faster” 1e en 2e edities.
Referenties
[1] “Roeiend van A naar H”, 20 november 2010, RV Rijnland.
[2] ”Designing your training plan”, Ed McNeely in Rowing
Faster 1e editie.
[3] “Peak power: the limiting factor of rowing performance”,
Ed McNeely op peakcentre.wordpress.com/.
dinsdag 4 juni 2013
Securitate anno 2013
Bij de lunch in de kantine, waren mijn collega's totaal verbaasd hoe veel en hoe snel de politie wist te komen te weten over de vader van de tweeling. Allemaal met hoge precisie. Ik was zelf verbaasd over mijn collega's: hoe kan je denken dat dat niet op dit detailniveau mogelijk is?
In de jaren '80 had Oost-Europa te maken met de fenomeen Securitate, Duitsland met Stasi. Wat wilden ze: het volg beschermen tegen vijanden. Iedereen in West-Europa was helemaal tegen beweging van monitoren, controleren, alles over de ene naast jou weten.
Anno 2013, praten we over BigData: Google, iPhone, creditcard, video camera's, pinnen, OV-chipkaart, cookies. Met dezelfdereden: veiligheid. "Onze" veiligheid. Wat pal naast komt te staan is dat als één iemand iets wil weten over jou of mij, is dat alleen een kwestie van slim zoeken tussen al die bergen BigData. Bij de Securitate waren de informatieve nota's; nu ons "digitale dossier".
Ik stond de afgelopen dagen stil met de vraag: wat is eigenlijk het verschil. Beide systemen willen ons "beschermen". Tegen... Zijn we bereid om dat te willen, of vanwege de onwil zijn we vanzelfsprekend in die richting geduwd? Voor mij is het verschil tussen Securitate en Veiligheid Anno 2013 kleiner en kleiner met iedere dag.
In de jaren '80 had Oost-Europa te maken met de fenomeen Securitate, Duitsland met Stasi. Wat wilden ze: het volg beschermen tegen vijanden. Iedereen in West-Europa was helemaal tegen beweging van monitoren, controleren, alles over de ene naast jou weten.
Anno 2013, praten we over BigData: Google, iPhone, creditcard, video camera's, pinnen, OV-chipkaart, cookies. Met dezelfdereden: veiligheid. "Onze" veiligheid. Wat pal naast komt te staan is dat als één iemand iets wil weten over jou of mij, is dat alleen een kwestie van slim zoeken tussen al die bergen BigData. Bij de Securitate waren de informatieve nota's; nu ons "digitale dossier".
Ik stond de afgelopen dagen stil met de vraag: wat is eigenlijk het verschil. Beide systemen willen ons "beschermen". Tegen... Zijn we bereid om dat te willen, of vanwege de onwil zijn we vanzelfsprekend in die richting geduwd? Voor mij is het verschil tussen Securitate en Veiligheid Anno 2013 kleiner en kleiner met iedere dag.
maandag 3 juni 2013
Over deuren en sleutels
Heel vaak in de laatste tijd horen we over de veiligheid van
de digitale systemen, over het misbruik van het belastingsysteem, over de
OV-chipkaart, digID, over skimmen en de schade dat de banken lopen als vervolg
van hacken.
Als men van boven kijkt, kan hij zien dat de onveiligheid
van een systeem niet zo bijzonder is. Conceptueel geloof ik niet een systeem
100% dicht gebouwd kan worden; het gaat over mens- of machinesfouten. Met
andere worden, iedere deur moet een sleutel hebben, die sleutel bestaat wel,
jij moet hem gewoon alleen weten te vinden. Voor ons is natuurlijk belangrijk
wat ga je daarna doen, wetend dat iemand de sleutel heeft gevonden.
Misbruikers van een systeem zijn altijd geweest en zullen
altijd actief blijven zijn. Wat ontbreekt om massaal een systeem te misbruiken
is dat de maatschappij een soort afspraken heeft gemaakt over wat wel en wat
niet kan. Veel mensen kijken bewust bij het invullen van de belastingaangifte
hoe zij minder belasting kunnen komen te betalen. Dat is een afspraak, een
conventie, dat de maatschappij schuiven met sommen geld accepteert. Anderen
gaan een stap verder en krijgen maximaal uit een systeem.
Waar ik denk dat het gewaar zit, is dat men gaat
denken dat alles 100% veilig opgebouwd kan worden en, om dit onrealistisch doel
hopen te kunnen bereiken, accepteert minder privacy. Mijn gevoel zegt dat dit
niet de juiste weg is.
vrijdag 24 mei 2013
Museumbezoek
Je zou verwachten dat ik over kunst ga praten. Ja, een soort
kunst… de kunst van het eten.
Na het bezoek van een mooie tentoonstelling ga ik in het restaurant voor lunch. Mooi, een chef-kok, biologische producten. Een mevrouw achter mij vraagt een broodje oude kaas: een grot sneetje met bovenop plakjes kaas, saladebladen en saus. Goed ziende, heerlijk waarschijnlijk.
En boterham met mes en vork?! Zo té!
Na het bezoek van een mooie tentoonstelling ga ik in het restaurant voor lunch. Mooi, een chef-kok, biologische producten. Een mevrouw achter mij vraagt een broodje oude kaas: een grot sneetje met bovenop plakjes kaas, saladebladen en saus. Goed ziende, heerlijk waarschijnlijk.
De mevrouw zit aan dezelfde grote tafel, zo kan ik naar haar
af en toe kijken. Ze eet haar sneetje met een mes en vork. Vanaf dat moment kan
ik nergens anders kijken dan aan haar en alle beelden defileren voor mijn ogen:
bedrijfsrestaurant, oma en opa, ik.
Toen ik kind was, wilde ik het polenta-achtige bijgerecht
van mijn oma alleen met de hand eten, tegen de bedwelming van mijn ouders. Dat
polenta moest op een houten plank neergelegd worden en met een draad gesneden.
Alleen op dat moment was hij lekker. Mijn moeder kon polenta maken niet met
hetzelfde resultaat zoals mijn oma, net te slap. Het beeld van met-hand-etende
mijzelf blijft duidelijk in mijn hoofd.
Als ik in het bedrijfsrestaurant kijk, zie ik best vaak
collega’s die hun boterham met mes en vork eten. Heel vaak, te vaak eigenlijk,
houden ze het bestek zo onhandig, het bestek voelt ongemakkelijk, puzzelt, ze
hebben geen goede relatie, ze begrijpen elkaar niet goed, ze staan elkaar in de
weg.
Eerlijk gezegd: ik snap niets van. Ik snap niet hoe dat is
gekomen dat men niet meer met hand eet. De hygiëne is tegenwoordig zo goed, je
hoeft niets te vrezen. Moet ergens iets vinden over de geschiedenis van het
bestek, wanneer en waarom is dat in ons leven gekomen, voegt tegenwoordig iets
toe? En boterham met mes en vork?! Zo té!
vrijdag 17 mei 2013
Lente in de buurt
Het regent best veel deze dagen in Nederland en men is niet
geneigd lang buiten te blijven. Wat men vergeet is dat na een stevige bui de
lucht fris ruikt. De combinatie van de stilte na de regen met de geuren van de
lente bloesem vind ik ideaal.
‘s Avonds na een uur of 8 ga ik met hond wandelen door een van onze parken. Het maakt niet uit of het droog of nat is, dat interesseert mij niet zo veel. De bomen zijn geweldig in deze periode, met hun bloemen van verschillende kleuren en geuren.
Wat bij ons in de buurt zo leuk is, is dat het hele jaar door de bloemen een achter elkaar komen: eerst de sneeuwballen, de krokussen, daarna de narcissen, hyacinten, kersbomen, appelbomen, tulpen en zo gaat het door het hele jaar rond. Je moet alleen buiten zijn om dit te ervaren.
Zoals met andere kleine leuke plekken in de stad, je moet hen geheim houden, anders komen de anderen ook van de “stilte” te genieten en de stap voor stap wordt het druk. Daarom roep ik niet te veel hoe leuk de lente bij ons in de buurt is.
‘s Avonds na een uur of 8 ga ik met hond wandelen door een van onze parken. Het maakt niet uit of het droog of nat is, dat interesseert mij niet zo veel. De bomen zijn geweldig in deze periode, met hun bloemen van verschillende kleuren en geuren.
Wat bij ons in de buurt zo leuk is, is dat het hele jaar door de bloemen een achter elkaar komen: eerst de sneeuwballen, de krokussen, daarna de narcissen, hyacinten, kersbomen, appelbomen, tulpen en zo gaat het door het hele jaar rond. Je moet alleen buiten zijn om dit te ervaren.
Zoals met andere kleine leuke plekken in de stad, je moet hen geheim houden, anders komen de anderen ook van de “stilte” te genieten en de stap voor stap wordt het druk. Daarom roep ik niet te veel hoe leuk de lente bij ons in de buurt is.
donderdag 9 mei 2013
Liefde voor de eclair
Ja, dat weet ik, boven de rivieren zegt het woord "eclair" niets. Absoluut niets. De eclair is een lekker gebakje, bedacht waarschijnlijk ergens in de XVIII-e eeuw door een Franse patissier, Marie-Antoine Carême.
Wanneer is mijn liefde voor de eclair begonnen weet ik niet meer. Ik ken hen waarschijnlijk al van mijn kindertijd, van de locale patisserie. Wat ik zeker weet is dat ze later duidelijker op mijn pad zijn gekomen, samen met de middelbareschoolfeestjes. Ik was ongeveer 14-15 jaar oud. Toen kwamen ze terug in mijn leven via Mevrouw Bucur, de moeder van een goede vriend. Haar eclairs waren vanzelfsprekend zelfgemaakt, thuis, waren wat kleiner dan in de patisserie, maar zij waren heeeeeel lekker, met chocola meestal.
Later in Nederland heb ik ze niet meer gevonden. Met een vakantie in de Belgische Ardennen enkele jaren geleden zijn ze toch terug gekomen. Bij de locale patisserie waren ze met vanilla of met chocola, bij andere bakkers ook met koffie. Sindsdien zoek ik regelmatig de eclairs; ik heb hen gevonden in Zuid-Limburg, in Belgie, in Frankrijk, maar ook in Zeeuws-Vlanderen. Inmiddels weet ik dat iedere bezoek naar het zuiden een vaste activiteit moet hebben: op eclairs jagen.
Nee, mijn liefde voor de eclairs zal niet stoppen. Wat ik zeker zal missen de komende jaren zijn de eclairs van Mevrouw Bucur. Ze is sinds enkele dagen niet meer, om de lekkere kleine eclairs met chocola voor ons feestjes te bakken...
zondag 5 mei 2013
Basis
Nee, ik heb mijn blog niet vergeten; nee, de reden is niet dat ik druk had; nee, ik heb nog veel dingen te vertellen. Maar sommige gedachten vind ik niet belangrijk genoeg. En zo ga ik terug naar de rust, terug naar de basis.
Waarin zit eigenlijk mijn basis, waar vind ik eigenlijk mijn rust?
Mijn rust is het kippenvel die ik krijg van het radioprogramma Plots. Jammer (of juist leuk), is dit programma slechts eens in de maand. Geweldig, ik heb alles ten minste een keer naar gleuisterd!
Mijn rust zit in het denken aan de Carpathen, met hun dorpjes buiten de gewonne wereld. Kijk naar dit documentair als een voorbeeld. YouTube biedt gelukkig veel meer. De moderne wereld heeft vaak haaast en een uur kijken naar een film vraagt te veel van het moderne mens.
Mijn rust zit in het denken aan mijn grootouders en aan hun wereld die lang geleden ook mijn wereld is geweest. Constantin en Elena zijn niet mijn grootouders, mijne zijn Nicu en Ioana. Maar zijn konden deze zijn.
Heerlijk. Stil. Rustig. Mijzelf.
Waarin zit eigenlijk mijn basis, waar vind ik eigenlijk mijn rust?
Mijn rust is het kippenvel die ik krijg van het radioprogramma Plots. Jammer (of juist leuk), is dit programma slechts eens in de maand. Geweldig, ik heb alles ten minste een keer naar gleuisterd!
Mijn rust zit in het denken aan de Carpathen, met hun dorpjes buiten de gewonne wereld. Kijk naar dit documentair als een voorbeeld. YouTube biedt gelukkig veel meer. De moderne wereld heeft vaak haaast en een uur kijken naar een film vraagt te veel van het moderne mens.
Mijn rust zit in het denken aan mijn grootouders en aan hun wereld die lang geleden ook mijn wereld is geweest. Constantin en Elena zijn niet mijn grootouders, mijne zijn Nicu en Ioana. Maar zijn konden deze zijn.
Heerlijk. Stil. Rustig. Mijzelf.
Abonneren op:
Posts (Atom)

