zaterdag 10 juni 2017

Beste J.,

Beste J.,

Ik schrijf jou deze brief, omdat je me kan begrijpen. Vandaag heb ík jou in ieder geval begrepen (niet voor de eerste keer, trouwens).

Na een jaar of 10 te roeien bij W3, roei ik nu bij een vereniging in het zuiden van het land. Mooi water, leuke mensen en... Deze vereniging, ouder dan 100 jaar, had tot nu toe geen enkele form van een examencommissie. De roeibrevetten waren verdeeld door de instructeurs, naar eigen inzicht. Wat zagen we op de Amstel met betrekking tot roeikwaliteit, is het hier soms nog meer; in welke richting, hoef ik jou niet te vertellen. Men (wie men dan ook men is) was niet tevreden over de kwaliteit van het roeien en heeft mensen met ervaring bij elkaar geroepen om deel te nemen aan een nieuwe examencommissie. Een van de uitgenodigde was ik.

Ons eerste voorstel was om het beoordelingsproces een beetje transparant te maken. Daarom hebben we specifieke afroeieisen in elkaar gezet in een rubrics, naar het model van Roeicentrum Berlagebrug. Bij verschillende onderdelen kon men punten scoren en uiteindelijk geslaagd of gezakt worden op basis van zijn prestatie. Deze rubrics hebben we, na hele lange discussies, in elkaar gezet voor verschillende brevetten.

Enkele weken geleden waren beginners geëxamineerd (klasse 1 in W3-taal) en niet geslaagd. Vandaag was mijn taak om, samen met een zeer ervaren roeister, acht stuurlieden te examineren. Uitgebreid tijd nemen, verschillende oefeningen geven, volgens het boekje, meer dan half uur per roeier bezig zijn met examen afnemen. Vier uur heb ik meegeroeid om naar de stuurman/vrouw te luisteren. Ik had jou in gedachten toen mijn stuur eerst het water ging oversteken voordat hij ging aanleggen. Bekend van W3?

Aanleggen? Jazeker, met dikke schuren in de huid van de boten. Onder een hoek van 30-45 graden? Nooit van gehoord. Roeiers en riemen gebruiken om aan te leggen? Nooit van gehoord. Aanleggen zonder touwtje? Nooit van gehoord. En zo ging het maar door. Het resultaat? Maar 2 uit 8 geslaagd.

Niets aan de hand, zou je zeggen, als je fatsoenlijke kwaliteit wil én je de bootman niet iedere week de boten opnieuw wil laten schuren en verven. Maar niet bij deze vereniging. "Gisteren heb ik gekeken en deze stuurvrouw had geen enkele probleem met aanleggen", zei een bestuurder, nota bene de secretaris. "En nu zijn ze allemaal gezakt". En verder echt naar ons toe schreeuwend: "Ik ben niet tevreden. Hoe kan dat?" Ik: "Je hoeft niet te schreeuwen. De kwaliteit was onvoldoende." De bestuurder, nog harder schreeuwend: "Ik praat zoals ik wil. Ik ben niet tevreden! Dat kan niet!" Dat weet jij ook, J., toch? Een meneer of mevrouw die denkt om beter te weten, zonder degelijke kennis in huis te hebben. Ook een vereniging die constateert dat de kwaliteit omlaag gaat en, tegelijkertijd, niet in staat is om te accepteren dat kwaliteit en kwantiteit niet altijd met elkaar om gaan en dat je grenzen moet stellen.

Bij ons is nog een stukje mooier. In de winter mag je niet ongestuurd roeien, omdat het onveilig zou zijn. Ik vraag me af wat er onveilig is, maar vandaag heb ik het antwoord gekregen: ze kunnen het zelf niet, dús is het onveilig. Ik moet concluderen dat het water in het zuiden kouder dan in Amsterdam is.

Ik denk aan jou.

Met vriendelijke groet,
G.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten