- We zaten buiten in het daglicht, denk hoe het in de tunnel zou zijn geweest.
- Was een zonnige dag, zonder regen of wolken.
- Je kan in de 3,5 uur de zon volgen van een rood bolletje tot een object hoog op de hemel waarnaar je niet kan kijken.
- De meeste mensen hebben een laptop bij zich en kunnen rustig werken.
- Na iedere boodschap van de conducteur gaat iedereen bellen of sms-en.
- Heel veel buitenlanders forenzen tussen Amsterdam en Rotterdam, meer dan je zou verwachten.
maandag 10 februari 2014
Fyra... zonnetje...
Af en
toe, als ik in de Fyra stap, denk aan de andermans verhalen over stil zitten
ergens middle of nowhere. Op een dag is mij ook gebeurd, vroeg ’s ochtend, ergens
in de buurt van Hoofddorp. Behalve de grappige berichten van de conducteur (een
diesel komt, maar na 45 minuten, etc.), heb ik ook de leuke kant van deze
ervaring gemerkt:
dinsdag 28 januari 2014
Kijk eerst in de spiegel
Een
opmerking van een Oekraïense collega maakt mijn analyse van het medialandschaap
nog duidelijker: “Als ze iets over buitenland in de krant schrijven, is het
daar altijd slecht, terwijl hier alles goed loopt”. Voorbeleden: corruptie,
mensenrechten, etc. Wat de desbetreffende journalisten op dat moment niet doen
is om eerst in de spiegel te kijken.
Wat zie je hier, in Nederland?
Wat zie je hier, in Nederland?
- Politici van alle verschillende partijen gebruiken het overheidsgeld voor eigen zaak.
- De rechten van de asielzoekers zijn niet vrolijk van te worden.
- De bankiers frauderen met het geld van de burgers en gaan naar huis vrolijk met een dikke bonus.
- Afluisteren van telefoon en e-mail zijn hier normaal geworden, terwijl Stasi zooo jaren 80 is.
- Men praat over Bulgaren en Roemenen die de banen komen nemen, maar niemand praat over de malafide uitzendbureaus die door Nederlanders gerund zijn.
- Men praat over drugschandalen, maar niemand zegt dat de drugs juist door de Nederlandse jeugd geconsumeerd is.
zaterdag 11 januari 2014
Repetitio est mater studiorum
Mijn basisschool had een grote sporthal waarin vaak handballers en
volleyballers rondliepen. Dit waren, ondanks dat zij nog maar 14 tot 16 jaar
waren, lange, sterke jongens. Als 7-jarige kon ik alleen maar naar boven
kijken; het waren de helden van de school.
In deze sporthal stond ook hoog op een muur en in mooie Romeinse letters geschreven: “Mens sana in corpore sano”[1] (Een gezonde geest huist in een gezond lichaam). In onze sportles gebeurde overigens niet zo veel, meestal wat gymnastiek of lekker een potje voetbal.
Wat heeft dit met roeien te maken? Voor al heel wat jaren geef ik roeiles. Ik ben ook geïnteresseerd geraakt in hoe mensen leren en in de theorie van het roeien. Ik ben in het bezit gekomen van een instructeur- en coachdiploma. Op een gegeven moment vroeg ik me wel af wat het verschil is tussen al die namen: wanneer ben je instructeur? Trainer? Coach? De eerste stop om achter een antwoord te komen, was in de ´Van Dale´ kijken. De definities zijn als volgt: een instructeur is iemand die les geeft. Een trainer is iemand die sporters traint; een oefenmeester. Een coach is iemand die sporters adviseert en begeleidt. Eigenlijk maken ze alle drie gebruik van dezelfde instrumenten, maar hebben ze een net iets ander doel. Voor de ene ´leren´, de ander ´oefenen´ en de laatste: aan wedstrijden meedoen.
Hoe het zit met de kwaliteit van je training? Ongeveer in dezelfde verhouding, zou ik durven stellen. Bewegingswetenschapper Kleshnev zegt in zijn nieuwsbrief van maart 2013 (www.biorow.com): “Er zijn twee belangrijke factoren die de kwaliteit van de roeihaal aantasten: het tempo en de vermoeidheid”. Ga je dus alleen maar hard roeien, dan heb je grote kans dat je alleen maar slechte roeitechniek aan het oefenen bent.
Met andere woorden: als mijn inschatting klopt, dan zijn veel roeiers de meeste tijd bezig met dingen die de kwaliteit van de roeihaal aantasten. Dus wat oefen je dan het meest? Die Repetitio est…? Ja… Helaas… Mijn pleidooi is dan ook te blijven investeren in technisch goed roeien door ontelbaar veel goede herhalingen met weinig kracht, weinig zweet, weinig haast. Heel veel voelen wat je doet. Zo heb je de beste kans dat je de juiste beweging onder de knie krijgt. En niet andersom. De sportieve kant (het zweten) moet zeker aan bod komen, maar er moet een goede balans in zitten. Wil je een intensieve training doen? Geen probleem, maar zorg dat je in de pauzes tussen de blokjes niet ontploft maar technisch blijft roeien. Ook in light. (Ja, ik heb het al vaker gezegd: “Alleen de beste ploegen kunnen paddelen.”) Op deze manier zorg je ervoor dat die verhouding tussen inspannen en goed roeien gezond blijft.
Herhalen, herhalen, herhalen… Wat je oefent, dat ga je leren. Repetitio est mater studiorum…
Tot slot: een rekensom. Stel dat je een (nieuwe) beweging wilt oefenen. De volledige 60 minuten op het water gebruik je om te oefenen op tempo 22. Dat betekent dat je die beweging ongeveer 1.300 keer repeteert. Als je de “10.000 uur-regel”[2] (kort door de bocht) vertaalt naar het “10.000 keer nadoen” voor het leren van een (nieuwe) beweging, dan moet je meer dan zeven volledige sessies aan die beweging besteden. Best veel hé?! Een heel blok om maar één beweging te leren? Zijn er vrijwilligers met doorzettingsvermogen?
[1] Ook de motto van RSC Anderlecht Bruxelles.
In deze sporthal stond ook hoog op een muur en in mooie Romeinse letters geschreven: “Mens sana in corpore sano”[1] (Een gezonde geest huist in een gezond lichaam). In onze sportles gebeurde overigens niet zo veel, meestal wat gymnastiek of lekker een potje voetbal.
Ik liep iedere ochtend een stukje samen met mijn moeder op naar school. Zij
ging daarna rechtsaf en ik linksaf. Tijdens dat korte stukje gaf mijn moeder
mij rekensommen die ik moest oplossen en uit het hoofd leren. Iedere ochtend
weer. En weer. Totdat ik de sommen kende. Wiskunde ging me later nooit meer zo makkelijk
als in die tijd. Mijn moeder zei ook altijd: “Repetitio est mater studiorum” (Herhaling is de moeder van studeren).
Nee, in het Roemenië
van de
jaren ’80 van de vorige eeuw hadden we het niet over zaken als “Carpe diem” of
“Hora est”. Individuele ontwikkeling of promoveren was slechts weggelegd voor
enkelen in de hoofdstad.
Wat heeft dit met roeien te maken? Voor al heel wat jaren geef ik roeiles. Ik ben ook geïnteresseerd geraakt in hoe mensen leren en in de theorie van het roeien. Ik ben in het bezit gekomen van een instructeur- en coachdiploma. Op een gegeven moment vroeg ik me wel af wat het verschil is tussen al die namen: wanneer ben je instructeur? Trainer? Coach? De eerste stop om achter een antwoord te komen, was in de ´Van Dale´ kijken. De definities zijn als volgt: een instructeur is iemand die les geeft. Een trainer is iemand die sporters traint; een oefenmeester. Een coach is iemand die sporters adviseert en begeleidt. Eigenlijk maken ze alle drie gebruik van dezelfde instrumenten, maar hebben ze een net iets ander doel. Voor de ene ´leren´, de ander ´oefenen´ en de laatste: aan wedstrijden meedoen.
Ik heb best wat roeiers gezien die bezig waren met het beoefenen van hun
favoriete sport. De sportbelevenis van de meeste volwassenen is dat in het uur dat
zij op het water zijn, die tijd het liefst wil besteden aan hard werken, aan
zweten. Een algemene opbouw van een sessie bestaat uit kort inroeien, een paar
oefeningen en daarna lekker aan de bak. Naar mijn inschatting ben je op deze
manier maar 30% tot 40% van de tijd bewust bezig met techniek. De rest van de
tijd ben je bezig met “naar zuurstof te zoeken.”
Hoe het zit met de kwaliteit van je training? Ongeveer in dezelfde verhouding, zou ik durven stellen. Bewegingswetenschapper Kleshnev zegt in zijn nieuwsbrief van maart 2013 (www.biorow.com): “Er zijn twee belangrijke factoren die de kwaliteit van de roeihaal aantasten: het tempo en de vermoeidheid”. Ga je dus alleen maar hard roeien, dan heb je grote kans dat je alleen maar slechte roeitechniek aan het oefenen bent.
Met andere woorden: als mijn inschatting klopt, dan zijn veel roeiers de meeste tijd bezig met dingen die de kwaliteit van de roeihaal aantasten. Dus wat oefen je dan het meest? Die Repetitio est…? Ja… Helaas… Mijn pleidooi is dan ook te blijven investeren in technisch goed roeien door ontelbaar veel goede herhalingen met weinig kracht, weinig zweet, weinig haast. Heel veel voelen wat je doet. Zo heb je de beste kans dat je de juiste beweging onder de knie krijgt. En niet andersom. De sportieve kant (het zweten) moet zeker aan bod komen, maar er moet een goede balans in zitten. Wil je een intensieve training doen? Geen probleem, maar zorg dat je in de pauzes tussen de blokjes niet ontploft maar technisch blijft roeien. Ook in light. (Ja, ik heb het al vaker gezegd: “Alleen de beste ploegen kunnen paddelen.”) Op deze manier zorg je ervoor dat die verhouding tussen inspannen en goed roeien gezond blijft.
Herhalen, herhalen, herhalen… Wat je oefent, dat ga je leren. Repetitio est mater studiorum…
Tot slot: een rekensom. Stel dat je een (nieuwe) beweging wilt oefenen. De volledige 60 minuten op het water gebruik je om te oefenen op tempo 22. Dat betekent dat je die beweging ongeveer 1.300 keer repeteert. Als je de “10.000 uur-regel”[2] (kort door de bocht) vertaalt naar het “10.000 keer nadoen” voor het leren van een (nieuwe) beweging, dan moet je meer dan zeven volledige sessies aan die beweging besteden. Best veel hé?! Een heel blok om maar één beweging te leren? Zijn er vrijwilligers met doorzettingsvermogen?
[1] Ook de motto van RSC Anderlecht Bruxelles.
Radio
Naar radio
luisteren vind ik heel leuk. Speciaal in de keuken vind ik het heel gezellig om
de radio aan te doen. Maar af en toe is die radio in de keuken niet zo helder:
de antenne staat niet goed, het weer is bewolkt, etc., in ieder geval kon ik
bijna niet verstaan van wat daar in de uitzending gebeurt. En toch blijft hij
aan staan.
Tot vandaag heb ik niet begrepen wat mijn reden is om hem minuten lang zo te laten doen. Je weet dat hij daar is, maar je hoort eigenlijk niets van wat hij zegt. Maar ik weet het: mijn groot-oma had een radio dag en nacht aan. Ze kon bijna niet meer horen, je moest hard met haar praten. Naar onze regelmatige vragen over de reden dat die radio nog altijd aan stond, zei ze altijd dat ze hem niet kon horen, dus wat maakte het uit.
Erfenis? Ik weet het niet. Ze is boven de 90 geworden en altijd een hele aardige groot-oma geweest.
Tot vandaag heb ik niet begrepen wat mijn reden is om hem minuten lang zo te laten doen. Je weet dat hij daar is, maar je hoort eigenlijk niets van wat hij zegt. Maar ik weet het: mijn groot-oma had een radio dag en nacht aan. Ze kon bijna niet meer horen, je moest hard met haar praten. Naar onze regelmatige vragen over de reden dat die radio nog altijd aan stond, zei ze altijd dat ze hem niet kon horen, dus wat maakte het uit.
Erfenis? Ik weet het niet. Ze is boven de 90 geworden en altijd een hele aardige groot-oma geweest.
maandag 30 december 2013
Een kwartje valt als hij rijp is (versie 2)
Complimenten krijgen na slechts één
training is makkelijk. Als nieuwe coach is jouw manier van werken en
communiceren voor de groep fris, dus de kans dat jouw informatie goed
binnenkomt en hen volledig raakt, is heel groot. Ze zullen zeggen: “Oh, ja, zó moet het”, “Oh, ja, nú begrijp ik het”, “Oh, ja, het kwartje valt nu.”
Toch is er een andere, donkere kant aan het krijgen van complimenten in een dergelijke situatie. Want als iemand zegt: “Nú begrijp ik het,” betekent het dat die persoon daarvoor niet tevreden was.
Wat je ook vaak hoort van leerlingen is: “Oh, hebben we nooit van gehoord”. De ervaring leert dat ze dezelfde boodschap meerdere keren hebben gekregen, maar blijkbaar waren ze op dat moment niet in staat goed te ‘horen’. Ze waren niet rijp voor het luisteren. Dat maakt eigenlijk het verschil: er komt een nieuwe coach langs en de leerlingen begrijpen het ineens wel. Het kwartje valt. Het kwartje is rijp. Toch heeft iemand er al veel eerder voor gezorgd dat kwartje gezond kon rijpen.
Een nadeel van regelmatig dezelfde groep mensen coachen is dat je in een patroon terecht komt, daarin blijft steken en dat jouw ploeg een beetje doof wordt. De atleet wordt niet meer geprikkeld. Nee, het is niet prettig als coach om dingen te vertellen en vervolgens naar jouw ploeg te kijken en te zien dat, ondanks jouw inspanning en goede bedoelingen, jouw roeiers het nog steeds niet begrijpen. Je blijft op dezelfde manier jouw aanwijzingen roepen, maar jouw roeier doet vervolgens nog steeds niet wat je zou willen. Je roept nog een keer… en zo wordt de frustratie van beide kanten alleen maar groter en groter.
De sleutel ligt heel vaak bij jou als coach. De kunst is om in dergelijke situaties jezelf te hervinden; je probeert eens een ander instrument, ontdekt een nieuwe prikkel die wel weer werkt.
Kritiek krijgen vind ik helemaal niet leuk. Ook al is die goed bedoeld, het maakt niet uit. Twee nachten slaap ik slecht. Je steekt er zo veel energie in, doet zo veel en het is nog steeds niet goed... Hoe dan? Wat moet je wél doen? Nee, dat klopt niet! Nee, de kritiek is onterecht! Maar na twee dagen komt het gelukkig goed; je wordt rustig, je begrijpt dat die opmerkingen jou eigenlijk alleen maar verder helpen.
Waar begint eigenlijk een roeihaal? Het is geen voetbal waar je kunt zeggen: eerst een stap naar links, je gewicht langzaam verplaatsen en daarna schop je tegen de bal. Nee, dat werkt niet bij roeien. De roeibeweging is een doorgaande cyclus, zonder een moment pauze. Hij begint nergens en hij eindigt nergens. Waar begin je dan als je iets wilt veranderen? Bij de inpik? Bij het moment dat de bladen al in het water zijn? Of bij de uitpik? Zo ga je door en door en zo kom je terug bij die inpik en mag je opnieuw beginnen. Ik ken zelf geen recept voor dit probleem, hoor, maar wat ik heb ontdekt en tegenwoordig fijn vind is te denken in het patroon van de voorbereidende ‘stappen’, dat wil zeggen het voorbereiden van de volgende beweging. Als je een beweging goed wilt krijgen, begin dan maar een stap eerder: bij de voorbereiding van die beweging. Voor een goede inpik, begin je een stap eerder bij de recover. Voor een goede haal begin je bij de inpik. Een goede uitpik, bij de haal… en zo ga je door.
Later, op een bepaald moment, snappen jouw roeiers het wel. “Oh, ja, nu begrijp ik het,” krijg je dan te horen. Hun beweging begint de juiste vorm te krijgen en jouw geduld wordt gewaardeerd. Je hebt zin om nog verder te gaan, nog andere grenzen van het ingeslepen patroon te overschrijden. Je werkt aan het rijpen van het volgende kwartje.
Toch is er een andere, donkere kant aan het krijgen van complimenten in een dergelijke situatie. Want als iemand zegt: “Nú begrijp ik het,” betekent het dat die persoon daarvoor niet tevreden was.
Wat je ook vaak hoort van leerlingen is: “Oh, hebben we nooit van gehoord”. De ervaring leert dat ze dezelfde boodschap meerdere keren hebben gekregen, maar blijkbaar waren ze op dat moment niet in staat goed te ‘horen’. Ze waren niet rijp voor het luisteren. Dat maakt eigenlijk het verschil: er komt een nieuwe coach langs en de leerlingen begrijpen het ineens wel. Het kwartje valt. Het kwartje is rijp. Toch heeft iemand er al veel eerder voor gezorgd dat kwartje gezond kon rijpen.
Een nadeel van regelmatig dezelfde groep mensen coachen is dat je in een patroon terecht komt, daarin blijft steken en dat jouw ploeg een beetje doof wordt. De atleet wordt niet meer geprikkeld. Nee, het is niet prettig als coach om dingen te vertellen en vervolgens naar jouw ploeg te kijken en te zien dat, ondanks jouw inspanning en goede bedoelingen, jouw roeiers het nog steeds niet begrijpen. Je blijft op dezelfde manier jouw aanwijzingen roepen, maar jouw roeier doet vervolgens nog steeds niet wat je zou willen. Je roept nog een keer… en zo wordt de frustratie van beide kanten alleen maar groter en groter.
De sleutel ligt heel vaak bij jou als coach. De kunst is om in dergelijke situaties jezelf te hervinden; je probeert eens een ander instrument, ontdekt een nieuwe prikkel die wel weer werkt.
Kritiek krijgen vind ik helemaal niet leuk. Ook al is die goed bedoeld, het maakt niet uit. Twee nachten slaap ik slecht. Je steekt er zo veel energie in, doet zo veel en het is nog steeds niet goed... Hoe dan? Wat moet je wél doen? Nee, dat klopt niet! Nee, de kritiek is onterecht! Maar na twee dagen komt het gelukkig goed; je wordt rustig, je begrijpt dat die opmerkingen jou eigenlijk alleen maar verder helpen.
Waar begint eigenlijk een roeihaal? Het is geen voetbal waar je kunt zeggen: eerst een stap naar links, je gewicht langzaam verplaatsen en daarna schop je tegen de bal. Nee, dat werkt niet bij roeien. De roeibeweging is een doorgaande cyclus, zonder een moment pauze. Hij begint nergens en hij eindigt nergens. Waar begin je dan als je iets wilt veranderen? Bij de inpik? Bij het moment dat de bladen al in het water zijn? Of bij de uitpik? Zo ga je door en door en zo kom je terug bij die inpik en mag je opnieuw beginnen. Ik ken zelf geen recept voor dit probleem, hoor, maar wat ik heb ontdekt en tegenwoordig fijn vind is te denken in het patroon van de voorbereidende ‘stappen’, dat wil zeggen het voorbereiden van de volgende beweging. Als je een beweging goed wilt krijgen, begin dan maar een stap eerder: bij de voorbereiding van die beweging. Voor een goede inpik, begin je een stap eerder bij de recover. Voor een goede haal begin je bij de inpik. Een goede uitpik, bij de haal… en zo ga je door.
Later, op een bepaald moment, snappen jouw roeiers het wel. “Oh, ja, nu begrijp ik het,” krijg je dan te horen. Hun beweging begint de juiste vorm te krijgen en jouw geduld wordt gewaardeerd. Je hebt zin om nog verder te gaan, nog andere grenzen van het ingeslepen patroon te overschrijden. Je werkt aan het rijpen van het volgende kwartje.
maandag 9 december 2013
Rond kijken… in het bos
Een
week of twee geleden, op een grijze dag, gingen we wandelen in het Amsterdamse
Bos. De herfstkleuren waren geweldig, zoals altijd in deze periode. Wat mij
opviel was dat heel veel mensen die zoals wij buiten waren om te wandelen, een
hond bij zich hadden. De meesten, naar mijn inschatting 70%. Een kleinere groep
met kinderen en nog een kleinere groep gewoon buiten, zonder aanhang.
Bij Gemeente Amsterdam en de “lokale” krant (aangesloten bij Telegraaf Media, hé!!) komen de honden en hun eigenaren heel vaak negatief te staan: poep, agressie, onvriendelijkheid, etc. Je kunt nergens lezen dat wel die honden hun eigenaren de mogelijkheid geven om regelmatig naar buiten te gaan, te wandelen, actief te zijn. Dit gemis brengt voor mij helaas geen verassing …
Bij Gemeente Amsterdam en de “lokale” krant (aangesloten bij Telegraaf Media, hé!!) komen de honden en hun eigenaren heel vaak negatief te staan: poep, agressie, onvriendelijkheid, etc. Je kunt nergens lezen dat wel die honden hun eigenaren de mogelijkheid geven om regelmatig naar buiten te gaan, te wandelen, actief te zijn. Dit gemis brengt voor mij helaas geen verassing …
donderdag 28 november 2013
Over systemen
Als je
in een systeem wordt geplaatst, begin je van nul. Dat betekent dat alles wat je
weet zijn de beelden die anderen voor jou hebben voorgekauwd. Omdat je voor dat
systeem net hebt gekozen, zijn die beelden positief en hoopgevend.
Langzamerhand leer je het systeem, stap voor stap. De beelden worden jouwe, je ziet andere voordelen, maar ook de nadelen. Op een moment bestaat de mogelijkheid dat je meer nadelen dan voordelen in dat systeem ziet. Dan heb je meerdere mogelijkheden om te reageren:
1. Je kan bewust kiezen om deel te worden van het systeem, mee te gaan, ook deel te worden van die nadelige eigenschappen.
2. Je kan kiezen om de kop in de zand te steken, dat alles je koud laat, je hoort niet bij, je doet niet mee.
3. Bestaat ook een deerde mogelijkheid: je kiest voor een ander systeem dat je niet kent. Je begint van nul, alleen de voordelen ziende. Het duurt nog even totdat je de nadelen ontdekt en bestaat ook de kans dat het nieuwe systeem toch beter bij jou past dan de oude.
Langzamerhand leer je het systeem, stap voor stap. De beelden worden jouwe, je ziet andere voordelen, maar ook de nadelen. Op een moment bestaat de mogelijkheid dat je meer nadelen dan voordelen in dat systeem ziet. Dan heb je meerdere mogelijkheden om te reageren:
1. Je kan bewust kiezen om deel te worden van het systeem, mee te gaan, ook deel te worden van die nadelige eigenschappen.
2. Je kan kiezen om de kop in de zand te steken, dat alles je koud laat, je hoort niet bij, je doet niet mee.
3. Bestaat ook een deerde mogelijkheid: je kiest voor een ander systeem dat je niet kent. Je begint van nul, alleen de voordelen ziende. Het duurt nog even totdat je de nadelen ontdekt en bestaat ook de kans dat het nieuwe systeem toch beter bij jou past dan de oude.
woensdag 23 oktober 2013
Het verhaal van de schapenvacht
Mijn
beste vakanties als scholier waren de voorjaarsvakanties. Die waren ergens in
maart, wanneer het weer neer begon warm te worden. Het bos was net groen
begonnen te worden, de zon was niet te sterk. Bij mijn oma en opa waren deze de
tijden waarop de schapen nog niet buiten het huis zijn vertrokken naar de kudde
toe. In de winter en lente moesten ze dagelijks om de beurt door een familie
vroeg verzameld worden en naar het bos toegebracht. Hoe dan ook, was het zo dat
onze beurt altijd tijdens mijn vakantie was. Geluk voor ons: voor mij en mijn 4
jaar oudere oom. We waren de mannen des huis en we moesten voor alle
dorpsschapen voor een dag zorgen: we waren voor een dag de dorps herders!!
Eind van de dag waren de schapen net zo moe zoals wij waren. Altijd aan het rennen, weinig stil staan, hadden de arme beesten geen tijd om rustig te grazen; de hele dag waren we achter hun kont. Af en toe hadden we zin in iets anders doen: bij voorbeeld van een stokje populier een fluit maken, of iets in hout graveren. Maar we hebben ook bijzondere momenten gehad met schapen die een nieuw lam kregen; terug naar huis waren we heel trots op onze nieuwe “aanwinst”!
Een van deze avonden ben ik gaan kijken op Uitzendinggemist voor bijzonderheden. Onder mijn ogen is het programma De Wandeling verschenen. Een jonge dame, Daphne, was in gesprek met de presentator. Ze heeft op kunstacademie gezeten en later… herder geworden. Iedere dag met haar hond Sam, haar alpha-schaap Spiky en de andere schapen rondjes draaien in de natuur om de schapen met hun dagelijkse grazen rustig te laten. Ze is gelukkig omdat ze dichtbij de natuur staat.
Nadat ik deze aflevering heb bekeken, heb ik besloten om… een schapenvacht te kopen. Over twee dagen was hij binnen… en wat een heerlijk geur!! Nu kan ik wanneer ik maar wil, terug in de tijd door mijn eigen bos, met mijn eigen schaap, wandelen.
Eind van de dag waren de schapen net zo moe zoals wij waren. Altijd aan het rennen, weinig stil staan, hadden de arme beesten geen tijd om rustig te grazen; de hele dag waren we achter hun kont. Af en toe hadden we zin in iets anders doen: bij voorbeeld van een stokje populier een fluit maken, of iets in hout graveren. Maar we hebben ook bijzondere momenten gehad met schapen die een nieuw lam kregen; terug naar huis waren we heel trots op onze nieuwe “aanwinst”!
Een van deze avonden ben ik gaan kijken op Uitzendinggemist voor bijzonderheden. Onder mijn ogen is het programma De Wandeling verschenen. Een jonge dame, Daphne, was in gesprek met de presentator. Ze heeft op kunstacademie gezeten en later… herder geworden. Iedere dag met haar hond Sam, haar alpha-schaap Spiky en de andere schapen rondjes draaien in de natuur om de schapen met hun dagelijkse grazen rustig te laten. Ze is gelukkig omdat ze dichtbij de natuur staat.
Nadat ik deze aflevering heb bekeken, heb ik besloten om… een schapenvacht te kopen. Over twee dagen was hij binnen… en wat een heerlijk geur!! Nu kan ik wanneer ik maar wil, terug in de tijd door mijn eigen bos, met mijn eigen schaap, wandelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)